Amerikaanse kranten kritisch over Dutchbat in Srebrenica

In Amerikaanse kranten verschenen de laatste dagen artikelen over de militaire rol van Nederlands rol in Srebrenica. Daarin wordt wordt kritiek geuit op de manier waarop Dutchbat heeft gefunctioneerd. Maar men vraagt zich tegelijkertijd af of de bondgenoten in de NAVO voldoende voorbereid zijn op de nieuwe taken waarvoor ze gesteld worden.

WASHINGTON, 10 OKT. Tot voor kort was het weinig ambtenaren, militairen en Congresleden in Washington opgevallen dat Nederland militair een rol speelde bij de vredesmacht in Bosnië. Van Britse en Franse inspanningen had men wel gehoord en daar bleef het bij. Maar vorige week verscheen er in The Boston Globe een groot artikel over de Nederlandse rol in Srebrenica met als kop: 'Getuige van gruweldaden: VN-troepen stonden erbij'. Afgelopen weekend was er een verslag op de voorpagina van de New York Times met als kop: 'Hollands geweten gestoken'.

In The Boston Globe zegt korporaal Hans Berkens van Dutchbat over de val van Srebrenica: “Ik voel me niet schuldig. Het was mijn oorlog niet.” In de New York Times zegt prof. dr. A. van Staden, directeur van het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, dat Srebrenica “een duidelijke breuk laat zien tussen het beeld van onszelf en onze daden”. Het Kamerlid Hoekema (D66) noemt Nederland een 'een witte engel in een donkere wereld'. “Dat beeld is aangetast en nu vragen we ons af of we werkelijk altijd helden zijn. Had een hardere opstelling een andere uitkomst gebracht?”

Het Nederlands 'zelfonderzoek' speelt nauwelijks een rol. “Bij toekomstige vredesoperaties kan er ook voor Nederland een rol zijn weggelegd. Wat de Amerikanen wel zullen eisen is dat er meer gezamenlijk getraind moet worden voor vredesoperaties en de troepen goed zijn voorbereid”, zegt Stanley Sloan, onderzoeker voor veiligheidsvraagstukken van het Amerikaanse Congres. Yvo Daalder, die werkt bij de National Security Council, het hoogste adviesorgaan van de Amerikaanse president, zegt de opwinding in Nederland niet goed te begrijpen. “Nederland ligt hier goed omdat het altijd ja zegt als het om vredesoperaties gaat. De klacht richt zich niet tegen Nederland maar tegen de VN-operatie als zodanig. Daarom wil Amerika het straks in Bosnië vooral zelf doen.”

Op het ministerie van buitenlandse zaken spreekt men echter op meer spottende toon over Nederland: “Jullie lezen graag anderen de les en bewegen je internationaal soms wat superieur. In het geval van Haïti laten jullie nu al horen dat je langer wil blijven met een politiemacht. Haantje de voorste, dat nu gedwongen wordt toch over die eigen rol na te denken.”

Volgens het hoofd van de afdeling buitenlandse politiek van de denktank Brookings, John Steinbrunner, kan Amerika andere landen niets verwijten omdat het zelf nalatig is. “Nog steeds maakt het Pentagon zich op om twee regionale oorlogen tegelijkertijd te kunnen voeren, terwijl het weet dat het nu gaat om preventieve acties en uiterst gemene en grimmige interstatelijke conflicten. Hoe bereiden we ons daar op voor? Hoe kunnen we op brigadeniveau snel ter plekke zijn? Kunnen we het Congres daarvan overtuigen en hoe pakken we dat militair aan?”

Op het Pentagon circuleert een vertrouwelijke notitie van landmachtgeneraals waarin staat dat het deelnemen aan een vredesmissie in Bosnië het einde betekent van 'de paraatheid van het leger'. De generaals zijn bevreesd dat alles gaat schuiven bij zo'n operatie en dat zij de grote conflicten dan niet meer zullen aankunnen. Maar jongere commandanten zeggen het tegenovergestelde: van de landmacht zou minder overblijven als er niet aan vredesmissies wordt deelgenomen. Juist die activiteiten zullen in de toekomst zorgen voor het behoud van werk (jaarlijkse begroting van de Amerikaanse defensie 250 miljard dollar).

Amerika zou ook de plicht hebben. Steinbrunner: “Wij zijn de enige militaire macht ter wereld die grote en kleine operaties goed kan uitvoeren. In Washington wordt er onvoldoende nagedacht over hoe dat moet. Bij vredesmissies die steeds meer een element van het opleggen van vrede zullen inhouden, zal je moeten weten hoe met militaire kracht om te springen. Je moet in staat zijn om je tegenstander flink te raken en te laten bukken. Maar tegelijkertijd moet je je realiseren dat je misschien de week erna al met hem om de tafel moet gaan zitten om samen te kijken hoe je die fragide vrede weer bewaakt”, zegt Steinbrunner. “Daar hebben we nog geen kaas van gegeten en onze bondgenoten ook niet.”

Stanley Sloan is van mening dat niet alleen de nationale krijgsmachten zich zullen moeten aanpassen met uiterst gemotiveerde en goed gedisciplineerde militairen die én een rake klap kunnen uitdelen en gezag inboezemen én kunnen onderhandelen, maar dat ook de NAVO als bondgenootschap zich meer zal moeten richten op 'andersoortige bedreiging'.

“De VN-manier werkt kennelijk niet naar genoegen, zeker niet van het Amerikaanse Congres: eerst diplomatiek een vuist maken en dan militair niet willen. Dus zullen toekomstige coalities van die landen die wel willen meedoen en daartoe ook militair in staat zijn, beter moeten samenwerken”, aldus Sloan.

Dat betekent vernieuwing en van de interne organisatie van de NAVO, aanpassing van de commandovoering en de commandolijnen, betere consultatie en een snellere manier om tot beslissingen te komen. “De NAVO moet minder een apparaat zijn voor een vijand die nauwelijks meer bestaat en meer slagvaardig worden om een nieuwe niet direct tastbare vijand aan te kunnen. Mentaal de switch te kunnen maken naar vredesacties om conflicten te beslechten die de internationale veiligheid bedreigen.”

Volgens Jan-Willem Honig van het Department of War Studies van Kings College in Londen zal de NAVO ook bij toekomstige acties hogere eisen stellen aan deelnemers aan vredesoperaties. Ook bondgenoten zullen dat doen als in ander verband gezamenlijk wordt opgetreden. Volgens Honig zal Nederland het moeilijk krijgen om de slechte indruk van Srebrenica weg te nemen.

“Acties in de toekomst zullen veel vaker met militair geweld gepaard gaan of de dreiging daarmee: meer optredens met groene helmen dan met blauwe. En daar heb je, denk ik, een probleem in Nederland: willen we levens riskeren voor de vrede?”

Hij ziet ook een cultureel probleem in Nederland. Door alle concessies die aan dienstplichtigen in het verleden zijn gedaan, is sterk de nadruk komen te liggen op management en welzijn in het leger ten koste van een harde training. Macht van de vakbonden, uitspraken van de militaire top, dat alles straalt volgens Honig te weinig een vechthouding uit. “En om de instelling gaat het bij het oplossen van conflicten. Vechten accepteer je, of niet.”

    • Willebrord Nieuwenhuis