Termijn deeltijdpensioenen 20 jaar

LEIDEN (ANP) - De kans wordt steeds groter dat deeltijdwerkers met een terugwerkende kracht van 20 jaar aanspraak kunnen maken op deeltijdpensioen. De kantonrechter in Leiden heeft, in navolging van zijn collega's in Amsterdam en Rotterdam, de relevante verjaringstermijn op 20 jaar gesteld. Daarmee zouden de ontbrekende pensioenrechten van deeltijdwerkers (met name vrouwen) nagenoeg volledig gerepareerd kunnen worden.

In feite hebben deeltijdwerkers op grond van Europees recht al sinds 1976 recht op gelijke behandeling op pensioengebied. Dit bleek in 1991 uit een geruchtmakende uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

Voor het gebruikmaken van dit recht is een deeltijdwerker echter afhankelijk van nationale verjaringstermijnen, die nog steeds niet duidelijk zijn vastgesteld. Zo gaat de kantonrechter in Utrecht uit van een termijn van 5 jaar, zijn collega's in Amsterdam, Rotterdam en nu ook Leiden houden een termijn van 20 jaar aan.

In een reactie zegt de Leidse kantonrechter H. Morshuis dat hij een termijn van 5 jaar niet realistisch acht. “Je moet dan wel heel goede papieren hebben wil je niet in strijd komen met de strekking van wat het Hof heeft overwogen. Bij een termijn van vijf jaar is het bijna onmogelijk om het aan het gemeenschapsrecht ontleende recht op deeltijdpensioen uit te kunnen oefenen.”

Morshuis verwacht dat hiermee niet het laatste woord over verjaringstermijnen is gezegd. Er staan zulke grote belangen op het spel, dat partijen tot de Hoge Raad door zullen procederen.

De kantonrechter gaat er wel van uit dat de betrokken deeltijdwerkers meebetalen aan het herstel van hun pensioenrechten. Hij verwacht dat dat niet tot onoverkomelijke problemen zal leiden. “De waarde van dat recht is zodanig groot, dat iedereen zal proberen dat bedrag in termijnen af te betalen. Er zullen genoeg banken bereid zijn om daarvoor een lening te verstrekken.”

Het Instituut voor Vrouw en Arbeid is ingenomen met de uitspraak van de Leidse kantonrechter. Woordvoerster S. Kraus wijst op een tendens naar een verjaringstermijn van 20 jaar. Ook zij gaat er echter van uit dat de zaak in hoger beroep door de Hoge Raad zal worden beslist. (ANP)