Ondanks verzet reorganisatie van rechtspraak

DEN HAAG, 11 OKT. Minister Sorgdrager (justitie) wil de samenvoeging van rechtbanken en kantongerechten doorvoeren, ondanks felle kritiek van de kantonrechters.

De minister heeft de ingangsdatum van de integratie wel een half jaar uitgesteld, tot 1 juli 1997.

Dit blijkt uit een notitie die Sorgdrager recentelijk heeft gestuurd aan rechtbankpresidenten, kantongerechten en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Tijdens een overleg met het bestuur van de Kring van Kantonrechters, gisterochtend, werd de onenigheid tussen Sorgdrager en de kantonrechters niet uit de weg geruimd. Wel is de minister bereid haar oorspronkelijke plannen aan te passen om deels aan hun kritiek tegemoet te komen. In de ogen van de kantonrechters gaan de aanpassingen lang niet ver genoeg. Zij vrezen dat de zaken die nu bij hun gerechten worden behandeld in de toekomst langer gaan duren en voor de burger duurder worden.

Desondanks kondigt Sorgdrager in de notitie aan haar wetsvoorstel voor de integratie “op betrekkelijk korte termijn” - in elk geval nog dit jaar - in te dienen bij de Tweede Kamer. Het voorstel ontmoette in juni al veel kritiek van de Raad van State. Die adviseerde de invoering van de plannen “nog enige jaren” uit te stellen. Ook in de Eerste en Tweede Kamer gingen daar afgelopen zomer al stemmen voor op. De voordelen die de minister signaleerde kunnen pas op de lange termijn gerealiseerd worden, meende de Raad van State. Verder vreesde de Raad dat de rechtbanken niet voorbereid zijn op hun nieuwe werkzaamheden. Uit onderzoeken blijkt dat de rechtbanken de eerste fase van de reorganisatie, begin vorig jaar, nog lang niet hebben verwerkt en met een grote werkachterstand kampen.

Dit blijkt ook uit een interne brief van het ministerie van justitie. Het hoofd van de directie rechterlijke organisatie van het departement, P. Jägers, schreef onlangs dat de resultaten van de sectoren bestuursrecht bij de arrondissementsrechtbanken “onverminderd zorgwekkend” zijn. De sectoren kampen met “een te lage produktiviteit” en een “kwaliteitsprobleem in verband met de werving en opleiding van nieuw personeel”.

De integratie van kantongerechten en rechtbanken is de tweede fase van een grootscheepse herziening van de rechterlijke organisatie. Eerder werden onder meer al de raden van beroep naar de rechtbanken overgeheveld. Volgens Sorgdrager heeft de samenvoeging van de achttien rechtbanken en de eenenzestig kantongerechten onder meer als voordeel dat de rechtseenheid wordt bevorderd, omdat de rechtspraak in eerste aanleg niet meer wordt verspreid over twee rechtsprekende instanties.