Experimenten

De recente uitspraken van minister Borst van volksgezondheid (NRC Handelsblad, 4 oktober) aangaande experimenten op kinderen en demente bejaarden, schept enerzijds een dilemma, anderzijds heft zij een ander op. Voor mij als (nog wel) redelijk intelligente, wilsbekwame mens, liggen de te nemen maatregelen nu vast. Met mijn huisarts, met mijn familieleden in brede kring en voor de zekerheid ook met mijn notaris, moet ik nu deze afspraak maken: wanneer de heer Alzheimer of vrouwe Dementia onherroepelijk bezit genomen hebben van de ruimte onder mijn hersenpan, of als ik in een langdurige coma zou komen te liggen, wil ik dat er géén levensverlengende handelingen verricht worden, en wil dat arts dan wel verpleegster zo vriendelijk zijn mij door middel van een pil of prik uit het bestaan te zetten. Voor de artsen en de wetenschap schept mevrouw Borst een dilemma: zoals de zaken er nu voorstaan mag bij een verregaande staat van geestelijk verval niet gehandeld worden naar de in betere tijden geuite wens van de demente mens. Wilsonbekwaam heet dat. Geldt dat niet meer wanneer de wetenschap in het geding is? De wil om de maatschappij, de geliefden en jezelf te verlossen van een financieel, sociaal en emotioneel ondraaglijke last is dus niet geldig. Maar de onwil om mee te doen aan de waanzin van de wetenschap in de jacht op het eeuwige leven; de afkeer voor de onnatuurlijke schepping van overbodige levens in een overvolle wereld; dat mag dus ook niet. Mevrouw Borst kiest voor het leven. Te allen tijde, onder welke omstandigheden dan ook, dient 'het Leven' beschermd te worden. Het leven in Nederland zoals mevrouw Borst dat voor ogen lijkt te hebben, lijkt mij ondraaglijk. Ik zou nog liever dood zijn.

    • M.I. Fahner-Botha