Joegoslavië-tribunaal ondervraagt getuigen

DEN HAAG, 10 OKT. De aanklagers van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag hebben gisteren in het openbaar getuigen verhoord in de zaak tegen de Serviër Dragan Nicolic. Hij wordt verdacht van moord en foltering in het gevangenkamp Susica bij Vlasenica. De verdachte zelf is niet in Den Haag aanwezig. Nikolíc werd vorig jaar in staat van beschuldiging gesteld maar is nog niet aangehouden. De Bosnische Serviërs erkennen de legitimiteit van het tribunaal niet en weigeren hem derhalve uit te leveren.

De openbare verhoren hebben plaats op basis van artikel 61 van het statuut van het tribunaal. Daarin staat dat de aanklager de beschuldigingen in het openbaar voor de rechter mag onderbouwen, wanneer arrestatie of uitlevering van de verdachte uitblijft. In het geval de rechters na de openbare verhoren de beschuldigingen bewezen achten, kunnen zij een internationaal arrestatiebevel uitvaardigen. Voor de verdachte betekent dit dat hij gearresteerd kan worden zodra hij buiten de grenzen van zijn land komt. In het geval het land van de verdachte niet heeft meegewerkt aan zijn uitlevering, zullen de rechters de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties daarover inlichten. De verdachte kan niet bij verstek worden veroordeeld. Aanklager Richard Goldstone van het tribunaal riep gisteren de verdachte op naar voren te treden om de beschuldigingen te aanvaarden dan wel te bestrijden. Volgens woordvoerder Christian Chartier van het tribunaal zullen de aanklagers nog veelvuldig artikel 61 toepassen. Het tribunaal heeft 43 mensen uit voormalig Joegoslavië in staat van beschuldiging gesteld wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid, onder wie de Bosnisch-Servische leider Karadzic en de Bosnisch-Servische generaal Mladic.

In de zaak tegen Nikolic hebben de aanklagers gisteren een Britse politicoloog gehoord over de achtergronden van het conflict in voormalig Joegoslavië en een moslim-geestelijke, die beschreef hoe de Bosnische Serviërs in 1991 de Bosnische plaats Vlasenica innamen. Hij werd daarbij gedwongen de moslim-bewoners op te roepen hun wapens in te leveren. Onder de Bosnisch-Servische troepen herkende hij plaatselijke bewoners die hun gezichten met felle kleuren hadden beschilderd om niet door hem herkend te worden. Hij werd verscheidene keren in zijn gezicht geslagen toen hij niet direct aan een verzoek wilde voldoen. Hij wist Vlasenica uiteindelijk te ontsnappen.