Buitenissige figuren in een groezelige havenstad

The City of Lost Children (La cité des enfants perdus). Regie: Jean-Pierre Jeunet en Marc Caro. Met: Ron Perlman, Daniël Emilfork, Judith Vittet, Dominique Pinon, Jean-Claude Dreyfus. In: Amsterdam, Cinecenter, Movies; Filmhuis Den Haag; Eindhoven, Plaza Futura; Nijmegen, Cinemariënburg.

'Van de makers van Delicatessen' schreeuwen de advertenties voor The City of Lost Children (La cité des enfants perdus). Terecht, want iedereen die vier jaar geleden genoot van de grand guignol over burgerlijke carnivoren en vegetarische rebellen zal benieuwd zijn naar de tweede lange speelfilm van het Franse regisseursduo Jean-Pierre Jeunet en Marc Caro.

Delicatessen was destijds een verrassing. Jeunet en Caro, striptekenaars en videoclipregisseurs, waren erin geslaagd om een absurd verhaal (slager jaagt op clown om zijn klanten van vlees te voorzien) zó te verfilmen dat je niet alleen grinnikend maar ook een beetje beklemd de bioscoop uitkwam. Hun van theatereffecten en tekenfilmhumor doortrokken toekomstfantasie tartte de verbeelding - niet het minst door de perfectie waarmee het vervallen, postapocalyptische voorstadmilieu van de personages was vormgegeven.

Ook The City of Lost Children wordt gedomineerd door Caro's fabelachtige mise-en-scène. Het verhaal speelt zich wederom af in een niet te dateren toekomst, maar dit keer in en om een groezelige havenstad waar het altijd nacht is: een doolhof van trappen en bruggen, roestige kranen en flarden mist. Voor de kust ligt een oud booreiland, waarop een boze wetenschapper zijn hoofdkwartier heeft; het is ingericht met bruine lambrizeringen en een wilde verzameling negentiende-eeuws aandoende fantasie-apparaten - alsof de art director de inhoud van het Haarlemse Teylers Museum gedemonteerd en naar eigen fantasie opnieuw in elkaar gezet heeft.

Tussen deze twee lokaties bewegen zich de personages van The City of Lost Children: de demonische Krank (Daniël Emilfork, bekend door zijn rol als ketterjager in De vliegende Hollander), die kinderen laat ontvoeren om ze van hun dromen te beroven; de neandertalische boeienkoning One (Ron Perlman), die op zoek gaat naar zijn ontvoerde broertje; en het beeldschone weesmeisje Miette (Judith Vittet), dat One helpt bij het enteren van het booreiland. De rest van de cast steekt die van Delicatessen in buitenissigheid naar de kroon: een Siamese tweeling die als een vrouwelijke Fagin met harde hand heerst over een weeshuis, een leger van kinderrovende cyclopen, en zes klonen op zoek naar hun origineel (gespeeld door Dominique Pinon, de clown uit Delicatessen).

In The City of Lost Children paraderen genoeg getraumatiseerde freaks voor twee avondvullende speelfilms. Geen wonder dat het verhaal alle kanten op schiet en dat de weinige grote lijnen van het scenario ondersneeuwen in de details. Jeunet en Caro zwelgen in visuele grappen. Soms zijn die aardig genoeg voor een glimlach, bijvoorbeeld wanneer Miette de trui van One uitrafelt om niet te verdwalen in het labyrint van Krank. Maar veel vaker zetten ze de handeling stop, waardoor de film iets hopeloos logs krijgt. Zelfs de inventief opgezette domino-sequenties, waarin kleine gebeurtenissen (hond blaft, vogel poept) via een aantal tussenstappen leiden tot grote gevolgen (vuurtorenlicht valt uit, schip ramt pier), wekken niet meer op dan een geeuw en een zoete herinnering aan Delicatessen, waarin dit soort dingen veel beter gedaan was.

Op het festival in Cannes, waar La cité des enfants perdus een paar maanden geleden de openingsfilm was, kondigden Jeunet en Caro aan dat ze hun samenwerking hadden beëindigd: ze wilden zich onafhankelijk van elkaar kunnen ontwikkelen. The City of Lost Children, een mislukte poging om het succes van Delicatessen te kopiëren, bewijst dat dit een verstandige beslissing is.

    • Pieter Steinz