Ook wezels wennen aan het asfalt

Tor Seidler, De Wellandse wezel. Ill. Fred Marcellino, Vert. Huberte Vriesendorp, Uitg. Ploegsma, Leeftijd vanaf elf jaar, 200 blz., fl. 35,00.

In de pas verschenen pocket De mol en de baviaan beschrijft Midas Dekkers verbijsterd een kinderboek over twee lesbische marmotten. Veel verbazender nog, vanuit het oogpunt van een bioloog, zullen de gevoelens zijn die Tor Seidler beschrijft in zijn nieuwe kinderboek De Wellandse wezel. Daarin is een wezel vreselijk verliefd, op een vis.

De vis op haar beurt koestert wel enige gevoelens voor dat rare landdier met zijn bruine vacht, maar zij is nuchter aangelegd. Zij heeft al een man, een vis net als zij. De wezel is natuurlijk jaloers, tot zij hem uitlegt wat de liefde precies voorstelt voor gestreepte baarzen: 'We zoeken een ondiep plekje in het riet op en dan draait het vrouwtje zich op haar zij om de eieren eruit te persen en daarna komt er een mannetje langs om ze te bevruchten. Het is allemaal niet erg romantisch.'

Anders dan je zou verwachten, ging het Seidler in De Wellandse wezel niet om de gevolgen van de vreemde voorkeur van de wezel. Dat is een beetje jammer. Tot het einde toe heb ik mij gniffelend afgevraagd hoe de nakomelingen van de twee geliefden eruit zouden gaan zien, of de wezel een onderwaterbestaan zou verkiezen of dat de vis zich zou opofferen en in een kom in zijn hol zou gaan wonen. Maar niets van dat al; de baars vertrekt uiteindelijk naar de zee, want 'dat doen we nu eenmaal.'

De Wellandse wezel is vooral een spannend verhaal, waarin een onderneming centraal staat die uit de liefde voortvloeit. De wezel, genaamd Berend, redt de vijverbewoners van een wisse dood. Zij dreigen ten prooi te vallen aan de combinatie van aanhoudende hitte en een visarend, die zich op een nabijgelegen telefoonpaal nestelt. Slim verhuist Berend het nest naar een andere vijver, waarbij hij zelf bijna het leven laat. Met deze daad van zelfopoffering evenaart Berend eindelijk zijn roemruchte vader, die een tunnel naar een kippenhok heeft gegraven met hulp van de mollen. Tijdens die moeilijke onderneming kwam er een uil uit de hemel neerdalen die hem in zijn klauwen wegvoerde en en passant nog even het oog van zoon Berend uitzoog. Sindsdien wordt de wezelvader vereerd als een heilige.

Wat de taal betreft is De Wellandse wezel nauwelijks opvallend. Ook waaiert het verhaal aanvankelijk alle kanten uit, alsof Seidler, die in 1989 een Zilveren Griffel kreeg voor Het ratteplan, niet tijdig kon kiezen waar het verhaal heen moest gaan. Sommige dingen zullen toelichting behoeven voor kinderen, zoals de complexe gevoelens van wezelvrouw Wendy die eigenlijk op Berend valt, maar trouwt met Dirk. Terwijl Dirk op zijn beurt het hele boek door haast bezwijkt aan zijn verliefdheid op haar en dan op de huwelijksdag last krijgt van een onbestemde, duistere angst.

Toch is het de moeite waard om De Wellandse wezel voor te lezen en goed te bekijken. Omdat het zo mooi uitgegeven is en het verhaal in feite de mensenwereld persifleert. Bijzonder is ook dat het zo duidelijk in de wereld van nu speelt. Auto's, asfaltwegen en wandelaars worden door de dieren als heel gewoon ervaren. Dat is verfrissend, omdat als er in dierenverhalen mensen voorkomen, zij vaak nog met paard en wagen rondrijden en in ouderwetse boerenhoeven wonen.

Maar vooral is De Wellandse wezel geslaagd vanwege de illustraties van Fred Marcellino. De zachte potloodtekeningen hebben een geheel eigen sfeer, door het getemperde licht van zon of maan dat door de bomen valt. De wezels zijn langgerekte wezens, ondanks hun petjes en hoedjes sterk lijkend op echte dieren. Vooral Marcellino's talrijke kleine zwart-wit illustraties vallen op. Ze zijn komisch op een andere manier dan plaatjes in kinderboeken doorgaans zijn. Het ontbreekt de dieren aan doorsnee schattigheid, ze zijn niet rond, wollig en aaibaar. Alleen hun expressieve oogopslag maakt ze vertederend, hun natuurgetrouw neerhangende voorpoten en hun opstaande kleine oren. Marcellino kon alle kanten op met deze dieren, die zich met hun opgerichte gestalte uitstekend lenen voor voor mensen herkenbare houdingen van verliefdheid, verlegenheid en bluf.