Kiliáns nieuwe choreografie heeft niets met krant te maken; 'Altijd zoetigheid is ook niks'

NDT 1 met 'Bella Figura' is van 12 t/m 14/10 te zien tijdens het Holland Dance Festival, AT&T Danstheater Den Haag. Ook Kyliáns 'Soldatenmis' en Nacho Duato's 'Raptus' worden die avonden uitgevoerd. Het 25-jarig jubileum van NRC Handelsblad was slechts aanleiding voor Jirí Kyliáns nieuwe choreografie Bella Figura. Er werd geen letter in beweging omgezet. Overmorgen gaat de voorstelling tijdens het Holland Dance Festival in première.

DEN HAAG, 10 OKT. Hij noemt zichzelf een 'nieuwsfreak'. Maar als Jirí Kylián, artistiek directeur van het Nederlands Dans Theater, een ballet over een krant zou móeten maken, dan zou hij al zijn dansers van een granaat en een machinegeweer voorzien. “En dan met zijn allen het theater opblazen.” Kylián zegt het bijna dreigend. Niet alleen omdat hij kranten met slecht nieuws associeert. “Iedere keer blijkt weer dat we nog niets hebben bijgeleerd. Behalve nog meer mensen tegelijk doden.” Het beeld van een verwoest theater dat hij schetst, is voor Kylián vooral symbool voor het moeten, voor een artistiek produkt dat door een opdrachtgever wordt beïnvloed: “Als kunst niet meer onafhankelijk is, dan is het geen kunst meer.”

Bella Figura, een nieuwe choreografie die Kylián op verzoek van NRC Handelsblad maakte voor NDT 1, en die overmorgen tijdens het Holland Dance Festival in première gaat, heeft met een krant dan ook niets te maken. Het 25-jarig jubileum van de krant was slechts de aanleiding, maar verder wordt er geen geschreven letter omgezet in beweging. Kylián: “Bella Figura, dat betekent in Italië zoiets als overeind blijven ondanks alles. Je vriendin kan je verlaten hebben, of je vader kan net overleden zijn, maar je laat niets merken. Je blijft 'bella figura'. Die noodzaak om onder alle omstandigheden een goed figuur te blijven slaan, kennen dansers natuurlijk ook. Daar gaat mijn ballet over, maar wel met een knipoog.” Kylián koos voor Italiaanse barokmuziek van onder anderen Pergolesi en Marcello Allesandro. “Het is heel langzame, rustige muziek. Ik voel me erin thuis, het geeft me vrijheid om te werken. Dat heeft ook met mijn afkomst te maken. Bohemen, waar ik opgroeide, is van barok doordrenkt. Van mijn pianoleraar moest ik altijd Bach spelen.”

Al tijdens een van de eerste repetities van Bella Figura, als van de choreografie nog weinig vast staat, besteedt Kylián veel aandacht aan de miniemste details. Hier moet een hoofd nét wat verder worden gebogen, daar moet een hand een fractie verder in de lucht. Met danser Johan Inger zoekt Kylián naar een manier om hem uit een verstrengeling met een danseres weg te laten komen. Drie keer neemt Inger clownesk een grote sprong om een paar meter verder hard neer te storten. Kylián schatert. “Dat bewaren we dus maar even voor later.”

Kylián: “Ik zoek naar die ene perfecte penseelstreek waarin alle betekenis is samengebald. Daarom telt ieder detail. Om het goed uit te kunnen voeren is een enorme concentratie van de dansers nodig. Als je mijn werk avond aan avond uitvoert, moet je die streek als het ware steeds opnieuw op papier zetten, keer op keer dat ene originele moment waarin alles wordt gezegd terug vinden. Dansers hebben dan ook tijd nodig om die beweging in hun lichaam te verankeren. Daarom vind ik mijn balletten altijd pas na een jaar echt af.”

Nu hij ouder wordt, vindt Kylián de inbreng van de dansers tijdens het ontwikkelen van een choreografie steeds belangrijker: “Toen ik jong was, gedroeg ik me zelf erg 'bella figura'. Ik wilde mijn onzekerheid verbergen, en wilde dus alles zelf doen. Ik moest de stappen nog uitvinden. Inmiddels is het associëren belangrijker geworden, en de persoonlijkheden van de dansers zijn daarbij een belangrijk uitgangspunt geworden. De dansers die we nu in het gezelschap hebben, helpen me ook bij het uitvinden van bewegingen.” Toch wordt het choreograferen er met de jaren bepaald niet gemakkelijker op, vindt Kylián: “Ik ben veel kritischer op mijn keuzes geworden. Bovendien wordt de keuze beperkter naarmate je meer hebt gedaan.”

De uitbundige feestproduktie Arcimboldo, die Kylián dit voorjaar ter gelegenheid van zijn eigen twintigjarige jubileum als artistiek directeur van NDT, en het vijfendertigjarig jubileum van het gezelschap zelf maakte, was iedere avond uitverkocht. Maar de laatste maanden vallen de bezoekersaantallen van het AT&T Danstheater, het eigen theater van het NDT, tegen. Kylián:“Ik weet niet waar het aan ligt. Het frustreert, want er is geen enkel toneel waar we zo goed dansen als hier. Arcimboldo trok veel publiek, omdat het een feest was, een lekker taartje. Maar de hele dag zoetigheid is ook niks. Nu wordt het weer tijd voor wat zout en peper. Ik hoop dat meer mensen zich daarvan bewust worden. Soms moet je het onbekende opzoeken.”

Zelf vindt Kylián het vooral belangrijk om door een kunstwerk 'geraakt' te worden. Hoe krijgt hij zijn eigen publiek zover? “Door ze de ruimte te geven. Ik maak balletten als kleurplaten. Ik zet de zwarte lijnen uit. De rest moet iedereen zelf inkleuren. En als dat heel anders gebeurt dan ik het eigenlijk bedoelde, is dat alleen maar mooi.”

    • Margriet Oostveen