'Wat een circus, wat een show'

Voorstelling: Evita, musical van Andrew Lloyd Webber en Tim Rice, door Joop van den Ende Theaterprodukties. Spelers: Pia Douwes, Bill van Dijk, Jeroen Phaff, e.a. Decor: Paul Gallis. Kostuums: Yan Tax. Vertaling: Seth Gaaikema en Koen van Dijk. Muziek o.l.v. Harry van Hoof. Choreografie/regie: Ken Urmston. Gezien: 10/10 in Chassé Theater, Breda. Aldaar t/m 20/10; tournee t/m 10/6.

De titelrol in Evita is ongetwijfeld een van de moeilijkste uit het hele musical-repertoire. Eva Perón (1919-1952) moet een haaibaai met een feilloos jachtinstinct zijn geweest, die via haar minnaars de maatschappelijke ladder beklom en uiteindelijk de brede massa van het Argentijnse volk aan haar voeten kreeg, inclusief de dictator aan haar zijde. Zo wordt ze in de musical - de vinnigste van de doorgaans naar sentiment neigende Andrew Lloyd Webber - dan ook voorgesteld, in een schetsmatig geschiedenisverhaal waarvoor Brecht zich niet had hoeven schamen. Maar tegelijk moet de hoofdrolspeelster ook het charisma en het raffinement vertonen dat die aanbidding geloofwaardig maakt; ze kan, kortom, niet alleen maar een berekenend kreng zijn.

Pia Douwes is zo'n Evita. In de nieuwe Nederlandstalige produktie, die gisteravond in première ging, windt ze iedereen om haar vingers door haar parelende zang, haar sensuele danslijf en de fonkelende ogen in haar benige gezicht. Zoals ze daar staat en loopt en lacht, zo kan ik mij de echte Eva Perón voorstellen: een en al charme, met de air van de doorgewinterde verleidster en de ijzige ambitie van degene die ze wilde worden. In de beroemde scène op het bordes (Don't cry for me Argentina) is het allemaal te zien - de zo overtuigend gespeelde ontroering èn de valsheid van de actrice die er gelijktijdig op let of er wel massaal om haar wordt gesnikt.

Evita is een musical die onder het internationale licensing-regime valt: de produktie dient een getrouwe kopie te zijn van de oorspronkelijke uitvoering. Gelukkig was die in dit geval briljant, vooral dankzij de strakke, beeldende choreografie waarin het verhaal wordt dóórverteld. De grimmige stoelendans van de generaals, de afwerende mouvementen van de schijnbaar aaneengekleefde aristocratenkliek en de bevroren poses van de figuratie zijn hier dus nog net zo pakkend als in de originele show. Alleen aan de projectie van authentieke foto's en filmbeelden is te zien dat die uit 1978 dateert - het is inmiddels een nogal geijkt procédé dat overbodig is geworden.

De grote vondst van Tim Rice, die met zijn satirische zangteksten vergaand verantwoordelijk was voor de wrange sfeer die de show oproept, is de introductie van de revolutionair Che Guevara als verteller, antagonist, spotgeest en stoorzender bij de heiligverklaring die Eva Perón zo graag onderging. “Oh, wat een circus, oh, wat een show,” zingt hij als bijkans heel Argentinië rouwt om haar dood. Bill van Dijk is, met zijn laconiek opgetrokken wenkbrauw, ideaal voor die rol - hij kuiert met zijn wie-doet-me-wat-houding door de voorstelling, geeft sardonisch commentaar en lokt Evita uit om toe te geven dat zij een gat in de markt vult, maar: “Niemand vult dat gat op zoals ik.” Naast hen is Jeroen Pfaff helaas een weinig karakteristieke Perón; zijn lichte, lyrische zangstem maakt hem minder overheersend dan hij moet zijn geweest.

In de vertalingen is de zuurgraad doorgaans goed en vindingrijk gehandhaafd. Je bent als vrouw op je best, heet het, “wanneer je een man in je macht hebt met macht”.

Binnen het keurslijf van de verplichte enscenering wordt hier in elk geval een Evita opgevoerd die alle recht - en soms zelfs méér dan dat - doet aan het karakter van een musical die nota bene niet eens met een spetterende finale eindigt, maar met een feitelijke mededeling zonder muziek. “Ik bewonder de show en het vakmanschap,” zingt Che. Ik ook.

    • Henk van Gelder