Mediamix

Waarde toehoorders! Als u 's nachts wakker gemaakt zou worden, door elkaar geschud en er zou u worden toegeschreeuwd: Het Boek!, dan zou u slaapdronken mompelen: “zal nooit door elektronische media vervangen worden.“ Ook met mij ging het zo toen ik uw uitnodigingskaart ontving. Het Boek, las ik. Zal nooit door elektronische media vervangen worden, mompelde ik automatisch. Gustave Flaubert, die een fraaie verzameling van dit soort automatismen heeft aangelegd, wist al dat het tegendeel van een dom cliché niet een wijsheid was, maar een ander dom cliché. Getuige bijvoorbeeld zijn behandeling van het trefwoord Actrice: “Botergeil. Slapen overdag en vieren 's nachts wilde feesten. Maken miljoenen op en eindigen in het armenhuis. - Ho, ho, er zijn ook heel goede moeders bij.“ Zo zou het u ook kunnen gebeuren dat u, door de boekenliefhebber wakker geschud uit een kwade droom, automatisch zou stamelen: “Het boek? Heeft in het informatietijdperk zijn langste tijd gehad.“

De verzameling van Flaubert, hoewel geschreven in de vorige eeuw, heeft aan actualiteit nog weinig ingeboet. Architect: “Allemaal imbecielen. Als ze een huis bouwen vergeten ze de trap aan te leggen.“ Zo denken wij nog steeds. Natuurlijk heb ik ook even nagekeken wat Flaubert over het boek te zeggen had: “Wat het ook is, altijd te lang!“ Niets veranderd. Toen de jury van de AKO-prijs een paar jaar geleden verzuimde om het boek Advocaat van de hanen te bekronen of zelfs te nomineren, bedekte zij haar schande door te zeggen: Prachtig boek, maar te lang! Maar dit terzijde.

Geachte lezers! Met stijgende irritatie heeft u het voorafgaande gelezen. Te vaak is het u al overkomen dat u een tekst onder ogen kreeg die in feite een op papier gekwakt praatje was, met alle kenmerken van dien; de slappe retorische stijl, de gezochte historische anecdote, het naar alle kanten meanderende gekeuvel dat met een logisch opgebouwd betoog weinig gemeen heeft. Alweer zo'n luie schrijver die het gesproken woord wel even wil recyclen als een geschreven tekst, denkt u. Alsof de lezers arme familieleden zijn die de versleten tafellakens van het personeel nog wel als baljurk kunnen gebruiken. Alsof tussen het gesproken woord en de geschreven tekst niet een afgrond gaapt. Had Luther een kerk gesticht als hij zijn woorden “Hier sta ik, ik kan niet anders“ als e-mailtje naar de paus had gestuurd? Zou anderzijds Mozes zijn volk hebben kunnen temmen als hij de Wet niet op stenen tafelen maar op een cassettebandje van de berg had gehaald? Nee, nee, en nog eens nee.

Waarde toehoorders, over de onheilige vermenging van genres wil ik het vanmiddag met u hebben. Laat het zo zijn dat in het postmodernistische gekkenhuis de vermenging van onverenigbare genres juist wordt toegejuicht, er zijn er gelukkig ook die met mij een andere mening zijn toegedaan. Een deur is open of dicht, sprak de kunstenaar Wim Schippers streng en terecht. Nu het Boek der Boeken aan de orde is gekomen, kunnen ook de joodse spijswetten genoemd worden, die niet, zoals slachtoffers van het moderne bijgeloof denken, zijn opgesteld om de hygiëne te bevorderen, maar om het tweeslachtige uit te bannen. In het water leeft de vis, en die mag gegeten worden. Op het land leeft het eetbare rund. Maar de hagedis leeft zowel op het land als in het water, hij is letterlijk vlees noch vis en dus onrein. Evenzo de schaaldieren, mossel en kreeft, die in het water leven en zich dus voordoen als bona fide vissen, maar het niet zijn. En in nog sterkere mate Jezus Christus, die zowel God als mens is en in Zijn ambivalentie gelijk aan hagedis, klipdas, mossel en kreeft, een amfibisch wezen dat niet gegeten mag worden.

Toehoorders, in uw winkels ligt het boek naast de CD-Rom en de floppy in vreedzame coëxistentie. Helaas, steeds vaker worden wij geconfronteerd met de eerder genoemde onheilige vermenging. Een miniem deel van een databank wordt uitgeschud, tussen twee kaften gezet en aan een argeloos publiek aangeboden als een boek. Het is geen boek, het is een zeer onvolledig computerbestand in de misleidende vermomming van een boek. En zoals sommige boekenmakers een perverse verhouding met de databank hebben, zo gaan liefhebbers van de nieuwe media soms ontuchtig om met het boek. Ik heb de volledige Shakespeare van het Internet gehaald, kun je ze horen zeggen. Geheel gratis! klinkt het triomfantelijk. Dat zal nog tegenvallen als die volledige werken uitgeprint worden. Voor een fractie van de prijs van een onhandelbare stapel printpapier zou een mooie gebonden uitvoering aangeschaft kunnen worden. Maar zo gaat het natuurlijk niet, de volledige Shakespeare wordt niet uitgeprint maar blijft ongelezen gevangen in de computer of op een schijfje. Nog laten geleerde mensen zich graag interviewen voor hun boekenkast. Ik zal het u nog sterker vertellen. Een paar jaar geleden zag ik een film waarin een voormalige buurman van mij werd ondervraagd. Hij bleek tijdens mijn vakantie bij mij te hebben ingebroken om zich voor mijn boekenkast te laten interviewen. Trots moment, voor hem en mij, dat snel archaïsch zal zijn geworden. Spoedig zal de erudiet zich niet meer voor zijn boekenkast, maar voor zijn computer laten interviewen. “Weet u wel dat hier de hele wereldliteratuur in zit?“ merkt hij achteloos op. “Heeft u dat allemaal gelezen?“ vraagt de interviewer bewonderend. “Nee, maar wel allemaal zelf gedownload en dat was voor een alfa als ik nog een hele klus.“

Beminde lezer, uw tot het uiterste beproefde geduld raakte definitief op toen u het stuitende woord buurman las. U heeft er begrip voor dat in de kleffe sfeer van een praatje onder gelijkgezinden, waar drank en haring de geesten al gemasseerd hebben tot een staat van wezenloze welwillendheid, het woord buurman bruikbaar kan zijn voor het opwekken van een geconditioneerde giechelreflex, zoals in een cabaretvoorstelling de woorden schoonmoeder of Heerma. Maar om je in een geschreven tekst de armzalige en door en door versleten truc te permitteren om ter verlevendiging van een theoretisch betoog een buurman op te laten draven, daarvoor moet je wel van alle goede geesten verlaten zijn. Ik deel uw afschuw. Moge deze praktische demonstratie van de onverenigbaarheid van tegendelen er toe hebben bijgedragen u voorgoed te genezen van iedere lust tot dit verfoeilijke genre. De voorgelezen column, de op papier gezette voordracht en alles wat in het water leeft en geen vinnen of schubben heeft, zij zijn vlees noch vis, zij zijn onrein en zullen u een gruwel zijn. Ik heb gezegd.