Succes van paars milieubeleid is onwaarschijnlijk

Niets wijst erop dat het paarse kabinet de milieuvervuiling zal kunnen terugdringen zoals beoogd, aldus Lucas Reijnders. Energie is simpelweg nog steeds te goedkoop. Roel den Dunnen erkent dat het kabinet niet veel langer om de hete brij kan heendraaien. De keuze is: doelstellingen afzwakken òf hogere kosten accepteren.

Sedert de beperking van de kooldioxyde (CO2)-uitstoot aan het eind van de jaren tachtig op de Nederlandse politieke agenda belandde, wil het met deze beperking niet erg vlotten. Tijdens de verkiezingscampagne in 1989 beloofde aanstaand premier Lubbers een vermindering van de uitstoot met 2 procent per jaar. Gedurende zijn laatste kabinetsperiode groeide de CO2-uitstoot echter met ruim 3 procent. Voor een belangrijk deel was dat terug te voeren op een te geringe verbetering van de energie-efficiency, een maat voor de hoeveelheid energie die nodig is voor de levering van goederen en diensten.

Bij een tegenvallende energie-efficiency moet relatief veel brandstof worden gebruikt, hetgeen een uitstootverhoging van het verbrandingsprodukt kooldioxyde in de hand werkt. De Nota Energiebesparing van het laatste kabinet Lubbers rekende met een verbetering van 2 procent per jaar. In feite beliep deze de afgelopen jaren niet meer dan 1,1 procent. Dit relatief lage percentage is een logisch uitvloeisel van lage energieprijzen en een weinig doortastend energie-efficiencybeleid.

Rekening houdend met de feitelijke ontwikkelingen rekende de Europese Unie (EU) in 1994 voor dat, als alles zo doorgaat, de Nederlandse CO2-uitstoot in de periode 1990-2000 met ongeveer 10 procent zal stijgen. Zulks terwijl in het Nationaal Milieubeleidsplan Plus was voorzien in een daling met 3-5 procent tot 173 à 177 megaton.

Bij de laatste verkiezingen mikte D66, de partij van energieminister Wijers, op een jaarlijkse verbetering van de energie-efficiency met 3 procent. Daarmee zou de doelstelling uit het milieubeleidsplan inderdaad ruimschoots te halen zijn. Niets wijst er echter op dat sedert het aantreden van het paarse kabinet de energie-efficiency met beduidend meer dan 1,1 procent per jaar verbetert. De energieprijzen zijn nog steeds relatief laag.

Bovendien heeft minister Wijers flink gesneden in de door zijn ministerie betaalde energie-efficiency bevorderende activiteiten en halen de energiebedrijven de doelstellingen uit hun efficiency-plannen (MAPs) niet. De door de regering aangekondigde energieheffing voor kleinverbruikers zal deze laatste twee tegenvallers vanaf volgend jaar kunnen compenseren. Maar ook dan zal de verbetering van de energie-efficiency (ceteris paribus) waarschijnlijk niet boven de 1,2 procent per jaar uitkomen.

Het is dan ook geen wonder dat onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB), het Energie-onderzoek Centrum Nederland (ECN) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) voorrekenen dat, als alles zo doorgaat, de doelstelling uit het Nationaal Milieubeleidsplan niet wordt gehaald (NRC Handelsblad, 23 september). De onderzoekers gaan daarbij uit van een jaarlijkse verbetering van de energie-efficiency met 1,2 tot 1,3 procent. Volgens hun berekeningen komt de kooldioxyde uitstoot in 2000 13 tot 19 megaton hoger uit dan de maximaal 177 megaton die past bij het Nationaal Milieubeleidsplan.

De regering heeft deze berekeningen echter niet overgenomen. Dankzij een aantal veranderingen in de becijferingen laat men het op papier voorkomen dat het halen van de CO2-doelstelling wel zal lukken. Tot deze veranderingen behoren on-paarse verwachtingen ten aanzien van economische groei, rekenmethodologisch gegoochel en een energie-efficiencyverbetering van 1,6 procent per jaar.

Op 26 september jongstleden werd de minister over die 1,6 procent aan de tand gevoeld door de Tweede Kamer. Hij hield daarbij vol dat “er geen reden is om te veronderstellen dat we de 1,6 procent efficiencyverbetering niet halen”. Ook beweerde hij dat een hogere economische groei een positieve invloed zal hebben op de efficiencyontwikkeling. De berichtgeving in NRC Handelsblad kon niet worden herleid tot de instituten in kwestie maar kwam volgens Wijers van mensen “die dat in hun vrije tijd hebben gedaan”.

