Ambtenaren met wachtgeld naar bedrijven; Kabinet dient banenplan werkloze academici in

DEN HAAG, 10 OKT. De ministers Ritzen (onderwijs) en Wijers (economische zaken) lanceerden gisteren een banenplan voor werkloze hoog opgeleiden. Dat gebeurde tijdens een overleg van de genoemde ministers en minister Van Aartsen (landbouw) met de Tweede Kamer over hun nota Kennis in beweging.

Hoogwaardige onderzoekers, zoals assistenten in opleiding (aio's), die voor een beperkte periode aan de universiteit verbonden zijn geweest en nu met een wachtgelduitkering (de WW voor ambtenaren) thuis zitten, zullen worden ingezet in het bedrijfsleven. Over de precieze vormgeving van de regeling zal minister Ritzen (onderwijs, cultuur en wetenschappen) een brief naar de Tweede Kamer sturen.

Als voorbeeld geldt de populaire KIM-regeling, die mei vorig jaar landelijk van kracht werd en voor drie jaar geldt. KIM is een afkorting van Kennisdragers in het Midden- en Kleinbedrijf. Bedrijven met maximaal vijftig werknemers krijgen een eenmalige subsidie van 25.000 gulden als ze één pas afgestudeerde uit het hoger beroeps- of wetenschappelijk onderwijs aannemen. Voor opleiding, advies en begeleiding legt het ministerie van economische zaken nog eens 15.000 gulden bij, zodat de totale kosten van een 'Kimmer', zoals ze in de wandeling worden genoemd, op 40.000 gulden komen.

De pas afgestudeerden beschikken over de meest recente kennis. Het inzetten van deze kennisdragers in het MKB vergroot volgens het kabinet de technologische slagkracht van de Nederlandse economie. Tot nu toe heeft het ministerie van economische zaken tweehonderd bedrijven aan een Kimmer geholpen. Door initiatieven van provincies en gemeenten kwamen er nog eens 150 aan de slag.

Voor de financiering van het banenplan van Wijers en Ritzen kunnen de wachtgelden van de betreffende onderzoekers worden ingezet. Minister Wijers (economische zaken) suggereerde bovendien dat het bedrijfsleven zelf ook geld kan vrijmaken, bijvoorbeeld uit fondsen die nu reeds bestaan voor onderzoek en ontwikkeling. Ambtenaren spreken van een “harde variant” op de wat softere banenplannen van minister Melkert (sociale zaken).

Minister Wijers kondigde tijdens het overleg met de Tweede Kamercommissie voor economische zaken verder aan dat er vijf of zes fondsen voor zogeheten technostarters komen. Dit zijn beginnende bedrijven in de technologische sfeer die met hoge investeringskosten en risico's kampen en als gevolg daarvan moeilijk kapitaal kunnen aantrekken.

De vijf à zes fondsen zijn samenwerkingsverbanden van particuliere participatiemaatschappijen en regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Elk fonds zal een minimumomvang van ongeveer 10 miljoen gulden hebben. Per fonds legt het ministerie van economische zaken maximaal 3 miljoen gulden bij. De bijdrage van het ministerie mag niet meer dan een kwart van het totaal ingelegde geld bedragen. De maatregel moet begin 1996 ingaan.

De fondsen participeren als aandeelhouder in de betreffende bedrijven. Van de opbrengsten die uit deze participaties voortvloeien moet een deel weer terugvloeien naar de fondsen, zodat die gevuld blijven voor het doen van nieuwe participaties (revolving funds).

Het maritiem instituut MARIN, dat volgens minister Wijers over “totaal verouderde installaties” beschikt zal met een bedrag van ongeveer 100 miljoen gulden worden gesteund. “Die investering is nodig om MARIN op te stoten in de vaart der volkeren”, aldus Wijers gisteren. Eind 1995 moet er volgens Wijers duideljkheid zijn over waar het benodigde geld vandaan komt.

Het VVD-Kamerlid H. Voûte-Droste kreeg van minister Wijers de toezegging dat de subsidie voor de ontwikkeling van software (de IT-regeling) niet zal verdwijnen voordat er een andere regeling, bijvoorbeeld in het kader van de Wet Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) is gemaakt. Wijers haalt daartoe de voor volgend jaar voorziene evaluatie van de WBSO naar voren. Eind 1995 zal worden bekeken of ook de ontwikkeling van software onder de regeling kan en zal worden gebracht. Nu wordt onderzoek- en ontwikkeling op softwaregebied fiscaal nog niet gestimuleerd.

Wijers werkte het idee uit om nog tijdens deze kabinetsperiode drie tot vijf topinstituten ten behoeve van het bedrijfsleven in te stellen. Naast het bedrijfsleven zal de overheid als aandeelhouder (stakeholders) participeren en dus eisen kunnen stellen aan het verrichte onderzoek.