Ten slotte onhoudbaar

VELE JAREN LANG hebben bedrijven smeergelden gestort in kassen van politieke partijen en van andere instellingen, niet alleen in België en niet alleen in die van de Belgische socialisten. Het heeft nooit in het volle daglicht plaatsgehad, maar het behoorde wel tot de aanvaarde politieke zeden. Een leverantie als die van de Italiaanse Agusta-helikopter eind jaren tachtig aan de Belgische luchtmacht ging dan ook vergezeld van een donatie aan de partij die zich voor de aankoop had ingezet. Dat hiermee onzuivere motieven bij de beslissing over de aanschaf een kans kregen, werd op de koop toe genomen. Op den duur leidden deze praktijken tot een reeks van affaires in tal van landen. Nu staat België in de schijnwerpers van het schandaal, samen met NAVO-secretaris-generaal Willy Claes.

Claes is een harde noot gebleken om te kraken. Hardnekkig ontkende hij een tijdlang iets van de Agusta-affaire geweten te hebben, laat staan dat hij er als bij de transactie zelf betrokken bewindsman een rol in had gespeeld. Ook op aanverwante terreinen leed hij aan geheugenverlies. Zo relativeerde hij zijn achteraf belastende vriendschap met de vermoorde Luikse socialist Cools, die een vooraanstaande rol in de zaak zou hebben gespeeld. Uiteindelijk moest Claes, gedwongen door getuigen, toegeven dat hij wel eens in zijn omgeving over de smeergeldzaak had horen praten, maar dat was dan ook alles. Voor iemand die zich op het hoge vlak van de internationale politiek moest bewegen was het kennelijk allemaal wat al te laag bij de grond.

NA DIE BEKENTENIS volgde een poos radiostilte en daarna een scherp geregisseerde terugkeer in de publiciteit. Vragen over Claes en Agusta verstomden, Bosnië en de NAVO-uitbreiding naar Oost-Europa waren de zaken waarover de secretaris-generaal wenste te worden aangesproken. Totdat vorige week uitlekte dat het Hof van Cassatie de Kamer van Volksvertegenwoordigers had gevraagd Claes in staat van beschuldiging te mogen stellen. Gisteravond hoorde een bijzondere Kamer-commissie urenlang de procureur-generaal bij het Hof, Jacques Velu, naar aanleiding van diens rapport over Claes. De commissie zal de Kamer, zo is de verwachting, op korte termijn adviseren of op het verzoek van het Hof al dan niet moet worden ingegaan.

Langzamerhand kan niet meer worden ontkend dat Claes in opspraak is geraakt. Deze krant heeft lang terughoudendheid betracht. Tenslotte is Claes onschuldig tot het tegendeel is bewezen, en het bleef na de eerste opwinding rondom de man vele maanden lang onduidelijk of en hoe de Belgische gerechtelijke molens zouden malen. Het geroep om het vertrek van de secretaris-generaal klonk nogal voorbarig. Zijn onaangedaanheid temidden van de storm - hij eiste, en kreeg, gisteren nog 48 uur studietijd alvorens voor de commissie te verschijnen - maakte bovendien indruk.

MAAR INMIDDELS ondergraaft de affaire de positie van Claes als hoogste ambtelijke vertegenwoordiger van de Atlantische Verdragsorganisatie, en bemoeilijkt daardoor het werk van de organisatie zelf. Claes is het gezicht van de NAVO en het kan niet zo zijn dat dat gezicht nu wederom wekenlang uitsluitend praat over de eigen betrokkenheid bij het Belgische schandaal. Hoge autoriteiten dragen de verantwoordelijkheid om de instellingen die zij dienen te vrijwaren van de gevolgen van persoonlijke malheur. Doet die zich voor dan is ten slotte opstappen de enige keuze die overblijft. Hoe onschuldig de betrokkene naar eigen inzicht ook is of naar juridisch inzicht eventueel later zal blijken te zijn. De prijs van een hoog ambt is nu eenmaal dat men het hoog houdt.