De harde gulden

Grafiek: De Nederlandse gulden is hard. Een hoge koers van de gulden ten opzichte van een buitenlandse munt maakt het aantrekkelijk voor een Nederlander om in een dergelijk land vakantie te houden. Ook import van buitenlandse produkten wordt goedkoper. Toch kleven er ook nadelen aan een sterke munt. Een hoge koers van de gulden maakt Nederlandse uitvoerprodukten duur en dus moeilijker verkoopbaar in het buitenland.

De ecu, die werd ingesteld als rekeneenheid bij de oprichting van het Europese Monetaire Stelsel (EMS) in 1979, bestaat uit een gewogen gemiddelde van alle EU-munten. Het gewicht dat aan een munt wordt toegekend, weerspiegelt het economische gewicht van het betreffende land. De gulden heeft een aandeel van 10,23 procent en staat daarmee vierde op de ranglijst van valuta die de waarde van de ecu bepalen. De Griekse drachme, het Britse pond (sinds 16 september 1992 toen onder andere George Soros' Quantum Fonds 1 miljard dollar winst maakte op de devaluatie van het pond) en de Italiaanse lire nemen geen deel aan het wisselkoersmechanisme van het EMS. De overige munten mogen sinds augustus 1993 maximaal 15 procent afwijken van de centrale koers. Alleen voor de gulden en de D-mark geldt een bandbreedte van 2,25 procent.