Arie

Winschoten heeft tenminste drie voortreffelijke voetballers voortgebracht: Jan Mulder, Klaas Nuninga en Arie Haan. Twee van hen waren onderwijzers, de derde is de journalistiek ingegaan. Eén van die onderwijzers, die ook op latere leeftijd - want hij heeft nauwelijks voor de klas gestaan - een portie didactiek in zijn optreden pleegt te leggen, is de nieuwe trainer/coach van Feyenoord. De vorige coach, Willem van Hanegem, heeft nog met hem in het Nederlands elftal gespeeld. Zij deelden de lof en de muntjes in 1974, toen het bij het WK eerst erg goed ging, maar op het laatst, in de finale, toch nog misging. Arie Haan was eigenlijk een middenvelder, maar een geniale ingeving bracht Michels ertoe hem tijdelijk om te scholen tot centrumverdediger, samen met Wim Rijsbergen stond hij in het hart van de Oranje-defensie en dat ging verbazend goed. Eén van de redenen van die omvorming was toevallig: zowel Rinus Israel als Barry Hulshoff sukkelden met blessures. Eén van de redenen die Van den Herik ertoe gebracht heeft Arie Haan uit Griekenland weg te halen, stoelt op het sterke verlangen Feyenoord een nieuw gezicht te geven. Kan Arie Haan de motivatie terugbrengen?

Het lijkt een kolfje naar zijn hand. Haan is hevig overtuigd van eigen kunnen. Hij was dat ook als speler. Als speler was hij een nijvere, intelligente middenvelder met een krachtig schot in het rechterbeen, wat zowel de Duitsers als de Italianen tijdens het WK van 1978 tot hun schade ondervonden. Eerst ging de parmantige Sepp Maier een kanonskogel om de rode oortjes en drie dagen later ging de minstens zo beroemde Dino Zoff vergeefs naar de hoek. Tegen de Italianen betekende het de winnende treffer, tegen de Westduitsers de gelijkmaker. Net als Louis van Gaal, die omstreeks die tijd bij Sparta voetbalde, lag Haans grootste handicap in de omstandigheid dat hij niet zeer rap ter been was. Overigens was het een knappe, succesvolle voetballer, hetgeen hij zowel bij Ajax als bij Anderlecht, Standaard Luik, PSV en in Hongkong demonstreerde. Ajax raakte hem destijds kwijt aan Anderlecht, hetgeen met Hans Kraay te maken had, die Michels was opgevolgd. Twee stijfkoppen tegen elkaar, de een nog gehaaider met de mond dan de ander.

Ik mag die types wel, hoe irritant ze bij tijd en wijle ook kunnen zijn. Zij brengen kleur in een elftal. Een enkele keer is dat het schaamrood, meestal verlevendigt het de zaak en blijft iedereen wakker. Het gevaar voor Arie Bombarie kan zijn, dat zijn aangeboren zelfvertrouwen in arrogantie verkeert. Niemand heeft altijd gelijk. En ongelijk erkennen temidden van een spelersgroep kan juist heel gezond zijn. Juist bij het Duitse Stuttgart is Haan succesvol geweest en nu hij op het punt staat naar Rotterdam te komen is uit zijn mond het woord “discipline” reeds opgevangen. Inderdaad heeft het huidige Feyenoord dat hard nodig en werd Van Hanegem juist verweten dat hij de teugels te ver had laten vieren, maar de mondigheid van de gemiddelde in Nederland spelende voetbalprof gaat die van zijn Duitse collega's duidelijk te boven. Ik wil maar zeggen: Arie Haan moet voor discipline zorgen zonder dat zijn spelers dat als hinderlijk ervaren. En hij moet evenmin doen alsof hij God is. Ziet hij kans gedoseerd en tactisch zijn wil aan deze op dit moment chaotische groep op te leggen, dan kan zijn verblijf in de Maasstad een zegen blijken te zijn.

Want hij heeft zowel als speler en als trainer een schat van ervaring opgebouwd, plus de uit Winschoten meegekregen talenten die in de dop reeds aanwezig waren toen juniorleider Engel Wubs het drietal Mulder-Nuninga-Haan onder zijn kostelijke hoede kreeg. Apropos: Arie speelde 35 interlands. De eerste was in 1972 toen hij inviel voor Van Hanegem tijdens Tsjechoslowakije - Nederland en de laatste betrof een invalbeurt tijdens Nederland - Tsjechoslowakije in 1980. Hij verving toen in de rust Dick Nanninga. Hij doet er verstandig aan de Feyenoorders niet te vaak op te zadelen met heldendaden uit zijn verleden. Ik neem aan, dat hij zo verstandig zal zijn.

    • Herman Kuiphof