Een Byzantijns hof met Peperiaanse hofhouding

P. Aubert, leider van de PvdA-fractie in de gemeenteraad, trad gisteren af, na scherpe kritiek te hebben geuit op burgemeester Peper. Het eerste slachtoffer van de machtsstrijd binnen de Rotterdamse PvdA.

ROTTERDAM, 11 OKT. De marmeren plavuizen van het Rotterdamse stadhuis aan de Coolsingel glanzen weer. “Dat is sinds de burgemeester wat heeft met Neelie”, zegt een ambtenaar. “Ze ergerde zich rot aan die vuile vloeren. We moesten van haar een ander schoonmaakmiddel gaan gebruiken.”

In de wandelgangen van het stadhuis is de levenspartner van de Rotterdamse burgemeester Bram Peper een populair gespreksonderwerp. Nu Peper weer onder druk staat - onder meer door zijn handelwijze bij de sluiting van de drugsgedoogzone Perron Nul - coacht Neelie Peper-Kroes haar echtgenoot meer dan ooit. Zij is, zo wordt gefluisterd, een promotiecampagne voor de burgemeester begonnen. 'Peper on tour', noemen ambtenaren dat gekscherend. Zo bezocht de burgemeester onlangs per tram de wijk Spangen, waar de bewoners al maanden harde acties voeren tegen het drugstoerisme. “Bram kan nooit op dat idee gekomen zijn. Hij laat zich altijd overal naar toe rijden door zijn chauffeur in de dienstauto”, zegt een raadslid.

Enige Peper-promotie is in deze dagen wel op zijn plaats. Tussen het nieuwe college van b en w en de PvdA-fractie wil het niet boteren, binnen het college woedt een machtsstrijd tussen Peper en de PvdA-wethouders Simons en Kombrink. Gisteren trad PvdA-fractieleider P. Aubert terug, het eerste slachtoffer van de politieke chaos. Een chaos die des te pijnlijker is voor wie zich de hooggestemde verwachtingen van vorig jaar herinnert. Het nieuwe, raadsbrede college - PvdA, VVD, CDA, D66 en GroenLinks - moest voor stabiliteit zorgen. Maar de partij die al een kwart eeuw elk Rotterdams college overheerst, de PvdA, is gevaarlijk instabiel. En Peper is daaraan medeschuldig.

De onvrede binnen de partij over Peper, door zijn positie het gezicht van de PvdA in Rotterdam, is van oudere datum. Zijn imagoproblemen hangen samen met zijn persoonlijkheid en zijn opvattingen van het burgemeestersambt. Peper ziet zichzelf niet als ceremonieel figuur of verzoener van politieke tegenstellingen binnen raad en college, maar als een lokale minister-president. Hij is een Macher, die zijn zaakjes regelt via zijn netwerk en het uiterste haalt uit de zijns inziens te beperkte bevoegdheden van het burgemeestersambt. Wordt Peper gedwongen tot een publieksaktie - zoals het op een tandemfiets door de wijken rijden om contact te maken met 'gewone Rotterdammers' of het in een kanariegeel pak door de wijken trekken op Opzoomerdag - dan maakt Peper een licht verkrampte indruk. “Als ik populair word, dan moet ik uitkijken”, verklaarde hij begin jaren tachtig.

Zijn eigengereidheid en onhandigheid leverde sinds zijn aantreden in 1982 periodiek een affaire op. Begin jaren tachtig raakte hij in opspraak door een agent uit te kafferen die hem op de bon slingerde en door een geruchtmakend interview met Ischa Meijer, waarin hij wat al te openhartig uitlegde hoe hij dacht Rotterdam te runnen. Toen al zegde de toenmalige PvdA-fractie hem de wacht aan. Een dieptepunt vormde de viering van Rotterdam 650 in 1990, die onder regie van Peper een fiasco werd. Tussendoor waren er grote en kleine uitglijders, zoals vorig jaar zijn 'ambtswoning', die Peper via een zakenvriend op de kop tikte en door de gemeente wilde laten betalen.

De opgekropte spanningen tussen de PvdA-fractie en Peper kwamen onlangs tot ontlading tijdens een debat over de ontmanteling van Perron Nul. Fractieleider Aubert ergerde zich eraan, dat Peper niet wilde toegeven dat er bij de sluiting van dit verslaafdenproject in december vorig jaar van alles was misgelopen. De feiten spraken boekdelen, vond hij, verwijzend naar een rapport van hoogleraar U. Rosenthal.

Uit het rapport bleek dat Peper bewust op de ontmanteling had aangestuurd zonder eerst te zorgen voor alternatieve opvangplekken in de stad. Ook zou de burgemeester mede-verantwoordelijk zijn voor de onbeheersbare situatie die was ontstaan rond Perron Nul. Een meerderheid van de PvdA-fractie deelde deze kritiek en stemde voor een motie van afkeuring tegen Peper. In de dagen na het debat liet Aubert weten geen traan te zullen laten wanneer Peper snel uit Rotterdam zou verdwijnen. Daarmee ging hij kennelijk te ver. Maandag maakte hij bekend af te treden.

