Herstel van dollar kan franc uit netelige positie redden

AMSTERDAM, 10 OKT. Welke prioriteit zal bij de Franse regering prevaleren, het behalen van de begrotingscriteria voor de Europese muntunie en het behoud van een harde franc, of het stimuleren van de economie en het verlagen van de werkloosheid? Dat dilemma beheerst op de valutamarkt dit moment het lot van de Franse franc, die sinds vorige week op de valutamarkt een nieuwe golf van aanvallen te verduren krijgt. Tegen het middaguur vandaag stond de koers van de franc op 31,92 gulden per honderd, tegen 32,50 begin deze maand, en wist daarmee niet te profiteren van de renteverhogingen die de Banque de France vorige week en gisterochtend doorvoerde.

Van Franse regeringszijde wordt steevast ontkend dat er een probleem is. Hoewel de begroting voor volgend jaar wijst op een financieringstekort dat twee procent ligt boven de toetredingseis van 3 procent die een jaar later van de deelnemers aan de muntunie wordt verlangd, zal Frankrijk op tijd voldoen aan dat begrotingscriterium en in 1997 zelfs, volgens minister van financiën Arthuis dit weekeinde, onder de drie procent uitkomen.

Maar op de financiële markten is het dilemma tussen de Franse monetaire verplichtingen en de maatschappelijke aspiraties intussen vanzelf uitvergroot. Een vlucht uit Franse staatsobligaties heeft de lange-termijnrente in Frankrijk omhoog gejaagd naar 7,62 procent, en het renteverschil met Duitsland tot boven de een procent gebracht. De aanval op de franc heeft de Franse centrale bank er toe gedwongen de korte-termijnrente te verhogen van het normale vijf- tot tiendaagse tarief van 5,5 procent begin vorige week naar het eendaagse noodtarief van 7,25 procent gisterenochtend.

De typische speculatie tegen een munt, en in dit geval de franc, vindt plaats door de munt op korte termijn te lenen en vervolgens te verkopen, in de hoop hem later - wanneer de lening moet worden afgelost - goedkoper te kunnen inkopen en terugbetalen. Door het lenen van francs zowel moeilijker als duurder te maken, wist de Banque de France tot nu toe diverse aanvallen op de munt af te slaan.

Maar er zijn wel nadelen. Langdurig hogere renteniveaus kunnen het economische herstel in Frankrijk verder verzwakken. Vroeg of laat sijpelt de hogere rente door in de reële economie. Nu de prognoses voor de Franse economische groei voor volgend jaar al zijn verlaagd, en de werkloosheid tegen de conjunctuur in zelfs licht is opgelopen, is dat een onwelkome ontwikkeling.

Het verdedigen van de harde franc dreigt zo te conflicteren met de andere majeure doelstelling van de regering-Juppé: het stimuleren van de economie en het terugdringen van de werkloosheid. Daarmee is de cirkel rond: het is precies dit dilemma waar de valutahandel op dit moment op speculeert.

Op de valutamarkt dreigt het momentum zich intussen tegen de franc te keren. Met name de grote Amerikaanse speculatieve beleggingsfondsen, de hedge funds, zouden posities hebben ingenomen tegen de franc. Zo heeft de beruchte belegger George Soros volgens geruchten optiecontracten in portefeuille tegen een uitoefeningsprijs van 3,60 franc per Duitse mark. Dat impliceert omgerekend een verwachte koers van de franc van 31,11 per honderd franc tegen de gulden - bijna drie procent lager dan de al zwakke franc-koers van vanmorgen.

Wat kan de franc uit deze netelige positie redden? Het antwoord daarop ligt niet alleen in de uitweg die Parijs vindt uit het dilemma, maar ook in de drie monetaire wereldsteden New York, Tokio en Frankfurt. Perioden van zwakte van de Europese munten tegenover de Duitse mark hangen de laatste jaren nauw samen met de koersbeweging van de Amerikaanse dollar tegenover de mark. De spectaculaire verzwakking van de dollarkoers begin dit jaar tot tegen de 1,51 gulden en 80 yen veroorzaakte een chaos onder de Europese wisselkoersen, met onder meer een historisch dieptepunt voor de Italiaanse lire en een dramatische verzwakking van de Franse franc. Twee maanden geleden bracht een uitgekiende interventie onder leiding van de centrale banken van de VS, Japan en Duitsland daarentegen een sterk herstel van de dollar teweeg, van 1,57 gulden tot een koersniveau van rond de 1,66 gulden. Dat droeg juist bij aan een voorzichtig herstel van de rust onder de Europese munten.

Maar sindsdien is de dollar weer langzaam teruggezakt richting 1,60 gulden, met de franc in het kielzog. De verbale steun voor de dollar die Japan de VS en Duitsland beleden na de vergadering van de zeven grootste industrielanden afgelopen weekeinde in Washington werd maandagochtend op de valutamarkt te licht bevonden, waarna de dollar wegzakte tot 1,58 gulden en de Banque de France de rente moest verhogen. Het wachten op nieuwe dollar-initiatieven van de Grote Drie is begonnen. Niet alleen op de valutamarkt, maar ook in Parijs.

    • Maarten Schinkel