IMF werkt aan schuldverlichting armste landen

WASHINGTON, 10 OKT. Het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank zullen tijdens de halfjaarvergadering volgend jaar april gezamenlijke voorstellen doen voor de vermindering van multilaterale schulden van de armste landen.

Dit is het resultaat van de vergadering van het Development Comittee, waarin ministers van industrielanden en ontwikkelingslanden gezamenlijk over het hulpbeleid van IMF en Wereldbank overleggen.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) sprak gisteren na afloop van een “stap vooruit”. IMF en Wereldbank erkennen volgens hem nu dat het probleem van de multilaterale schulden van de armste landen “toch groter” is dan ze aanvankelijk dachten. Pronk onderstreepte dat de schuldverlichting niet de vorm van kwijtschelding zal krijgen. Dit zou de kredietwaardigheid van een instelling als de Wereldbank aantasten, waardoor tegen hogere rente geld voor ontwikkelingslanden op de kapitaalmarkt zou moeten worden geleend. Het IMF kan statutair geen schuld kwijt schelden.

Ofschoon nog geen concrete ideeën zijn ontwikkeld denkt een aantal landen, waaronder Nederland, aan de instelling van een speciaal fonds waarin landen en multilaterale instellingen bijdragen storten. Uit dit fonds kan dan de schuldverlichting voor de armste landen worden gefinancierd. Minister Pronk schat dat een bedrag van “een paar miljard dollar” nodig zal zijn. Nederland wil daaraan meedoen. Onlangs lekte een document van Wereldbank-medewerkers uit, waarin sprake was van een noodzakelijk bedrag van 11 miljard dollar. Het IMF zou, op Brits voorstel, een klein deel van de goudreserve kunnen verkopen om vervolgens de beleggingswinst te benutten. “Daarvoor is wel een cultuuromslag bij presidenten van centrale banken nodig,” aldus Pronk.

Over de omvang van het probleem moet de komende maanden nadere duidelijkheid komen. In het onofficiële Wereldbank-document werd gesproken van 40 landen. Volgens Pronk zijn het er eerder twintig. Een IMF-functionaris sprak vorige week van slechts vier landen. Minister Pronk erkende dat het beschikbaar stellen van geld voor het schuldenfonds ten koste zal gaan van andere ontwikkelingsdoeleinden. Hij sprak van een kwestie van “prioriteiten” stellen. Gezamenlijke Europese non-gouvernementele organisaties reageerden teleurgesteld dat na een oproep van de G7-top van juni in Halifax niet reeds voorstellen zijn ontwikkeld. “Het IMF probeert het probleem te bagatelliseren,” aldus woordvoerder T. van Hees.

Het Development Committee sprak gisteren zijn “grote bezorgdheid” uit over de mogelijke vermindering van de bijdragen aan de International Development Association (IDA), het 'loket' voor zachte Wereldbankleningen aan de armste landen. Voor de periode 1993-1996 was door 33 landen 18 miljard dollar toegezegd. Door de weigerachtige opstelling van het Amerikaanse Congres kan de Amerikaanse regering een kwart van haar aandeel van 3,75 miljard dollar niet betalen. Om dezelfde reden bestaat over de volgende driejarige periode (van IDA-11) grote onzekerheid. De nieuwe Wereldbank-president Wolfensohn zei gisteren dat een verzwakking van IDA het perspectief op een stabiele wereld geringer maakt.

De Amerikaanse minister Rubin (financiën) erkende dat zijn regering rekening moet houden met “de politieke atmosfeer” in het Congres. Hij kon slechts beloven alles te doen om de “historische verplichting” van de VS aan IDA inhoud te geven. Rubin onderstreepte de “vitale rol” van IDA in de armoedebestrijding. Hij drong er bij de Wereldbank overigens op aan “selectiever” te zijn en IDA-gelden te concentreren op de armste en minst kredietwaardige landen die goed presteren.

Ofschoon Rubin er gisteren niet over sprak, verluidt in Washington dat de Amerikaanse regering erop uit is China te schrappen van de lijst die IDA-geld krijgen. Dit omdat het land inmiddels zelf geld kan aantrekken op de kapitaalmarkt. De Franse minister Arthuis (financiën) sprak gisteren in verband met IDA openlijk zijn bezorgdheid uit over isolationistische tendenzen in de VS.

Volgens minister Pronk zit het er niet in dat de andere landen de wegvallende bijdrage aan IDA-10 zullen compenseren. De komende maanden moet volgens hem naar een “tussenoplossing” worden gezocht. Zo zouden de overige landen de toegezegde bedragen kunnen handhaven, waardoor hun relatieve aandeel in IDA iets toeneemt.

Het Development Committee toonde gisteren bezorgdheid over de hoge militaire uitgaven in veel ontwikkelingslanden. Zij drong er bij IMF en Wereldbank op aan nauw met regeringen samen te werken en ze bij te staan de overheidsfinanciën te verbeteren en non-produktieve uitgaven, waaronder militaire budgetten, terug te dringen. De discussie hierover was een uitvloeisel van de sociale top van de Verenigde Naties eerder dit jaar in Kopenhagen. In het Development Committee werd dit jaar voor het eerst zonder voorbereide speeches vergaderd om de onderlinge discussie te bevorderen.

    • Hans Buddingh'