Dubbelslag met Aziatische vestigingen is 'toeval'

ROTTERDAM, 10 OKT. Het lijkt de omgekeerde wereld: Aziatische bedrijven die in Nederland produktievestigingen opzetten. Westerse bedrijven staan te dringen om te profiteren van de lage loonkosten in het Verre Oosten, maar de Taiwanese fietsenmaker Giant gaat in Lelystad fietsen maken voor de Europese markt. Giant staat niet alleen. Ook het Japanse levensmiddelenconcern Kikkoman gaat in Nederland een nieuwe fabriek bouwen.

Kikkoman (soja-saus, sterke drank, wijn, geneesmiddelen) begint medio volgend jaar met de bouw van een fabriek voor de produktie van soja-saus in Hogezand. De nieuwe produktievestiging kost tussen de 55 en 60 miljoen gulden en levert 35 arbeidsplaatsen op. Dit heeft president directeur Yuzaburo Mogi van Kikkoman vanmorgen bekendgemaakt.

De belangrijkste overwegingen voor Kikkoman (dat in 1994 een omzet behaalde van 3,5 miljoen gulden) om in Nederland te investeren zijn “het uitstekende distributienetwerk, het vriendelijke investeringsklimaat en de economische stabiliteit in Nederland”. Vanaf maart 1998 zal de nieuwe fabriek jaarlijks vier miljoen liter (dertig miljoen flessen) sojasaus voor de Europese markt produceren. Tot nu toe importeerde Kikkoman de soja-saus uit Singapore.

De nieuwe fabriek van Kikkoman is de tweede Aziatische investering in een Nederlandse produktievestiging binnen een week. De Taiwanese fietsenfabrikant Giant maakte afgelopen vrijdag bekend dat vanaf 1996 vrijwel de volledige produktie van fietsen voor de Europese markt in Nederland zal plaatsvinden. Giant investeert 30 miljoen gulden in een nieuwe fietsenfabriek in Lelystad waar tweehonderd mensen werk zullen vinden.

De vestiging van twee nieuwe Aziatische fabrieken in Nederland in korte tijd is een unicum in een periode dat veel Europese bedrijven hun produktie verplaatsen naar het Verre Oosten. “Toeval”, noemt een woordvoerder van het ministerie van economische zaken de opvallende keuze van twee Aziatische producenten. “De grote hausse van buitenlandse investeringen, vlak na de Europese eenwording, is voorbij.”

Economische Zaken registreert via het Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland (CBIN) “vrijwel alle” Japanse investeringen in Nederland en een “aanzienlijk deel” van de investeringen uit de rest van Azië. Buitenlandse bedrijven kondigden vorig jaar investeringen aan ter waarde van 380 miljoen gulden in Nederlandse produktievestigingen. Van de veertien bedrijven die in 1994 besloten een fabriek in Nederland te bouwen waren er welgeteld drie uit Azië afkomstig.

Kobe Steel, de op vier na grootste staalproducent van Japan, maakt de investeringsplannen waar. Het bedrijf investeert 17 miljoen gulden in een Heerlense fabriek voor de produktie van lasdraad. Ook Mitsui Petrochemicals investeerde vorig jaar in Nederland. De plannen van een derde Aziatische investeerder zijn op de lange baan geschoven, het ministrie geeft de naam van het bedrijf niet vrij.

Aan de dubbelslag van Giant en Kikkoman, afgelopen week, gingen dit jaar investeringen vooraf van de Japanse glasproducent Asihi Glas in Tiel en de producent Sanko Gossei (kunststoffen en dashboards) in Sittard. Volgens het ministerie zijn de hoge opleiding, de arbeidsrust, veeltaligheid en de centrale ligging de belangrijkste overwegingen voor vestiging in Nederland. Giant heeft getwijfeld tussen vestiging in Nederland en Ierland.

Volgens president-directeur L. Schoormans van Giant Europe lag een nieuwe produktievestiging voor Giant-fietsen in Azië niet voor de hand. “Toen ik tien jaar geleden voor het eerst naar Taiwan ging was het een lage-lonenland”, zegt Schoormans. “Nu is er veel veranderd. Taiwan heeft zich in de afgelopen jaren enorm ontwikkeld. We hadden voor produktie in een minder ontwikkeld Aziatisch land kunnen kiezen, maar het duurt lang voordat het produktieproces in dergelijke landen aan bepaalde eisen voldoet. Bovendien maken wij relatief dure fietsen. De kostprijs van ons produkt wordt voor een beperkt deel door loonkosten bepaald”, zegt Schoormans.

Met de fabriek in Nederland bespaart Giant op transportkosten, importheffingen (16,6 procent voor fietsen, 8,3 procent voor fietsonderdelen) en voorraadkosten. Schoormans: “We waren niet flexibel genoeg. In het voorjaar zaten we met een voorraad van tussen de tachtig en honderdduizend fietsen. Wanneer de klant plotseling niet meer geïnteresseerd is in een bepaald model blijf je met een enorme voorraad zitten. Met een produktiefaciliteit in Europa kunnen we direct reageren op veranderingen in de markt.”

Giant heeft bij de keuze voor een vestigingsplaats getwijfeld tussen Nederland en Ierland. “Het Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening verzorgt een groot deel van de werving en opleiding en Giant kan voor elke nieuwe arbeidsplaats in Lelystad aanspraak maken op een gemeentelijke subsidie van 25.000 gulden, maar ook in Ierland zijn die zaken goed geregeld”, zegt Schoormans. “Giant heeft echter een emotionele binding met Nederland omdat we hier al sinds 1986 met een verkooporganisatie actief zijn. Als de fabriek in Ierland zou zijn gevestigd hadden we ook het verkoopapparaat moeten verhuizen.”

    • Michiel van Nieuwstadt