Spanningen zijn er ook binnen het college van b en w. Met de komst van de beide wethouders Simons en Kombrink verzuurden de verhoudingen. “Er is eigenlijk een paleisrevolutie gaande, waarbij niet direct gevochten wordt om de kroon van Peper”, zegt een hoge ambtenaar. “Het is subtieler. Peper heeft op het stadhuis een Byzantijns hof gecreëerd met een Peperiaanse hofhouding. Daar lopen wethouders als Simons en Kombrink tegenaan als ze dingen gedaan willen krijgen. Zij bouwen daarom nu een eigen kader op van vertrouwelingen. Dat geeft spanningen tussen de kampen.”

Frontale aanvaringen deden zich vorig jaar al voor. Kort na het aantreden van het nieuwe college raakte de nieuwbakken wethouder H. Simons (veiligheid) in een competentiestrijd verwikkeld met 'oudgediende' Peper (politie en openbare orde). Strijdpunt was het drugs- en veiligheidsbeleid. “Peper voelde zich als burgemeester verantwoordelijk voor de veiligheid in de stad. Hij heeft op dit gebied bevoegdheden die een wethouder veiligheid niet heeft”, zegt raadslid J. Henderson (PvdA). Van die speciale bevoegdheden maakte Peper gebruik toen hij vorig jaar over de hoofden van de wethouders en raadsleden heen de Mobiele Eenheid de opdracht gaf Perron Nul schoon te vegen. Henderson: “Op de fractie hoorde we dat gerucht. De politie bevestigde de opdracht voor het ontruimen. Toen kwam Simons de fractiekamer binnenstormen. Hij bezwoer ons dat de ME helemaal niet klaar stond. Er is toen ook niets gebeurd. Officieel niet, dus ook politiek niet.”

Het conflict verstoorde wel de goede verhoudingen tussen beide PvdA-bestuurders. Simons, in Den Haag 'opgebrand' als staatssecretaris van Volksgezondheid, keerde na een lobby van zijn 'oude vriend' Peper terug naar de lokale politiek. Als redder van de PvdA werd hij door Peper op het bordes van het stadhuis ontvangen. De relatie is inmiddels bekoeld. Simons ziet zichzelf - zo liet hij in eigen kring vallen - steeds meer “als een rem” op het grillige handelen van de burgemeester op het gebied van het veiligheidsbeleid. “Zij gaan nog net samen door één deur”, vertelt een raadslid.

Een tweede aanvaring had Peper met Kombrink. De wethouder ruimtelijke ordening en regiovorming torpedeerde Pepers idee van een ambtswoning, nadat bleek dat de burgemeester op eigen houtje opdracht had gegeven een villa voor dat doel aan te schaffen. Een ander twistpunt ontstond rond de vorming van de stadsprovincie Rotterdam. Peper zag dit als zijn paradepaardje, maar Kombrink liet zich niet meesleuren in zijn enthousiasme. Hij wachtte met een oordeel over de regiovorming tot hem precies was voorgerekend wat de financiële en ambtelijke consequenties waren. Dat werd door de regiobestuurders - en ook door Peper - als dwarsdraverij ervaren. Zeker toen 'Rotterdam' steeds meer aanvullende eisen op tafel legde, met als hoogtepunt uiteindelijk het referendum van 7 juni.

Volgens hoogleraar P. Tops, die in opdracht van het gemeentebestuur een evaluatie maakte, veranderde door het referendum het bestuursklimaat. Het wantrouwen groeide. Wat nog versterkt werd door de weinig efficiënte verdeling van de portefeuilles: de taken waren bij de formatie zo verdeeld dat elke wethouder wel een hand in andermans portefeuille had.

Een 'vechtcollege' noemde professor Rosenthal het huidige college van b en w. In een reactie zegt wethouder Kombrink zich niet in die kwalificatie te kunnen vinden. “Meningsverschillen horen bij de politiek”, is zijn oordeel. “De verhoudingen tussen de gekozen wethouders zijn gemiddeld gesproken uitstekend. Het college treedt zelden of nooit verdeeld naar buiten toe. Eigenlijk is dat alleen bij het referendum anders geweest.”

Toch zorgt vooral de verdeeldheid van het college voor kritiek bij de raadsfracties. Het college functioneert niet als een team, oordeelt fractievoorzitter F. Ravestein van D66. “Van een burgemeester verwacht je dat hij leiding geeft, dat hij probeert er een team van te maken.”

E. Ter Kuile, fractievoorzitter van de VVD, vindt dat Peper niet alle blaam treft. “Af en toe heb ik het gevoel dat die twee PvdA-wethouders Simons en Kombrink wel erg druk bezig zijn met burgemeester Peper. En Peper met hen. Daar zitten alle mogelijke verborgen agenda's achter. Treurig.”

    • Coen van Zwol
    • Peter de Greef