Britse Conservatieven gedragen zich steeds meer als een oppositiepartij

LONDEN, 10 OKT. Nog zijn de Britse Conservatieven niet verloren. Maar het moreel binnen de partij is lager dan ooit tevoren. Zelden zijn hun vooruitzichten voor de volgende verkiezingen zo ongunstig geweest.

Voor aanvang van het partijcongres in Blackpool vanmorgen, liet de Britse zondagskrant The Observer een enquête houden onder Conservatieve kiezers. Daaruit bleek dat twee van de vijf alle hoop verspeeld hebben op een zege van de Tories. Twee van de drie beschouwen de Conservatieve partij als hopeloos verdeeld.

Naarmate Labour zich met groeiend zelfbewustzijn opwerpt als toekomstige regeringspartij, gedragen de Conservatieven zich steeds ootmoediger als een oppositie-in-wording. Het kabinet slaagt er in om zelfs zijn successen te presenteren als blunders. Fractiegenoten filosoferen steeds openlijker over de heilzame werking van een periode langs de zijlijn. Een groot aantal parlementariërs heeft al aangekondigd na de volgende verkiezingen niet meer terug te willen keren. Anderen zijn verwikkeld in een verhitte en wanhopige stoelendans om de weinige vrije en veilige zetels. Een enkeling, zoals dit weekeinde het parlementslid Alan Howarth, trekt de uiterste consequentie en loopt over naar de tegenpartij.

Dat wijdverbreid defaitisme strookt met de resultaten van de Conservatieven in de verkiezingsprognoses. Al meer dan anderhalf jaar halen ze in de opiniepeilingen niet meer dan ruim een kwart van de stemmen. Intussen trekt Labour bijna twee keer zoveel kiezers. Of het nu ging om de verkiezing voor het Europese parlement, tussentijdse verkiezingen voor een parlementszetel of gemeenteraadsverkiezingen, de Conservatieven stapelden historische nederlaag op nederlaag.

Maar politieke commentatoren als John Barnes en Tony Travers van de London School of Economics waarschuwen ervoor de Conservatieven voortijdig af te schrijven. Ze wijzen erop dat de partij het dieptepunt eindelijk gepasseerd lijkt te zijn. Na weer een jaar van stammentwisten en schandalen heeft premier Major sinds de zomer aardig rust en orde weten te bewaren, vindt John Barnes. De gok om eind juni zijn functie als partijleider beschikbaar te stellen, heeft niet alleen disciplinerend, maar ook bindend gewerkt. Hij dwong zijn fractie onder ogen te zien dat ze geen andere keus had dan zich achter hem te scharen, als ze een splijting van de partij wilde vermijden.

Ook de kabinetswijzigingen die op de leiderschapsverkiezing volgden, hebben de Conservatieven versterkt, meent Barnes. In zijn eerste maanden als nieuwe partijvoorzitter heeft Brian Mawhinney al bewezen dat hij de straatvechter en strateeg is die de Conservatieven vanuit een schijnbaar kansloze positie naar een vijfde achtereenvolgende verkiezingsoverwinning zou kunnen leiden. Intussen is Michael Heseltine in zijn nieuwe hoedanigheid van vice-premier druk bezig om het vervlakte, verbrokkelde regeringsbeleid opnieuw te stuwen en te bundelen.

Ook de economische ontwikkeling werkt in het voordeel van de Conservatieven, zegt Tony Travers, al hebben ze daar tot dusverre nauwelijks van geprofiteerd. Dat die politieke winst is uitgebleven komt volgens Travers omdat die economische voorspoed nauwelijks is doorgesijpeld naar de burgers. Traditioneel leidt economische groei in Groot-Brittannië altijd onmiddellijk tot een stijging van de koopkracht en een opleving van de huizenmarkt. Dit keer heeft vooral de industrie geprofiteerd. Dat is voor de economische ontwikkeling op de lange termijn hoogst weldadig, zegt Travers, maar fataal voor de kiezersgunst.

Travers verwacht dan ook dat het kabinet aan de Conservatieve noodkreet om lagere belastingen onvoldoende weerstand zal weten te bieden, ook als dat ten koste gaat van de economische vooruitzichten op de langere termijn. Hij gaat er verder vanuit dat de Conservatieve aanhang in de opiniepeilingen de komende maanden weer zal stijgen, omdat het huidige extreem lage niveau van 26 tot 27 procent vooral moet worden uitgelegd als een protestsignaal. Naarmate de verkiezingen dichterbij komen zal het basisniveau van supporters zich herstellen, dat van oudsher schommelt rond de 38 procent. Dat is eigenlijk niet meer dan een technische correctie, maar ze zal worden ervaren als een miraculeuze opmars van de Conservatieven, zegt Travers. Alsof Labour een zekere winst uit handen geeft. Daarna is de strijd om de kiezers weer volledig open. De verkiezingen zijn nog lang niet beslist.

Voorwaarde is wel, vinden Barnes en Travers, dat de Conservatieven zich eindelijk van hun schlemielenrol bevrijden en een beleidsprogramma presenteren waarvoor de natie warm loopt. Te lang al beweren de Conservatieven dat ze “barsten van de ideeën”, dat “het gonst van de plannen”, terwijl de bevolking alleen maar oude nota's in nieuwe kaften ziet. Voorwaarde is ook dat ze ten minste de schijn van eenheid over Europa weten te bewaren, want geen volk schenkt vertrouwen aan een verscheurde partij.

De Conservatieven hebben al laten weten dat ze het partijcongres willen gebruiken voor een grandioze come back. Kabinetsleden zullen de natie deze week verbluffen met een stroom aan initiatieven. Partijvoorzitter Mawhinney spreekt al bij voorbaat over het meest baanbrekende congres van de laatste tien jaar. Daarmee verwijst hij naar het partijcongres van 1986 dat achteraf een keerpunt is gebleken. Destijds leken de Conservatieven ook af te stevenen op een mislukking bij de verkiezingen. Totdat de toenmalige premier Margaret Thatcher het initiatief naar zich toe trok met een spervuur aan plannen.

Maar de geschiedenis herhaalt zich nooit op dezelfde wijze. Dit Labour is aanzienlijk slimmer, eensgezinder en robuuster dan de partij van tien jaar geleden. En het virus van de zelfdestructie dat Labour een generatie van de macht beroofd heeft, lijkt naar de Tories overgeslagen. Een partijcongres zonder missers, zonder slippers, zonder wanklank, dat zou pas een ommekeer zijn.

    • Dick Wittenberg