Coffeeshops hoeven in Amsterdam niet weg

AMSTERDAM, 11 OKT. Amsterdam gaat geen 'uitsterfbeleid' voeren ten aanzien van de verkooppunten van softdrugs. Dat blijkt uit het voorstel van burgemeester Patijn dat het college van B en W gisteren heeft aangenomen. Wel wordt het huidige aantal coffeeshops bevroren en moeten de eigenaren een vergunning aanvragen.

In april kondigde Patijn nog aan dat het aantal van 450 Amsterdamse coffeeshops die hasj verkopen, tezijnertijd tot zo'n 200 zou worden teruggebracht. Als een eigenaar zijn bedrijf zou verkopen, zo was de bedoeling, was daarmee de exploitatie als coffeeshop beëindigd. De nieuwe eigenaar zou niet opnieuw softdrugs mogen verkopen.In de huidige voordracht, twee weken na de drugsnota van minister Sorgdrager (justitie), stelt het college voor de 'goede' coffeeshophouders een exploitatievergunning te verstrekken. Van terugdringing van het aantal, zoals de drugsnota voorstaat, is geen sprake meer. In de coffeeshops mag niet langer zowel softdrugs als alcohol worden verkocht. Ze moeten om twaalf uur 's avonds dicht. Na sluiting op last van justitie (bijvoorbeeld wegens de verkoop van harddrugs) mag de zaak niet meer worden heropend. En in een straat met een 'overconcentratie' van coffeeshops mag een eigenaar zijn zaak niet verkopen. Gaat een coffeeshop daar dicht, dan blijft die gesloten.

“Terugdringing van het aantal coffeeshops is geen doel op zich”, zei Patijn gisteren. “Het doet er niet toe of er 200 of 450 zijn, als ik ze maar in de hand kan houden.” Volgens hem is een exploitatievergunning daarvoor een goed instrument. Hij gaf toe dat de voorwaarden voor overdracht nog niet waterdicht zijn.

Patijn verwacht echter de meeste problemen met de voorwaarde dat de zaken moeten kiezen voor alcohol of softdrugs. Het gaat daarbij om zo'n 100 van de 450 zaken. Met name de collegepartijen VVD en D66 zijn het met die voorwaarde niet eens. Volgens Patijn zijn dat de zaken die de meeste overlast geven en is de combinatie van alcohol en softdrugs medisch riskant.