Prijswinnares Schrama speelt een bleke Verbey

Concert: Godelieve Schrama, harp; Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Ed Spanjaard en Ensemble Amadé. Werken van Martin, Verbey, Ravel en Debussy. Gehoord 9/10 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Aad Nuis, staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen overhandigde gisteravond in het Muziekcentrum Vredenburg de dertiende Nederlandse Muziekprijs aan harpiste Godelieve Schrama. De dertiende: was dat de reden dat de première op dit concert zo naar niets smaakte? Het type muziek als de Pavane Oublié (1995) van Theo Verbey - Schrama heeft op het Koninklijk Conservatorium nog theorieles van hem genoten - is zoiets als gebakken seringen: het geurt wel maar het smaakt niet.

De Pavane in een statige en voor een avantgardist wel heel simpele vierkwartsmaat herinnert aan al die Nederlandse coryfeeën van vóór de oorlog, zoals Henk Badings, Hendrik Andriessen en Alexander Voormolen in een aftreksel van Debussy of beter nog: Fauré. Het strijkersensemble verdubbelt de harppartij, werkt als pedaal, en daar waar in een langzaam tempo de korte harptoon dreigt weg te vallen plakken de strijkers de tonen aan elkaar. Het slot is mooi: weer zeer legato in de violen, met het ostinato waaruit de melodie voortkomt als impuls voor een geraffineerd verdwijnen in het niets.

Het enige 'opwindende' aan deze toch wel heel bleke dans zijn de momenten waarop een toon blijft hangen, alsof de componist ons wil suggereren dat hij blij is met de herinnering aan een motief dat hij dreigde te vergeten: de betekenis van het 'oublié' uit de titel van de compositie.

Zeker niet uit de herinnering verdween het optreden van Schrama's eigen Ensemble Amadé in een prachtuitvoering van Ravels Introduction et Allegro, meer pittig dan weeïg zoals meestal, in de smaak van tamme kastanjes, de gepofte wel te verstaan die in zuidelijke landen op straat worden gegeten. De werken van Frank Martin en Claude Debussy smaakten naar kastanje-puree: weelderig zacht. En zo ook klonk het spel van Godelieve Schrama: rond en romig van klank, heerlijk! Daar was het getal van de dertiende wel allerminst voor van toepassing.

    • Ernst Vermeulen