Werkgelegenheid in bouw daalt licht

DEN HAAG, 10 OKT. Als gevolg van het dalende ziekteverzuim is de werkgelegenheid in de bouw vorig jaar iets gedaald. Dit blijkt uit cijfers die staatssecretaris Tommel, coördinerend bewindsman voor de bouw, gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De werkgelegenheid daalde met twee procent, uitgedrukt in volledige arbeidsplaatsen van 334.000 naar 328.000. Het ziekteverzuim ging terug van 8,4 procent naar 3,2 procent, mede onder invloed van de kabinetsmaatregelen op dit terrein, die in 1994 van kracht werden. De arbeidsproduktiviteit in de bouw maakte daardoor een uitzonderlijke stijging van vijf procent door.

Tommel voorziet voor 1995 en 1996 een tamelijk stabiel verloop van de werkgelegenheid in de bouw en daarna een geleidelijke teruggang tot 322.000 arbeidsjaren in 2000. Hij verwacht dit jaar en volgend jaar een stijging van de bouwproduktie van respectievelijk 2,1 en 1,5 procent; vorig jaar bedroeg de toeneming in de produktie nog 3 procent. In het bijzonder bij de woningbouw neemt de groei af, terwijl zich in de utiliteitsbouw volgend jaar een herstel aftekent, onder meer dank zij de toeneming van het aantal gevangeniscellen.

In de grond-, weg- en waterbouw wordt in 1995 en 1996 een groei verwacht vooral als gevolg van de versnelde uitvoering van de rivierdijkversterkingen, waartoe het kabinet heeft besloten na de wateroverlast in de afgelopen twee jaar. In deze sector worden de komende vijf jaar verder extra investeringen verwacht als gevolg van de toekomstige aanleg van spoorverbindingen - de Betuwelijn en de hoge-snelheidslijn - alsmede tram- en metroverbindingen. Bij de grond-, weg- en waterbouw wordt in de periode 1997-2000 een gemiddelde jaarlijkse stijging van 4 procent verwacht tot een niveau van ruim 12 miljard gulden.

De geringere groei die in de woningbouw de komende jaren door de staatssecretaris wordt voorzien, komt na een periode waarin de stijging van de produktie fors was. De investeringen in de woningbouw stegen in 1994 met negen procent en in de ongesubsidieerde bouw zelfs met 16 procent.