Samenwerking vliegtuigbouwers stokt

ROTTERDAM, 10 OKT. Een Europees samenwerkingsverband tussen de vliegtuigbouwers Fokker, het Franse Aérospatiale en British Aerospace voor de bouw van een nieuw straalvliegtuig voor 120 personen is verder weg dan ooit.

Vanochtend bevestigde Fokker-moeder Dasa de problemen die het vormen van een dergelijk Europees consortium in de weg staan. De Europeanen hebben het onderlinge contact niet helemaal verbroken. Nieuwe onderhandelingen zijn gepland, maar de onderhandelingsruimte voor Dasa is beperkt door de gesprekken met de Nederlandse overheid over steunverlening aan Fokker.

Het gebrek aan Europese samenwerking is een tegenvaller voor Fokker. Het bedrijf heeft 2,3 miljard gulden steun nodig van de Nederlandse overheid en grootaandeelhouder Dasa. Den Haag zou meer dan 700 miljoen moeten ophoesten. Of minister Wijers van economische zaken vlot tot een dergelijke steunoperatie bereid is hangt mede af van het feit of Fokker vooruitgang bij de Europese samenwerking kan laten zien.

Enkele weken geleden leek er vooruitgang op dit punt te zijn geboekt. Fokker en Dasa presenteerden zich samen met de andere Europese vliegtuigbouwers Aérospatiale en British Aerospace in Peking. Met hun gezamenlijk optreden wilden de Europeanen een sterke vuist maken tegenover de Amerikaanse concurrentie die de Aziatische landen ook samenwerking aanboden.

Het gaat daarbij om de bouw van een nieuw straalvliegtuig met 120 zitplaatsen, al dan niet in samenwerking met Koreanen of Chinezen. Al gauw na de presentatie in Peking bleek echter dat er flinke meningsverschillen bestonden tussen Dasa-Fokker en de Franse maatschappij Aérospatiale. Frankrijk wilde eigenlijk maar één fabriek, in Azië, neerzetten voor de bouw van het nieuwe toestel. Dasa en Fokker dachten daarentegen aan een tweede produktielijn in Europa. “De partijen konden het daar niet over eens worden”, aldus Dasa-woordvoerder Benien.