China's jeugd heeft 'hekel' aan ideologie

De Chinese president en partijleider Jiang Zemin riep in een deze week gepubliceerde rede herinneringen op aan de tijden van weleer, onder Mao. Maar zijn hang naar het verleden kan op weinig instemming rekenen onder de Chinese jeugd.

PEKING, 11 OKT. Er gaat een zucht van verlichting door het lokaal. Zojuist is de bel gegaan en de politieke les van klas 4-b is voorbij. De leerlingen van de nummer 4 middelbare school in Peking hijsen zich vermoeid uit de banken. Het onderwerp van het afgelopen uur was de materialistische dialectiek van Karl Marx. “Oninteressant”, zegt een zestienjarige leerling verveeld op weg naar buiten.

Volgens Zhang Yunshang, de 33-jarige docent politiek, ligt het aan het lesboek. “Op dit moment is het boek dat we gebruiken al stukken beter dan voorheen, maar het blijft roeien met de riemen die we hebben.” Zhang legt uit dat ze tijdens haar lessen grote behoefte heeft aan een 'stabiele theorie'. Maar dat lijkt in de snel veranderende samenleving die China de afgelopen jaren is, bijkans onmogelijk. “Er staan altijd tekstgedeelten in het lesboek die absoluut niet stroken met de dagelijkse realiteit van de leerlingen”, aldus Zhang.

Het ideologisch onderwijs in China kampt met identiteitsproblemen. Na jaren van gehoorzaam ja-knikken zijn de leerlingen en de ouders in het China van de jaren negentig mondiger geworden. Ze hebben genoeg van de wereldvreemde lessen in de politiek, en denken dat niet alleen, ze zeggen het ook. De autoriteiten zijn daar niet blij mee, maar ook veel leraren vinden dat een zorgelijke ontwikkeling, want, zo zeggen zij, de Chinese jeugd verkeert in een morele crisis en mist een ideologie die richting geeft. De jeugd zelf denkt daar enigszins anders over en beschouwt de lessen als een noodzakelijk kwaad. Want zoals iedere leerling kan vertellen, wil je in aanmerking komen voor een goede vervolgopleiding, dan zal je beslist een voldoende moeten halen op het eindexamen politiek.

“Ik heb een rothekel aan de politieke lessen”, zegt Yun Hong nadat zij haar walkman heeft uitgezet. “De dingen die we leren zijn zinloos en ik begrijp er meestal niets van. De 17-jarige leerling zit op de 119de middelbare school in het oosten van de stad. “Ik heb met vijf vriendinnen afgesproken dat altijd één van ons oplet en aantekeningen maakt. Op die manier kunnen de anderen zinnige dingen doen, zoals de Engelse les voorbereiden.” Yun Hong vertelt dat ze een zeer schappelijke leraar heeft die zijn leerlingen 'matst' tijdens het nationale eindexamen. Van vrienden die vorig jaar examen hebben gedaan heeft ze gehoord dat hun leraar precies vertelt wat de vragen zijn en dat ze het lesboek bij de hand mogen houden.

Dat is op de nummer 4 middelbare school uitgesloten. Maar volgens rector Wang Zhaoji is het nationaal examen wel een probleem. “Als dat niet zo ouderwets van inhoud zou zijn dan zouden we de lessen een stuk interessanter kunnen maken”, aldus Wang. Zijn leerlingen zullen echter alles moeten kunnen oplepelen, van Karl Marx tot Mao Zedong. Dat heeft een reden, want de school van Wang behoort tot één van de betere scholen in de stad en jaarlijks gaan veel van de leerlingen die zijn geslaagd voor het eindexamen naar de beste universiteiten. “De meeste van hen komen uiteindelijk terecht op invloedrijke posities en dan is het wel van belang dat ze de politieke principes van dit land begrijpen.”

Wang hecht grote waarde aan het politiek onderricht. “De jeugd is het spoor bijster en wij moeten hen weer richting geven in een vocabulair dat zij begrijpen en dat is iets wat nu ontbreekt.” Volgens Wang is het allemaal misgegaan aan het einde van de jaren zeventig, toen China zich ontdeed van zijn isolationistische politiek en de deuren naar en voor het buitenland opende.

Wang: “Na 1949 heeft de communistische regering zich hoofdzakelijk bezig gehouden met de klassestrijd. Iedereen werd bijgebracht wat goed en slecht was. Goed was loyaliteit jegens de partij, de regering en het vaderland. Slecht was kritiek en initiatief.” Dat was tevens een periode waarin de samenleving met harde hand werd vrijgemaakt van corruptie, drugs en prostitutie. “Een schone wereld zonder een diepgewortelde moraal”, aldus Wang.

De Culturele Revolutie (1966-1976) maakte daar subiet een einde aan. Met de desastreuze politieke campagne, waarbij werd afgerekend met al het traditionele en intellectuele erfgoed, verdween het gehele maatschappelijke normen- en waardenstelsel, zonder dat er iets nieuws voor in de plaats kwam. Dat was het China dat zich in 1978, twee jaar na het einde van de Culturele Revolutie, openstelde voor het buitenland. “Een totaal ontwortelde samenleving die zich blootgaf aan alle goede, maar vooral ook slechte invloeden uit het Westen”, zegt Wang. “Geen wonder dat de Chinese jeugd in een morele crisis verkeert, alle houvast ontbreekt, ze beweegt zich voort in een wereld waarin traditionele waarden vrijwel zijn verdwenen.”

