Minderheden moeten situatie zelf regelen

BOEDAPEST, 10 OKT. Op het grasveld voor het Hongaarse parlement aan het Lájos Kossuth-plein in Boedapest spelen studenten een partijtje volleybal. Ze bivakkeren hier al dagen, in tenten en in her en der liggende slaapzakken, met spandoeken, waarop ze - delegaties uit Boedapest, en Szeged, en Pécs - compensatie eisen voor het collegegeld dat na het afschaffen van het gratis onderwijs moet worden betaald. Geüniformeerde bewakers van Hongarijes heiligste grasmat zien afkeurend toe.

In het parlementsgebouw lacht premier Gyula Horn als een boer die kiespijn heeft, niet zozeer wegens die studenten, die een dag later overigens met tienduizend tegelijk op zijn stoep zullen staan, als wel letterlijk: hij is naar de tandarts geweest en lijdt hevig. Ook het onderwerp van het gesprek bevalt de premier maar matig: de relaties met de buurlanden zijn een teer onderwerp, waarover slechts in zeer voorzichtige termen kan worden gesproken. En dus is Gyula Horn, die zelf in de beste omstandigheden hoogst karig met woorden is, nog kortaffer dan anders.

Hongarije is bezorgd over de Hongaarse minderheid in Vojvodina, nu daar 115.000 uit de Krajina verdreven Serviërs worden geherhuisvest. Het eist van Servië garanties dat het etnische evenwicht in de regio niet wordt gewijzigd. Krijgt het die?

“De Servische autoriteiten geven helemaal geen garanties. Het is een serieus probleem waarover Hongarije al vaak heeft geklaagd. De komst van die Servische vluchtelingen gaat met etnische zuiveringen gepaard.”

Sinds 1991 hebben elk jaar tienduizend Hongaren de Vojvodina verlaten. Ziet u dat als iets tijdelijks?

“Er is een kans op hun terugkeer als de oorlog [in ex-Joegoslavië] eindigt. Ik hoop dat het proces niet onomkeerbaar is.”

Maar de kans dat de Servische vluchtelingen naar hun woongebieden in Kroatië teruggaan, is zo goed als nihil.

“Ik kan daar niets over zeggen.”

Boedapest zei onlangs 'ideeën' te hebben over de vorm van autonomie die kan leiden tot een oplossing voor de Hongaarse minderheden over de grens. Wat voor autonomie is dat?

“We hopen dat de Hongaren in de Vojvodina onderling en in overleg met de [Servische] autoriteiten tot overeenstemming komen. Dat moeten zij doen, dat is onze taak niet. Het is hun taak en wij steunen hen daarbij.”

Zijn er aanwijzingen dat dat proces opschiet?

“Ik kan er niets aan toevoegen.”

In Slowakije maakt de Hongaarse minderheid bezwaar tegen de nieuwe wet op de districten en de nieuwe taalwet in Slowakije. Deelt u die bezwaren?

“We hebben onze bezwaren uiteengezet en nu praten de Hongaren in Slowakije en de Slowaakse leiders verder. Premier Meciar van Slowakije heeft beloofd de Raad van Europa om zijn mening te vragen. Dat is de stand van zaken.”

Roemenië heeft Hongarije een 'historische verzoening' aangeboden. Maar tegelijkertijd heeft het een onderwijswet aangenomen waartegen de Hongaarse minderheid grote bezwaren heeft en heeft het het vertoon van de Hongaarse vlag in het openbaar...

“...van niet-Roemeense vlaggen...”

... dus ook van de Hongaarse...

“Ik hecht aan het onderscheid.”

...verboden. Het lijkt of Roemenië het ene zegt en het andere doet.

“Ik wil daar niets over zeggen.”

Zijn er in die omstandigheden kansen op een historische verzoening?

“Wij hebben die verzoening vorige zomer zelf aangeboden. We hebben ook resultaten bereikt. Er zijn veel politieke consultaties, ook op het hoogste niveau. De economische en de culturele contacten zijn goed. Er is dus vooruitgang in de betrekkingen tussen Hongarije en Roemenië. Als er spanningen zijn, is dat een zaak van onderhandelingen.”

Leiders van de Hongaarse minderheden in Slowakije en Roemenië als Miklós Duray en László Tökés verwijten u niet genoeg te doen voor de minderheden en de officiële relaties met de buurlanden belangrijker te vinden. Is dat verwijt terecht?

“Nee. We doen wat we kunnen. En we gaan ervan uit dat als de bilaterale betrekkingen goed zijn, dat goed is voor de minderheden, en dat als de relaties slecht zijn, dat slecht is voor de minderheden.”

Kunt u zeggen wat u wel en wat kunt u niet doen voor de Hongaren over de grens?

“Ten eerste: we ondersteunen hen, financieel en anderszins. Ten tweede: als we de bilaterale relaties goed organiseren, versterkt dat hun positie. Ten derde: we ijveren bij Europese instellingen als we iets aan de orde willen stellen dat de minderheden aangaat.”

Haalt dat laatste iets uit?

“De Raad van Europa doet veel. De EU bemoeit zich er helemaal niet mee. Westeuropese regeringen zouden wel eens iets mogen zeggen als er ergens rechten worden geschonden, maar ik zie dat soort stappen niet.”

Maar vraagt u uw Westeuropese collega's dat te doen?

“Waarom zou ik dat vragen? Dat zouden ze uit zichzelf moeten doen!”

Hoe ziet u president Jeltsins waarschuwing dat 'het vuur van de oorlog over Europa komt' bij uitbreiding van de NAVO?

“Dat is Jeltsins persoonlijke mening. Rusland heeft geen recht iets te zeggen als we tot de NAVO toetreden. Dat is onze soevereine zaak, een zaak tussen ons en de NAVO.”

Het lijkt alsof de NAVO steeds gevoeliger reageert op de Russische bezwaren.

“Nee, dat is niet waar. De NAVO continueert wat ze tot nu toe heeft gedaan.”

Maar een datum voor de Hongaarse toetreding is er nog steeds niet.

“Dat klopt, maar we hadden nooit verwacht dat die in de herfst van 1995 zou plaatshebben. Daar is nooit sprake van geweest. De NAVO heeft de voorwaarden voor de toetreding vastgelegd. Er is een proces gaande.”

De Amerikaanse minister van defensie Perry en stafchef Shalikashvili waren onlangs in Boedapest. Hebben ze iets gezegd over de datum van toetreding?

“Nee, niets. Ze waren tevreden met onze vorderingen.”

Geen toegenomen terughoudendheid?

“Nee, wat voor terughoudendheid?”

De Tsjechische president Havel heeft het Westen onlangs opgeroepen 'niet aarzelend en terughoudend' te zijn over de uitbreiding van de NAVO. Die terughoudendheid bedoel ik.

“Dat moet je Havel vragen. Ik heb er niets van gemerkt.”