Minder CO2 kan, maar kost meer geld

Niets wijst erop dat het paarse kabinet de milieuvervuiling zal kunnen terugdringen zoals beoogd, aldus Lucas Reijnders. Energie is simpelweg nog steeds te goedkoop. Roel den Dunnen erkent dat het kabinet niet veel langer om de hete brij kan heendraaien. De keuze is: doelstellingen afzwakken òf hogere kosten accepteren.

De beoordeling van het CO2-beleid van het paarse kabinet lijkt steeds meer een kwestie van toonzetting te worden. Ten onrechte wordt de indruk gewekt dat het kabinet denkt de gestelde CO2-doelen voor het jaar 2000 makkelijk te kunnen halen. Dat is in geen geval de strekking van de brief die minister De Boer (VROM) half september aan de Tweede Kamer heeft gezonden. In de brief wordt juist aangegeven dat de doelstelling alleen binnen bereik blijft, indien de economische groei niet te sterk is en het beleid voor energiebesparing en mobiliteitsreductie volledig verloopt volgens de verwachtingen van het kabinet.

In dat licht is het natuurlijk verontrustend dat de instituten RIVM, CPB en ECN een lagere effectiviteit van het ingezette energiebesparingsbeleid veronderstellen. Dit verschil is onder meer te verklaren uit het wèl (ministeries) of níet (instituten) meenemen van reeds aangekondigd, maar nog niet geheel in uitvoering gebracht beleid.

In de brief wordt verder aangegeven welke direct uitvoerbare extra maatregelen het kabinet op korte termijn heeft kunnen vinden om de dreigende overschrijding van de CO2-doelstelling te voorkomen. Dit pakket is beperkt van omvang, maar bevat in tegenstelling tot de suggestie die wordt gewekt in NRC Handelsblad van 23 september niet enkel loze maatregelen. De gepresenteerde CO2-effecten zijn additioneel ten opzichte van het voorgenomen beleid.

In de 'CO2-brief' is tevens een maatregel opgenomen om de methaan-emissie te verminderen. Vanuit het broeikasprobleem is dit een zeer zinvolle maatregel. Op geen enkele wijze is deze maatregel gebruikt om een eventueel CO2-beleidstekort te compenseren. De omvang van het pakket hangt samen met het feit dat het moest passen binnen de uitgangspunten die voor het klimaatbeleid steeds hebben gegolden, namelijk dat de te nemen maatregelen ook voor andere redenen dan het klimaatsprobleem te rechtvaardigen moeten zijn.

Al met al blijkt het een lastig karwei en is het halen van de doelstelling zeker geen gelopen race.

Daarnaast heeft het kabinet toegelicht dat de wijze van berekenen van de emissie is aangepast. Ook is aangegeven welk effect dat heeft op de gekozen doelstelling. Een en ander is nog eens uitvoerig toegelicht in een bijlage bij de brief. Met deze aanpassing van de berekeningswijze wordt vooruit gelopen op de Vervolgnota Klimaatverandering waarin deze omzetting zou worden uitgevoerd. Nederland sluit zich hiermee aan bij de in internationaal verband afgesproken berekeningswijze. Dat hiermee de beleidsproblemen enigszins worden beperkt, wordt op geen enkele wijze ontkend.

De essentie van het debat is dat Lucas Reijnders, zoals elders op deze pagina aangegeven, en anderen vinden dat het kabinet meer beleid moet maken. Het probleem daarbij is dat er steeds minder mogelijkheden zijn om binnen de afgesproken kaders nog kosteneffectieve maatregelen te vinden. Lage energieprijzen maken veel maatregelen al snel zó onrendabel, dat er een forse kostenpost ontstaat. En daar zit natuurlijk, zoals Reijnders terecht stelt, het knelpunt. Het kabinet meent dat het klimaatbeleid van Nederland vooralsnog moet plaats vinden op basis van maatregelen die ook voor een ander doel te rechtvaardigen zijn.

Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat dit uitgangspunt niet meer te verenigen is met de gekozen CO2-doelstelling. Er zal moeten worden gekozen: de CO2-doelstelling loslaten of hogere kosten accepteren. Het zal niet verbazen dat daarover in vele geledingen verschillend wordt gedacht.

