Principes verscheuren bankbonden

ROTTERDAM, 11 OKT. Op de hoofdkantoren van ABN Amro en ING zal de wraak zoet smaken. Twee jaar lang hebben de bankiers in Amsterdam Zuid-Oost knarsetandend geleden onder het gezamenlijk offensief van de vakbonden. Een offensief dat de bankensector uiteindelijk tegen wil en dank begin dit jaar zelfs de rol van voortrekker op het gebied van moderne arbeidsvoorwaarden opleverde.

De eensgezindheid tussen de bonden lijkt echter zijn langste tijd te hebben gehad. De FNV Dienstenbond heeft zijn leden deze week toestemming gevraagd om bij ING zelfstandig verder te onderhandelen over een sociaal plan waarin gedwongen ontslagen niet zijn uitgesloten. De andere bonden, die de voorstellen van ING nog steeds afwijzen, zijn teleurgesteld over de beslissing van de FNV-bond. Als reactie hebben de Dienstenbond CNV, de Beroepsvereniging Banken en Verzekeringen (BBV) en de Unie BLHP gisteren zonder de FNV-collega's vergaderd over de aanpassing van het sociaal plan bij ABN Amro. Ook hier is het vraagstuk van de gedwongen ontslagen het struikelblok.

De scheuring in het vakbondsfront bij ING hangt vooral samen met een afweging tussen pragmatiek en principes. De FNV Dienstenbond is bang dat het overleg tussen vakbonden en ING stopgezet wordt wanneer de bonden blijven vasthouden aan het standpunt dat er geen gedwongen ontslagen mogen vallen. In dat geval zijn de vakorganisaties (en de leden die zij vertegenwoordigen) nog veel verder van huis, zo redeneren de FNV-bestuurders, omdat ING dan op eigen houtje aan de slag kan. Alleen voor grote reorganisaties is het concern dan nog verplicht om met de vakbonden in contact te treden.

Volgens de FNV-bestuurders dreigen de collega's bovendien het zicht te verliezen op het totaalpakket maatregelen dat ING in het sociaal plan aanbiedt. ING wil een sociaal plan afspreken voor de hele groep (bank en verzekeringen), waarin bijvoorbeeld het instrument van arbeidsduurverkorting ook voor het verzekeringspersoneel kan worden ingezet. Pas wanneer alle instrumenten gebruikt zijn (zoals scholing of outplacement) zal ING werknemers gedwongen op straat zetten, zo blijkt uit deze voorstellen.

De andere bonden vinden desondanks dat hun FNV-collega's een flinke stap te ver gaan. Zij vrezen op een hellend vlak terecht te komen door bij ING in te stemmen met gedwongen ontslagen, omdat in het overleg met andere banken deze afspraak dan ook steeds ter tafel zal komen. Bij ABN Amro bijvoorbeeld, waar al maanden onderhandelingen gaande zijn over een oprekking van het vorig jaar afgesloten sociaal plan. Deze bank wil eveneens de mogelijkheid krijgen om overtollige werknemers die noch intern noch extern herplaatst kunnen worden, te ontslaan.

Ook bij ABN Amro is tussen de bonden een interne discussie losgebarsten over de gedwongen ontslagen. Maar anders dan bij ING lijkt de FNV-bond hier niet van plan te zijn op eigen houtje met de bank afspraken te maken. Dat kan ook niet omdat bij ABN Amro een bestaand contract zou moeten worden opengebroken. Hiervoor is de toestemming nodig van alle contractpartijen.

Dat het vakbondsfront barstjes gaat vertonen, hangt samen met de toenemende druk die op de bonden wordt uitgeoefend. De werkgelegenheid in het bankbedrijf kalft de laatste jaren in zo'n hoog tempo af dat het voor de vakbonden nauwelijks is bij te benen. De bonden hoopten met de nieuwe CAO die ze begin dit jaar voor de ruim 100.000 werknemers hebben afgesloten (met loonmatiging en flexibilisering in ruil voor een 36-urige werkweek) de komende tijd juist wat lucht te krijgen. Het omgekeerde is echter het geval gebleken, doordat zowel ING als ABN Amro een eigen offensief is begonnen om de uitstoot van personeel te vergemakkelijken.

De vakbondsbestuurders moeten de komende maanden een moeizame balans zien te vinden tussen de eisen van de werkgevers en van hun leden. De bonden krijgen te maken met een steeds ongeduldiger achterban die wat terug wil zien van de offers die hij tijdens het CAO-overleg heeft gebracht. Wat de leden het liefste willen - de garantie op een baan - lijkt echter juist hetgene te zijn dat de vakbonden niet meer kunnen bieden.