Van schatkamer tot ouderwets relict

'Veel weten kan altyt niet vordren zomtyts schaden'

Het zijn regels van Vondel. Ze stonden sinds 1922 gebeiteld in een gevelsteen boven de deuren van de Haagse Openbare Bibliotheek. Meer dan zeventig jaar lang nuanceerden ze bij de bezoekers het belang van alles wat er achter die deuren aan kennis te vinden was.

Een bescheiden nuancering voor wie weet hoe groot het areaal aan opgeslagen kennis en cultuur was dat zich verschool achter de fraaie gevel. Bescheiden, maar ook wel een beetje ambivalent, want werd het belang van weten niet bij uitstek juist uitgestraald door die hele Haagse Centrale Bibliotheek? Was niet de mooiste ruimte daar aan de Bilderdijkstraat bestemd voor het kostbaarste studiemateriaal en de uitgebreide naslagcollectie? Waar vond je trouwens in een openbare, niet wetenschappelijke bibliotheek een studiezaal met zoveel allure? Gigantisch van omvang, efficiënt vormgegeven in een gematigde 'nieuwe zakelijkheid' met een langs de hele zaal lopende hoge galerij en ijzeren, vele meters hoge, ramen. Dubbele ramen, toen al, zodat het er stil was. Zo stil dat ieder kuchje, iedere voetstap tot verstoorde blikken leidde.

Behalve die studiezaal waren er de magazijnen met daarin, veilig bewaard, het grootste deel van de non-fictie, de 'studiecollectie', maar ook iedere oudere roman en de complete collectie bladmuziek. Magazijnen waarvan je vanaf de straat een glimp kon opvangen en waarvan de inhoud voor de Haagse bevolking alleen bereikbaar werd via ingevulde briefjes en geheimzinnige liftjes.

Wat een geluk om bibliothecaresse te zijn en in dat magazijn te mogen rondlopen, gewoon met een kopje koffie in je hand, terwijl het om je heen opgeslagen stond, de cultuur en wetenschap van toch ten minste de laatste honderd jaar. Overal die bandjes van zwart, vezelig karton, overal de geur van stof, oud papier en verdrogende lijm. En dan weten: hier staat het allemaal, te voelen, te ruiken, te lezen.

De Haagse bevolking, voor wie het allemaal bedoeld was en die er niet zelf bij kon, werd door een 'Gids voor Lezers' op de hoogte gehouden van alles wat er nieuw was en de moeite waard. Alle non-fictie werd beoordeeld en geannoteerd en alle, werkelijk alle romans, ook die in het Engels, Frans en Duits werden persoonlijk gelezen en becommentarieerd door de Haagse bibliothecarissen. Zo werd de directe onbereikbaarheid door veel professionele bemiddeling gecompenseerd.

Tientallen jaren ging dat zo en plotseling was het ouderwets. Het was eind jaren zestig en bemiddeling heette ineens bevoogding. Mondige burgers behoorden direct vanaf de boekenplank hun keuze te maken. En dat ging niet in Den Haag. Het gebouw liet het niet toe. Ook al kreeg de bibliotheek via een doorbraak naar het buurpand een beperkte 'open uitlening', het grootste deel van de collectie bleef noodgedwongen in de magazijnen. Die werden vanaf dat moment helemaal niet meer als schatkamers ervaren. Een pijnlijk ouderwets relict, dat waren ze geworden en dat gold meteen ook voor de bibliotheek als geheel.

Vijfentwintig jaar duurde die ongelukkige periode, extra lang door het wachten op het nieuwe stadhuis. Toen kwam het gebouw van Richard Meier met daarin alle ruimte voor de bieb. Die kreeg er zelfs een heel prominente plaats, als een vaandeldrager vooraan in de reusachtige ronding van de witte kolos. Op zeven gigantische verdiepingen heeft daar de jarenlange droom van openheid gestalte gekregen. De complete magazijnen met hun 600.000 boeken en tienduizenden andere uitleenbare materialen staan er ingebed in Meier-wit (en een beetje beuken). Vijftien kilometer vrij toegankelijke boekenplank en 600 individuele studieplaatsen.

Binnen het Meierconcept moeten de boeken voor kleur zorgen. Daarom hebben duizenden oude zwarte bandjes een nieuw kaftje gekregen van mooi, gemarmerd papier. Het oogt allemaal zachtaardig klassiek en heel vertrouwd, maar ook een beetje saai. De boekengeur is weg en dat is vast voor altijd. De tergende linoleumlucht die er nu hangt zal ongetwijfeld worden opgevolgd door die van schoonmaakmiddel. Want er moet veel worden schoongemaakt aan dit ontzettend witte pand, zowel binnen als buiten. Ook moet er wel heel veel gewandeld worden langs al die kasten. Om te voorkomen dat het personeel tientallen kilometers per dag met de bezoekers mee moet lopen, is een computersimulatieprogramma ontworpen dat driedimensionaal de weg wijst naar de juiste boekenplank. Advies krijgen direct bij de kast is moeilijker geworden en dat is natuurlijk niet voor iedereen winst.

Wel zijn er meer bibliothecarissen gekomen, een unicum, en hun inlichtingenbureau kreeg een prominente plaats op de eerste verdieping die geheel is ingericht als informatieafdeling. Professionals weten dat hier een principiële keuze is gemaakt. Niet, zoals vaak in nieuwe bibliotheekgebouwen, de gangmakertjes en het leeslekkers voor het grijpen en de rest een beetje uit het oog om vooral niemand af te schrikken. Hier komt iedereen die boeken wil lenen eerst langs de informatieafdeling. Die presenteert zich daarmee met al zijn mogelijkheden. Het moet werken als een filter zodat iedere bezoeker uiteindelijk terecht komt bij zijn specifieke interessegebied, ook al is dat niet alledaags.

Een principiële keuze, maar er is toch ook plaats voor wat ambivalentie. Meier had er graag een gebouw van gemaakt met een academische uitstraling. De bibliotheek wilde dat niet. Die presenteert zich, als Openbare Bibliotheek, liever niet alleen als kennispaleis. Daarom wordt in de persvoorlichting niet de allure van de collectie benadrukt, maar vooral de gezelligheid van het nieuwe gebouw waar je 'kunt afspreken met vrienden en vriendinnen', waar je niet wordt afgeschrikt door 'serene zalen waar in stilte gestudeerd moet worden', maar vanaf je leestafel zicht hebt op 'winkelende mensen en het verkeer'.

Het zijn eigentijdse varianten op de gevelsteen met Vondels relativerende dichtregels, net zoals het obligate bibliotheekwinkeltje met T-shirts en posters dicht bij de ingang. Consumptief getinte varianten, wervend en voor iedereen vertrouwd. De gevelsteen is achtergebleven in het oude gebouw. Is dat jammer? Ja, want hij liet zien dat een lezer zijn relativeringen ook kan halen uit de boekencollectie zelf. En dat is toch net even leuker?