Schandaal bij groep Gemina, de 'salon van Italië'

ROME, 11 OKT. “Alleen in Italië kan zoiets gebeuren”, verzucht Piero Bassetti, als voorzitter van de Kamer van Koophandel een van de economische smaakmakers in Milaan. Een van de belangrijkste beursfondsen, Gemina, blijkt ineens met een kolossaal gat te zitten. Boze aandeelhouders schakelen de justitie in, de financiële politie doorzoekt de kantoren, tegen tien topmanagers begint een gerechtelijk onderzoek, en met veel kunst- en vliegwerk wordt voorkomen dat het aandeel Gemina voor langere tijd moet worden geschorst. De prijs gisteren: een koersval van elf procent.

Het is het financiële schandaal van het jaar. Gemina is de salon van de Italiaanse economie, de salotto buono waarin de toonaangevende bedrijven en banken samenwerken. In anderhalf jaar blijkt een Gemina-dochter, de uitgeverij Rizzoli, bijna achthonderd miljoen gulden te hebben verloren. Ook Gemina zelf is hierdoor in de rode cijfers getrokken.

Niemand kan goed uitleggen waar dat gat precies vandaan komt en waarom er in de boeken niets was terug te vinden over problemen. De belangrijkste aandeelhouders van Gemina hebben maandagavond verklaard dat zij het tekort zullen dekken. Dat heeft de rust niet teruggebracht. Volgens de Consob, de commissie die toezicht houdt op de Milanese beurs, is de financiële informatie die Gemina aanbiedt, nog steeds onvoldoende.

Toch is de handel in Gemina, na de schorsing van maandag, gisteren weer toegelaten. Argument hiervoor was dat Gemina ook in Londen en Frankfurt wordt verhandeld. Een groep boze kleine aandeelhouders had gepleit voor een langdurige schorsing. De Consob wilde hier niet aan, uit angst het toch al niet zo beste blazoen van de Milanese beurs verder te bezoedelen.

“Het schade voor ons imago door de Gemina-affaire is groter dan men denkt, vooral in de ogen van buitenlanders”, zei beursvoorzitter Attilio Ventura gisteren. “Het slechte gedrag van een speler op de markt brengt schade toe aan heel de beurs.”

De regels moesten gisteren tot het uiterste worden opgerekt om te voorkomen dat Gemina knock out zou gaan op de Milanese beurs. Normaal wordt de handel stilgelegd bij prijsschommelingen van vijf procent. Gisteren werd die norm eerste verhoogd naar tien procent, toen naar elf, daarna naar twaalf procent. Gemina sloot gisteren op 665 lire, elf procent lager dan de voorgaande beurssessie.

Ondanks de zware klappen voor het aandeel, ondanks de vragen die het gat van 800 miljoen oproept over de boeken van Gemina, over president Giampietro Pesenti en over andere topmanagers, willen de aandeelhouders van Gemina de geplande megafusie met de Ferruzzigroep doorzetten. Via een ingewikkelde reeks fusies, geregisseerd door de handelsbank Mediobanca, zou Gemina de controle krijgen over de Ferruzzigroep. Hiervan is het belang van dertig procent in het agro-chemische concern Montedison het aantrekkelijkste onderdeel.

Het plan van Mediobanca was al omstreden omdat het de bestaande machtsconcentratie versterkt. SuperGemina, zoals de nieuwe holding is gedoopt, zou het tweede particuliere bedrijf van het land worden, en in feite worden gecontroleerd door Mediobanca en door Fiat, het grootste particuliere bedrijf.

Nu groeit de kritiek op de financiële ondoorzichtigheid van het SuperGemina project. Een essentieel element van het plan is het vaststellen van een reële waarde voor de bedrijven die fuseren, omdat het gaat om een aandelenruil. Niemand durft nu te zeggen hoeveel Gemina waard is. Gevreesd wordt dat het justitiële onderzoek nieuwe gaten aan het licht brengt.

Openbare aanklager Francesco Greco, lid van de Milanese smeergeldgroep, heeft gezegd dat zijn onderzoek naar mogelijke financiële fraude en vervalsing van de boeken bij Gemina en een aantal dochters prioriteit krijgt, om de negatieve gevolgen voor de beurs zoveel mogelijk te beperken.

Greco heeft invallen laten plegen bij Gemina en bij vijf dochterondernemingen: RCS Editori, uitgever van onder andere de Corriere della Sera; Gemina Servizi Finanziari; Gemina Capital Markets; RCS Libri-Grande Opere; en Rateal Factoring, een incasseringsbedrijf dat onlangs door Gemina is verkocht.

Allereerst probeert hij uit te zoeken wat er waar is van de officiële verklaring. Die luidt dat de verliezen zijn veroorzaakt door tegenvallende resultaten bij RCS Libri-Grande Opere. Dit onderdeel van de uitgeverij verkoopt encyclopedieën en andere kostbare, uit verscheidene delen bestaande verzamelingen boeken op afbetaling. Hier zou het gat zitten. RCS Libri had de vorderingen op zijn klanten verkocht aan Rateal Factoring. Hierbij waren twee tegenstrijdige afspraken gemaakt over betalingen. Een luidde dat Rateal Factoring meteen zou betalen, een andere, onlangs aan het licht gekomen, dat Rateal pas zou betalen als de bij de klanten uitstaande schuld daadwerkelijk was geïncasseerd. Zolang beide bedrijven nog onderdeel waren van Gemina gaf dit niet zoveel problemen. Maar toen Rateal Factoring onlangs werd verkocht, eiste het bedrijf zijn geld terug van Gemina, zwaaiend met de afspraak dat het pas later had hoeven te betalen.

Dit is niet de enige onduidelijkheid in de affaire. Ook de overname in 1990 door Rizzoli van de uitgeverij Fabbri, het bedrijf achter de boeken op afbetaling, is met vraagtekens omgeven. Fabbri werd verkocht door de holding IFI, die wordt gecontroleerd door Fiat. IFI stelde zich voor drie jaar garant voor eventuele verborgen schulden bij Fabbri. Dan is het wel erg toevallig dat de problemen bij RCS Libri, waarin Fabbri is opgegaan, pas aan het licht zijn gekomen in 1994, toen de drie jaar waren verstreken.

Officier van justitie Greco wil nog verder terug gaan, naar het jaar 1984, toen de hele uitgeverij Rizzoli door Gemina werd gekocht. Gemina (en dat was toen nog meer dan nu in feite Fiat) kocht toen voor weinig geld een noodlijdend bedrijf waarop ook door anderen werd geaast. Al heel snel was Rizzoli tien keer zoveel waard als wat Gemina ervoor had gekocht. Al zijn er vooralsnog geen aanwijzingen dat die overname enige rol speelt in de problemen die Gemina nu heeft, nog steeds zijn niet alle details ervan duidelijk.

Dat een lid van de Milanese smeergeldgroep het onderzoek naar Gemina leidt, is geen toeval. Het parket van Milaan heeft sinds 1992 de corrupte banden blootgelegd die bestonden tussen politieke partijen en bedrijven, zowel in de staats- als in de particuliere sector. Dat werd gezien als het begin van een grote schoonmaak, een poging een einde te maken aan een aantal slechte gewoontes. De gewoonte van toonaangevende bedrijven om onderling hun zaken te regelen, over de hoofden van kleine aandeelhouders heen en zonder hen volledig op de hoogte te stellen, hoort daar ook bij. Dat is de eigenlijke inzet van de Gemina-affaire.