Besluiten over dit dilemma kunnen alleen verantwoord worden genomen als de nieuwe feiten over ernst en omvang van het klimaatprobleem erbij worden betrokken. Hierbij spreekt het tweede rapport van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) een belangrijke rol. Het rapport van deze groep van toonaangevende klimaatwetenschappers zal in december verschijnen. Inmiddels is al duidelijk dat in het rapport de conclusie getrokken zal worden, dat het zo goed als zeker is dat nu reeds mondiaal klimaatverandering optreedt ten gevolge van menselijk handelen.

Mede op grond van deze rapportage zullen keuzen worden gemaakt voor het langere-termijnbeleid. Hierbij komt zonder twijfel de vraag naar voren in hoeverre Nederland kosten zal gaan maken bij de aanpak en wie die moet betalen. In de Vervolgnota Klimaatverandering die in januari 1996 zal verschijnen zullen deze aspecten aan de orde komen. In de CO2-brief is tevens aangegeven dat de ontwikkeling van de CO2-emissies tot het jaar 2000 nauwlettend wordt bijgehouden, opdat tijdig mede op basis van dan aanwezige inzichten en in samenhang met belangrijke nota's die dan zijn of worden uitgebracht (Nota Energiebeleid en Vervolgnota Klimaatverandering) nieuwe afwegingen kunnen worden gemaakt.

Intussen wordt hard gewerkt om binnen de afgesproken kaders het maximale te doen. Hierbij wordt een CO2-reductiebeleid ontwikkeld dat internationaal de toets der kritiek ruimschoots kan doorstaan. Het is echter een beleidsproces dat stap voor stap verloopt. Het eerste maatregelenpakket stamt uit het NMP-1. Toen werd nog voornamelijk gebruik gemaakt van het bestaande subsidie-instrumentarium. Vervolgens zijn er in het NMP-plus, de nota Energiebesparing en het Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer aanvullingen en vernieuwingen doorgevoerd. Nieuwe benaderingen zoals het MAP van de distributiebedrijven en de meerjarenafspraken met de industrie gingen een belangrijke rol spelen. Bij het maken van het NMP-2 en de Vervolgnota Energiebesparing bleken er weer tegenvallers te zijn en is er weer gekozen voor een uitbreiding. De regulerende kleinverbruikersheffing kwam in beeld en de meerjarenafspraken werden ondersteund met de mogelijkheid om vergelijkbare voorzieningen te treffen in de milieuvergunningen.

Nu bij de CO2-brief is er wederom tot een uitbreiding besloten. Telkens gaat het hierbij om nieuwe beleidsmaatregelen. Het is nu eenmaal niet zo dat de schappen vol met kant en klare maatregelen liggen die bovendien haalbaar zijn binnen de randvoorwaarden zoals die nu gelden.

De gedachte van Lucas Reijnders om het probleem aan te pakken met behulp van een hoge energieheffing, strenge regelgeving ondermeer via de milieuvergunning en een aantal fiscale voorzieningen vormt in feite inmiddels de kern van het beleid.

Met deze instrumenten kunnen grote en kleine energieverbruikers op een passende wijze worden aangezet tot energiebesparing en CO2-reductie. De mate waarin deze instrumenten ingezet kunnen worden hangt vooral af van de vraag of de kosten die ermee samenhangen verantwoord worden gevonden. Daar signaleer ik een begrijpelijk verschil van maatvoering tussen Reijnders en het kabinet. Reijnders wil, vanuit de ernst van het klimaatprobleem redenerend, een snelle en krachtige aanpak die zeker aanmerkelijke kosten met zich mee zal brengen. Het kabinet constateert dat men in de Tweede Kamer en in brede geledingen van de samenleving in meerderheid nog niet zover is.

Ik ben ervan overtuigd dat het verschil van inzicht ten aanzien van maatvoering van het te voeren beleid kleiner zal worden naarmate de samenleving (in Nederland en in de rest van de wereld) meer overtuigd raakt van de ernst van het klimaatprobleem.

    • Ruimtelijke Ordening
    • Roel den Dunnen