Zeegezichten

Je moet even zoeken dit jaar op de PAN, de kunst- en antiekbeurs in de Amsterdamse RAI, want het hangt een beetje verscholen. Misschien omdat het vorig jaar juist zo opvallend was opgesteld, met een welgemikt spotje op de voorstelling. Het wekt overigens geen verbazing dat een schilderij van drieëneenhalve vierkante meter, dat bijna drie ton moet kosten, niet zo een-twee-drie een koper vindt. Volgend jaar ga ik er weer naar kijken. Een tussenpoos van een jaar is precies goed om opnieuw overdonderd te worden.

Het is een zeegezicht.

Grote grijze golven vangen links nog wat zonlicht, rechts hebben donkere stapelwolken zich al samengebald. Pal onder die wolken slaat een golf met een enorme, schuimende dreun schuin van voren tegen een platbodemscheepje. Een grondzee. Het scheepje is in moeilijkheden, want zojuist is er een val geknapt. Nu komt de gaffel omlaag, het zeil valt al bijna in het water, de vijfkoppige bemanning doet wat zij kan, maar het ziet er niet best uit. Kunnen ze hulp vragen aan de driemaster op de achtergrond, die er duidelijk beter tegen kan? Kunnen ze gewoon op de fok naar Vlieland varen, links in de verte? Geen idee, maar die golven en dat licht, dat schuim en die dreun zijn overweldigend. Het schilderij is gemaakt door J.C. Schotel, een schilder die leefde van 1787 tot 1838 of '39, en te koop bij een kunsthandelaar uit Breukelen die uitsluitend in zeegezichten doet.

In zijn onuitputtelijke boek Water en Vuur zegt Hugo Brandt Corstius dat op schilderijen en in de film druk wordt gevaren op de baren, terwijl het in de film vaak brand is, en op schilderijen het vuur vooral als bron van licht wordt gebruikt. Dat kun je zo wel zeggen, al wordt er in films volgens mij ook weer niet zó veel gevaren (gelukkig niet, want meestal ziet het er nogal knullig uit). Lang niet zo veel als op schilderijen in elk geval, waar een overstelpende hoeveelheid water is te vinden. Tegenover de enkeling die hield van een stevige fik, zoals Jeroen Bosch, staat een fantastische stoet van zee- en waterschilders van de oude meesters tot Monet en Hockney, en ondanks die laatste twee namen zijn de meesten van hen Nederlanders.

De schilderbaarheid van water is een van zijn beste eigenschappen. Ik denk dat de esthetiek van water en vuur een beetje buiten het gezichtsveld valt van mensen die er (al dan niet pop.wet.) verstand van hebben. Wat echt mooi is leent zich bovendien slecht voor bespreking. Brandt Corstius geeft wel een leuk voorbeeld van zijn eigen juichsensatie toen het strodak van een villa in lichterlaaie ging. Dat moet even mooi zijn geweest als de paasvuren in mijn ouderlijk dorp in Gelderland, villagrote vuren waar ik ook vaak bij heb willen juichen. Het machtige hoort vanouds bij het mooie.

Maar de meeste branden is de mens vroeg of laat meester. De zee nooit, zeker niet als hij er bovenop zit. Als de storm is gaan liggen wordt niet van een overwinning gesproken. De mens die de zeeën bedwong is goed weggekomen, dat is alles. Alleen een goede schilder bedwingt eigenlijk ooit echt de zee.

Wat is een goed zeegezicht? Zie ik er een waar het schuim je om de oren vliegt - bijvoorbeeld van Simon de Vlieger, een schilder die zijn naam eer aandoet - dan denk ik: ja, dat is het. Maar komt er dan een waar de wind meer een briesje is, en de punten van de golven dat groenig-doorschijnende hebben wat je soms op zonnige dagen ziet, dan ben ik ook verkocht. En een blakke zee, waarin een schip vanaf zijn waterlijn dromerig weerspiegeld wordt, liefst met slaphangende zeilen erbij, is evenmin te versmaden.

Voor een schilder is het handig dat je voor de zee of een plas rustig kunt gaan zitten. Dat stuit bij een brand op bezwaren. Bovendien is vuur, zoals Brandt Corstius uitlegt, niet te vangen. Het is een reactie, het is tegelijk iets en niets. Water heeft meer substantie.

De oceaan kun je eigenlijk alleen met een wereldbrand vergelijken. Welke van die twee mooier is weet ik niet. Maar zoals eten een betrouwbaarder genot is dan vrijen, zo is water een betrouwbaarder kijkspel dan vuur. Ik denk dat het daarom is dat er nauwelijks vuurschilders zijn, maar vele, vele zeeschilders.