“Chinezen hebben in het recente verleden niets gedaan aan het behoud van de goede tradities”, zegt Guo Qijia, hoogleraar onderwijsgeschiedenis aan de universiteit voor onderwijs van Peking. Guo is een vurig pleitbezorger van de herinvoering van het confucianisme in het onderwijs. Nu de rigide partij-idealen meer en meer in diskrediet zijn geraakt, worden confucianistische thema's, na jaren in de ban te zijn geweest, weer gedoogd of zelfs bevorderd. Guo wordt regelmatig uitgenodigd op conferenties om te praten over het belang van de eeuwenoude traditie.

“Confucius leert mensen respect te hebben, voor elkaar, maar vooral ook voor het vaderland, de familie en leraren”, aldus Guo. “De jonge generatie is veel te materialistisch. Ze heeft geen spiritueel, moralistisch of sociaal besef. Dat is een groot probleem voor de maatschappij.” Volgens Guo is het daarom ook van belang dat de jeugd het marxisme wordt bijgebracht. “Het één sluit het ander niet uit. We hoeven de traditie niet te ontkennen. We moeten van het goede leren en het slechte verbannen. Daarbij komt het spirituele op de eerste plaats, dan pas zijn de voorwaarden geschapen voor het materiële. Zonder moraal is de mens niet meer dan een lege schelp”, repeteert Guo een veel gebezigde partijslogan.

Guo vreest dat het “de kant van het Westen op kan gaan”. “Ook daar is vast en zeker sprake van politiek onderricht, alleen heet het misschien anders. Jonge mensen hebben dat nu eenmaal nodig.” De 58-jarige hoogleraar vindt echter dat 'het Westen' het verkeerd aanpakt. Zo vindt hij het “onbegrijpelijk” dat de media zo worden vrijgelaten in wat zij publiceren. “Ze verzinnen seksuele schandalen of gewelddadige verwikkelingen. Het lijkt mij dat dat geen bevorderlijke invloed heeft op de jeugd.” Alleen liefde voor volk en vaderland kunnen daar wat aan veranderen, zegt Guo.

Die mening wordt gedeeld door rector Wang. Hij hecht groot belang aan het patriottisch programma-onderdeel van de politieke les. “Het is één van de twee pijlers waarop de Chinese samenleving is gebaseerd”, aldus Wang. De andere pijler is de les in politieke waarden, waarin de Chinese jeugd leert 'goed van slecht te onderscheiden'. “De lessen in patriottisme zijn noodzakelijk om een eenheid onder de mensen te creëren. En dat is van belang om het land groot en sterk te maken. Het volk moet geloven in de kracht van ons land, dan geloven ze ook in zichzelf.” Waarschijnlijk zijn de Chinese autoriteiten ook vanuit die gedachte vorig jaar een 'patriottische campagne' begonnen. Zo stelde de regering onder andere een lijst samen van honderd boeken en honderd films die gelezen en gezien zouden moeten worden.

“Het heeft ook met dankbaarheid te maken”, zegt Wang. Iedere scholier betaalt hier 150 yuan (30 gulden) schoolgeld per jaar, maar de feitelijk kosten per leerling bedragen zo'n 3.000 yuan (600 gulden). Het overgrote gedeelte daarvan wordt betaald door de regering, dat moeten de studenten zich realiseren.”

“De communistische partij zorgt voor ons”, zegt Yan Bingfu. De 16-jarige leerling blijkt evenals twee van zijn klasgenoten zijn les keurig te hebben geleerd. Op de vraag of hij het politieke onderricht belangrijk vindt, knikt hij instemmend. “Natuurlijk, ik wil meer begrijpen van de maatschappij”, zegt hij. Zijn klasgenoot Wang Feng vertelt dat ze onlangs naar het Great Wall Sheraton Hotel zijn geweest met de klas. Het hotel is onderdeel van een Amerikaanse keten. “Ik wist niet dat wij zoveel luxe hadden in China”, zegt Wang, zichtbaar onder de indruk. “Maar”, vult Liu Xiaoyang hem direct aan “dat zijn ook de plaatsen waar het meeste sprake is van corruptie.”

De drie jongens blijken ook kritiek te hebben op de lessen. “Ik begrijp niet waarom wij niet meer leren over grote denkers uit het Westen, Plato en Hegel bijvoorbeeld”, zegt Liu. “Volgens mij is het niet voldoende om alleen over Marx te leren. Pas als we een vergelijking kunnen maken, weten we wat correct is en wat niet.”

Professor Guo van de universiteit voor onderwijs zegt: “Politici, leraren, ouders, journalisten, met elkaar moeten we de jonge generatie de weg wijzen. Dat is niet alleen van belang voor de jeugd, maar voor de hele mensheid. We hebben de jonge generatie meer nodig dan de oude. Het zou toch vreselijk zijn om te merken dat de jeugd, generatie na generatie afglijdt naar een niveau zonder moraal en zonder ideologie.”

    • Floris-Jan van Luyn