Eerder stelde W. Drees in zijn aan deze krant afgegeven commentaar op de nieuwe begroting, dat hij het milieubeleid van dit kabinet “oplichting op klaarlichte dag” vindt. Het optreden van minister Wijers in de Tweede Kamer lijkt daarbij te passen. Hij rekende zich rijk ten koste van het milieu. De empirische kennis waarover we beschikken maakt het volstrekt onwaarschijnlijk dat bij de door het paarse kabinet uitgezette koers de energie-efficiency met meer dan 1,2-1,3 procent zal verbeteren. Dat is zowel binnen als buiten werktijd een waarheid als een koe.

Bovendien gaat het niet aan, al naar het uitkomt, tegelijkertijd te rekenen met een lage en een hoge economische groei. Daarbij komt dat economische groei bij lage energieprijzen geen onverdeeld genoegen is. Nederland is thans alles bijeen in de Europese Unie een energetisch goedkoopte-eiland. Dit trekt, aangemoedigd door het ministerie van meneer Wijers, energie-intensieve bedrijvigheid aan. Zulks doet de energie-efficiency van de economie als geheel geen goed.

Om de CO2-doelstelling van het Nationaal Milieubeleidsplan wel te halen moet men niet zijn toevlucht nemen tot rekentrucs maar moet het roer in het energiebeleid om.

De technische mogelijkheden voor verbetering van de energie-efficiency zijn zeer groot. Met de beste thans beschikbare technische middelen is het mogelijk hetzelfde te doen als we nu doen, met 30 tot 40 procent van de brandstofinzet. Dit correspondeert met een efficiencyverbetering van in totaal 60 tot 70 procent.

Empirische kennis leert dat hogere energieprijzen een probaat middel zijn om de energie-efficiency op te voeren. Wij weten dat ook uit de eigen economische historie. In de periode van relatief hoge energieprijzen aan het begin van de jaren tachtig verbeterde de energie-efficiency van onze economie bijvoorbeeld met 3-4 procent per jaar.

Thans liggen de vaderlandse energieprijzen ver onder het EU-gemiddelde. Nederland heeft daardoor een aanzienlijke nationale ruimte voor verhoging van de energieprijzen. Ook na volledige invoering van de kleinverbruikersheffing ('ecotax'), waarover later dit jaar moet worden beslist, zullen de prijzen voor kleinverbruikers relatief laag liggen. De prijs voor een kilowattuur elektriciteit komt dan bijvoorbeeld in Nederland uit op 26,5 cent, terwijl deze in België 36 cent en in Duitsland 35 cent beloopt.

Het zou een eerste prioriteit moeten zijn de nationale ruimte voor hogere energieprijzen maximaal te benutten voor het invoeren van ecotaxen. Mits men daarbij de totale collectieve lasten voor het bedrijfsleven niet, of niet tezeer, vergroot kan dit ook voor grote energieverbruikers alleszins overkomelijk zijn. Onderzoekers van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) lieten dat in deze krant al eerder zien voor de glastuinbouw.

Behalve ecotaxen kan ook de gebruikmaking van fiscale voordelen voor verbetering van de energie-efficiency helpen. Fiscale voordelen die bijvoorbeeld de aanschaf van zuinige auto's bevorderen en de terugverdientijd van bedrijfsmatige investeringen in energie-efficiency bekorten kunnen een flinke duw in de goede richting geven.

Een verdere bijdrage aan de benodigde verbetering aan de energie-efficiency kan komen van (strengere) wettelijke eisen. Minister Wijers beschikt over een vrijwel lege Wet Energiebesparing Toestellen. Benutting van deze wet kan de energie-efficiency van apparaten variërend van koelkasten tot elektromotoren sterk opvoeren. Ook via de milieuvergunningen kan energiebesparing worden afgedwongen. Daarnaast kunnen energieprestatienormen voor de woning- en utiliteitsbouw fors worden aangescherpt.

Ook liberalisatie kan de energie-efficiency verder helpen. Dankzij een vergaande kartelvorming zitten we thans opgescheept met sterke beperkingen voor de bouw van nieuwe warmte/krachtinstallaties. Deze zuinige installaties kunnen inefficiënte (en dure) elektriciteitscentrales vervangen. Liberalisatie ten aanzien van warmte/krachtinstallaties kan in 2000 leiden tot een relatieve vermindering van de CO2-uitstoot met naar schatting 3 megaton.

Het is nog alleszins mogelijk, gebruikmakend van een langs bovenvermelde lijnen samengesteld pakket van maatregelen uit te komen op een Nederlandse kooldioxyde-uitstoot van 173-177 megaton in het jaar 2000. Daarvoor is echter wel nodig dat parlement en regering alleen genoegen nemen met reële becijferingen en dat het maatregelenpakket daarop wordt gebaseerd.

    • Medewerker van de Stichting Natuur
    • Lucas Reijnders