Feestje

Nederlanders vieren graag feest, maar de Spoorwegen durven niet meer te komen. NS-medewerkers krijgen op familieverjaardagen en andere partijtjes zo hun huid volgescholden over stremmingen, vertragingen en ander reisongemak dat ze maar liever thuisblijven. Sneu: nog niet eens verzelfstandigd en dan al in een hoekje wegkruipen.

Toch is er hoop. Nog niet zo lang geleden waren het vooral leraren die het moeilijk hadden op feestjes. In de jaren tachtig stond hun beroep niet hoger in aanzien dan dat van andere maatschappelijke dienstverleners. Sufferds, eigenlijk. Maar in de jaren negentig is de leraar bezig aan een come back: hij voedt tenslotte bij afwezigheid van tweeverdienende ouders onze jeugd op, en zulke onbaatzuchtigheid staat weer hoog genoteerd.

Wie weet zit er voor de NS ook zo'n rehabilitatie in. Dat zou verdiend zijn, want ze bedoelen het natuurlijk allemaal goed. Alle vertragingen zijn één grote cursus burgerschapszin, om de neurotische tijdrijder voor te bereiden op de volkomen geflexibiliseerde samenleving. Neenee, conducteur, laat u die intercity gerust passeren, wij wachten wel even. Meester, ik voel me wat gejaagd, ik heb vandaag mijn stukje stremming nog niet gehad.

We zullen die arme NS-thuisblijvers nog eens dankbaar zijn. Met vertraging, dat wel.