Weddenschappen tegen faalangst op WK bridge

DEN HAAG, 10 OKT. Bridge-international Erik Kirchhoff heeft zich met weddenschappen ingedekt. Een mogelijk falen van zijn ploeg, die deze dagen in Peking de Bermuda Bowl moet verdedigen, levert hem dan in ieder geval nog wat geld op. Het zal een schrale troost zijn voor de als raspessimist bekend staande Amsterdammer, want hij heeft liever dat Nederland wel de halve finale of beter haalt van het wereldkampioenschap bridge. Dat hij aan heleboel van zijn vrienden flappen van honderd gulden moet uitkeren, neemt hij dan maar op de koop toe.

Een speler die tegen zich zelf wedt, als het ware 'puts' op zijn eigen prestaties neemt. Een creatieve wijze van omgaan met faalangst. Dat wel, maar deze taktiek kostte Kirchhoff van de zomer heel wat geld toen Nederland derde werd op het Europees Kampioenschap. Dat resultaat verschafte het team een ticket naar China, want ook als regerend wereldkampioen moest Nederland team zich gewoon weer plaatsen voor het volgende titeltoernooi.

Is Kirchhoffs pessimisme wel terecht? Het lijkt erop van niet. Nederland behoort tegenwoordig tot het exclusieve clubje van vier, vijf landen dat bij de wereldtop in het bridge behoort. Van de drie paren wordt het jongste koppel, Leufkens-Westra, als het beste van Nederland beschouwd. Zij zijn al jarenlang de steunpilaren van onze nationale ploeg en worden ingezet als de tegenstand het zwaarst is. De soms briljante Piet Jansen en zijn betrouwbare partner Jan Westerhof zijn een paar waar je onder de moeilijkste omstandigheden op kan rekenen, jongens die nooit instorten. Deze twee paren zijn sinds Chili 1993 wereldkampioen. Het derde paar tòen, Muller-De Boer, heeft wegens vormverlies het veld moeten ruimen. Vervangers zijn Maas-Kirchhoff, die het laatste jaar een serie aansprekende resulaten boekten met als hoogtepunt een bronzen plak op het WK paren in Albuquerque in 1994.

In China wordt gestreden om het WK open (Bermuda Bowl) en het WK vrouwen (Venice Cup). Nederland doet alleen mee aan het open toernooi. Ons land is ingedeeld in de eerste van twee groepen van acht landen. Daaruit plaatsen de beste vier zich voor de kwartfinales. De verwachting is dat dat moet lukken. In de groep is alleen concurrentie te verwachten van Amerika 1 en Frankrijk en mogelijk outsider Indonesië.

Het mooie van de indeling in groepen is de grote hoeveelheid spellen die daarin worden afgewerkt. De geluksfactor speelt zo minder een rol, zodat de sterke landen vanzelf komen bovendrijven. Vanaf de kwartfinale echter zijn het knock-out wedstrijden over 96 handen en is de tegenstand al van een veel gelijkwaardiger niveau. Tot en met de finale (over 160 handen) is het dan echt anybody's game. De sterkste landen in de andere groep zijn Amerika 2 (met de fameuze paren Hamman-Wolff en Rodwell-Meckstroth weer uitgesproken medaillekandidaat), Europees kampioen Italië, Zweden en Brazilë.

Een voorspelling wagen is nauwelijks te doen. Waarschijnlijk is dat Amerika 1 en 2, Frankrijk en Nederland de halve finales bereiken. Overigens is het gastland China sterk in opkomst en kan het voor een verrassing zorgen. Er schijnen miljoenen mensen te bridgen in de Volksrepubliek, niet in de laatste plaats omdat de politieke leiders zelf het spelletje graag en, naar het schijnt, goed spelen. Nederland heeft zijn eerste groepswedstrijden achter de rug en staat, na onder meer een 19-11 zege op Indonesië, voorlopig gedeeld eerste met Australië.

    • Jan van Cleeff