Bukman: huidig beleid leidt tot veel slachtoffers

De bewindslieden van het kabinet-Kok verdedigen hun begroting in de Tweede Kamer. Hoe oordelen oud-ministers over het beleid van hun opvolger? De CDA'er P. Bukman, minister van landbouw van 1990 tot 1994, neemt het beleid van VVD-minister J.J. van Aartsen onder de loep.

DEN HAAG, 10 OKT. Piet Bukman heeft nog een appeltje te schillen met zijn opvolger die morgen zijn begroting verdedigt. Jozias van Aartsen hekelde vorig jaar het beleid van de CDA'er, die volgens Van Aartsen een politiek van “pappen en nathouden” had gevoerd en in 1993 een mestakkoord afsloot dat niet uit te voeren was. Bukman had te veel naar het compromis gezocht om het compromis, vond Van Aartsen. “Ik zal echte maatregelen nemen”, kondigde de liberaal aan.

Bukman zegt nu: “Van Aartsen moet weten dat je over je voorganger geen lelijke dingen moet zeggen, maar dat blijkt hij niet te weten. Dat was ook een beetje een gekke opmerking voor iemand die net op een departement binnenkomt. Daar heb ik me wel aan gestoord, maar ik heb hem eerst een tijdje in zijn eigen sop laten gaarkoken.”

Bukman heeft het landbouwbeleid naar eigen zeggen “een beetje afgezworen”. Hij is tegenwoordig een van de 34 Kamerleden van het CDA en voorzitter van de vaste commissie voor buitenlandse zaken. Toch houdt hij zijn opvolger genoeg in de gaten om te weten dat Van Aartsen al een paar keer “lelijk in de fout” is gegaan. Bukman: “Van Aartsen zei: 'Ik ontwikkel beleid en als de Tweede Kamer het goed vindt gaan we het zo doen.' Dat is het primaat van de politiek. Nogal paars dus. 'Ah jongen, wees nou toch voorzichtig', dacht ik meteen. 'Je moet er rekening mee houden dat je te maken hebt met een goed georganiseerde sector die heel goed in de gaten heeft wat de overheid doet.' Als je maatregelen door wilt voeren waar de boeren en tuinders niet achter staan, komt er van het beleid geen fluit terecht.”

Dat Bukman zelf wel overlegde en desondanks tijdens de laatste jaren van zijn ministerschap steeds meer protesterende boeren en tuinders op de stoep kreeg, heeft hem geen voorstander van de hardere, 'paarse' benadering gemaakt. “Met de leiders van het boerenbonden had ik goed contact, die werden alleen teruggefloten door hun achterban. Een deel daarvan heeft zich nu verspreid over actiecomités.”

Afgelopen voorjaar presenteerde Van Aartsen zijn prioriteitennota 'Dynamiek en Vernieuwing'. Hij stippelde daarin het beleid uit voor de komende jaren. “Hij had daar acht maanden voor nodig”, zegt Bukman. “Ik had dat in acht dagen voor hem op kunnen schrijven. Het stuk had weinig handen en voeten. Vervolgens gooit hij de mestovereenkomst die ik gesloten had met Hans Alders (toenmalig minister van milieu) in de prullenbak. Hij heeft dan een jaar en drie maanden nodig om tot een nieuw akkoord te komen. Waar blijf je dan met je 'knopen doorhakken' denk ik dan.”

Dat het mestakkoord zo lang op zich liet wachten, had volgens Bukman onder meer te maken met de politieke posities van de beide betrokken bewindslieden Van Aartsen en minister van milieu De Boer. De aanvankelijke hooggestemde verwachtingen over de nieuwkomer Van Aartsen waren wat ingezakt. De ster van De Boer was dalende als gevolg van de besluitvorming rond de uitbreiding van Schiphol en andere milieukwesties. Bukman: “Dan krijg je een situatie waarin beide ministers in politiek opzicht aan het mestakkoord moeten verdienen. Dan wordt het lastig.”

“Het leek erop of ze een kluwentje dun garen in hun handen hadden dat helemaal door de war was. Ze konden er helemaal niet meer uit komen”, omschrijft Bukman de weg naar het mestakkoord van De Boer en Van Aartsen. “Ze zouden eerst in het voorjaar klaar zijn, toen voor de zomer, daarna op Prinsjesdag, toen pinde de Kamer hen vast op 1 oktober en dan nu eindelijk ligt er een plan.”

Bukman vindt het uiteindelijke mestakkoord niet erg sterk. Buitengewoon veel bedrijven zullen volgens hem “absoluut niet aan de eisen kunnen voldoen”. “Heel strenge mestnormen zoals die in het akkoord staan hebben een negatief effect op de bodemvruchtbaarheid. Dat hebben wij destijds onderzocht en toen bleek dat de grond meer bemesting nodig heeft dan wordt gesteld in de voorstellen die nu op tafel liggen. Daar zijn de boeren ook zo boos over. Dit beleid zal veel slachtoffers maken. Dan kan je weliswaar een saneringsfonds instellen, maar het geld komt voor een deel uit de landbouwbegroting. Dat geld kun je dan nergens anders meer aan besteden. De boeren krijgen dus een sigaar uit eigen doos.”

Van Aartsen heeft niet zoals zijn voorgangers een verleden in de land- of tuinbouw. Als secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken maakte hij de overstap naar het ministerschap van Landbouw. Op zichzelf heeft dat zijn voordelen, zegt Bukman: “Hij is niet iemand die gepokt en gemazeld is in de sector. Van Aartsen is iemand die fris aandoet. Hij had nogal een positieve benadering. Zo van, jongens het komt allemaal wel goed. Een beetje American. Toen hij zijn prioriteitennota presenteerde, had hij de bezuinigingsparagraaf er gewoon uitgelaten. Hij wil altijd met een positief verhaal komen. Dat mag allemaal, dat is niet verboden of zo. Hij wil op die manier de maatregelen acceptabeler laten lijken.”

Bukman wilde zijn beleid richten op de herstructurering van de land- en tuinbouw, iets dat hij bij Van Aartsen mist. “De sector moet begeleid worden op weg naar nieuwe afzetstructuren. Ik had daar 250 miljoen voor gereserveerd. Van Aartsen doet veel te weinig aan de begeleiding van dit proces. Er is een geweldige omslag gaande in afzetmarkten. Als je daar niet voldoende mee bezig bent, loop je de kans dat Nederland links en rechts wordt ingehaald door andere marktsystemen. Van Aartsen heeft een andere marktoriëntatie, waarbij iedereen die het niet bij kan houden maar de bijstand in moet. Dat is ook een marktoriëntatie, maar geen positief gerichte.”

    • Koen Greven
    • Kees Versteegh