Uiteindelijk gaan alle auto's op vier wielen verder

ROOSENDAAL, 9 OKT. Lange strepen stof trokken de rally-auto's zaterdag door de desolate polders van West-Brabant. 's Avonds en 's nachts maakten de stofwolken plaats voor langgerekte lichtsporen in wat tot voor kort bekend stond als de Nacht van Achtmaal. In het snelheidsevenement waar nu de naam van een sponsor aan verbonden is, klonken zowel overdag als in de nacht de gierende motoren. Elke bolide huilde op zijn eigen toonhoogte, vergezeld van klappen als geweerschoten wanneer voor een scherpe bocht zo laat mogelijk werd afgeremd en teruggeschakeld.

De voorspelde “lichte regen” bleef uit in de reeks klassementsproeven in de driehoek Roosendaal-Breda-Zundert. De wedstrijd, die meetelde voor het Nederlands rallykampioenschap, bleef daardoor verschoond van opspattend blubber en spectaculaire slippartijen; elementen die voor veel toeschouwers juist de slagroom op de taart vormen. Bij een snelheidsproef op een industrieterrein van Etten-Leur - simpel te lokaliseren door een penetrant geurmengsel van frituurvet, verbrand rubber en uitlaatgassen - nemen alle auto's zonder problemen de scherpe bocht in de Handelsweg.

Voor een enkele auto is de stoeprand een obstakel, maar geen onoverkomelijke hindernis. Soms gaat er een wagen op twee wielen door de bocht, maar uiteindelijk gaan ze allemaal op vier wielen verder. “Het had een bietje moeten regenen, dan zit er tenminste nog wat gang in”, zegt een man op leeftijd met lichte teleurstelling in zijn stem.

Ook kinderen willen kreukels zien. In Kruisland, een handvol kilometers noordwestelijk van Roosendaal, vraagt een ventje bij de start van een Fiat Cinquecento aan zijn vriend of er al ongelukken zijn gebeurd. “Natuurlijk”, zegt hij verbaasd over zoveel naïveteit, overigens zonder zijn bevestigend antwoord van een stoer verhaal te voorzien.

De toeschouwer die meer dan één onderdeel van de wedstrijd wil volgen, moet zich daar flink wat moeite voor getroosten. De rally telt immers veertien klassementsproeven van in totaal 120 kilometer, verspreid over vijf verschillende locaties in het westen van de provincie. Hoewel dat tussen zaterdagmiddag 13.31 uur en zondagochtend 04.01 uur op wisselende tijdstippen gebeurt, is het voor een toeschouwer schier onmogelijk om zich elke keer tijdig van de ene naar de andere plek te begeven.

Voor de mensen die de rally voor de eerste keer bezoeken, is het al een avontuur op zich om de meest spectaculaire onderdelen van het parcours te bereiken. De door de organisatie verstrekte plattegronden bieden maar ten dele uitkomst. Dolende nieuwkomers stuiten op kanaaltjes zonder brug, doodlopende of opgebroken wegen en met koeievlaaien bestrooide paden die net niet breed genoeg zijn om auto's een vrije doorgang te verlenen. De rallyroutes die door de polder meanderen, lijken soms zorgvuldig weggeborgen. In de verte herken je het parcours aan de eindeloze rood-witte linten waarmee de wegen zijn afgezet, maar hoe daar te geraken is soms een raadsel.

Wie de wanhoop nabij is en toch de eerste deelnemers op de mooiste plekken voorbij wil zien komen, stopt de wegenkaart weer in het handschoenenkastje en zet de achtervolging in op de eerste willekeurige personenauto die is uitgerust met spoilers en sportvelgen. Als deze bovendien de maximumsnelheid overschrijdt, is de kans groot dat je in de slipstream van een rallyliefhebber zit en op tijd arriveert bij een van de klassementsproeven. Die bij Prinsenbeek bijvoorbeeld, waar in de kaalgeschoren weilanden kluitjes toeschouwers de eerste deelnemers het hardst voorbij zien gaan. Op een smal, recht stuk schieten met name de Ford Escort Cosworths met indrukwekkende snelheden voorbij.

De coureurs trekken zich ogenschijnlijk weinig aan van de gemene bult en het bruggetje waarbij de meeste fans zich hebben verzameld. Bij de eerste van die twee hobbels beroert de rechtervoet van de coureurs nog enigszins het rempedaal, de tweede wordt in volle vaart genomen. “Wel met 170, 180”, schat een man die met zijn stropdas, nette broek en strak gekamde haren eerder gekleed lijkt voor een verjaardag bij een goede vriend dan een middagje autorally.

Het groepje waarvan hij deel uitmaakt, op slechts luttele meters van de weg, geeft zich na elke passerende auto kortstondig over aan een beoordeling van de kwaliteiten van de betreffende auto. “Die Astra's, die lopen niet zo hard.” Ze kijken de wagens na tot ver na de scherpe bocht naar links, een paar honderd meter verderop. “Daar, in die bocht, schoot vorig jaar een auto rechtdoor”, zegt één van de jongens, terwijl hij wijst naar het einde van de weg waar een dikke boom de functie van natuurlijk stopteken vervult. “Tegen de camerawagen van RTL4 die precies in de uitrijzone stond. Die cameraman had niks, maar het was wel een flinke klap.”

De klap was spectaculair genoeg voor een plek in de leader van een autosportprogramma van de commerciële zender. Als uit het niets een zilvergrijze Volvo 440 turbo opduikt, schieten de jongens naar de rand van de weg om daar hun favoriet hartstochtelijk toe te juichen en te zwaaien. Direct daarna sprinten ze naar hun auto's, op naar de volgende proef waar de Volvo straks weer verschijnt.

Het landelijke decor van het rally-onderdeel in de polders bij Prinsenbeek doet de coureur in de enige BMW die meerijdt vertrouwd aan. Erik Wevers (25) uit Markelo is in het dagelijks leven pluimveehouder en praat tijdens de hergroepering aan het begin van de avond in de Roosendaalse evenementenhal Leysdream net zo gemakkelijk over het mestoverschot als over het verloop van de race. Met de ongeveer 120 andere coureurs en hun navigatoren blaast hij een uurtje uit. Tijd voor broodjes, spa-water, cola en een blik op de lijst met de tussenstand. Wevers staat 13de, in de eindklassering mikt hij op een plaats bij de eerste tien.

Wevers werpt een blik in de richting van de mannen die de snelste auto's besturen, de Ford Escort Cosworths van onder anderen Bert de Jong en zijn navigator Ton Hillen. Zij leiden niet alleen deze rally en zullen die uiteindelijk ook winnend afsluiten, met nog één wedstrijd te gaan zijn zij tevens het dichtst bij het Nederlands kampioenschap. “Dat zijn de mannen met het grote geld”, zegt Wevers. De Twent, die de rallysport met de paplepel ingegoten kreeg omdat hij langs het parcours van de Tulpenrally woonde, heeft jaarlijks zo'n 50.000 gulden nodig voor zijn liefhebberij. Hij doet alles zelf aan zijn auto, tot en met het bouwen van de motor, waardoor de kosten betrekkelijk laag blijven. Het is een schijntje vergeleken bij de vele tonnen die de toppers aan de rallytop moeten houden.

Zaterdagnacht eindigde de race onfortuinlijk voor Wevers, in een greppel. Hij baalt er wel een beetje van. Niet zozeer omdat hij tot dat moment “een paar snelle tijden” had neergezet, maar omdat zijn verrichtingen naar eigen zeggen juist in deze race nauwlettend werden gevolgd door vertegenwoordigers van Ford Nederland, op zoek naar nieuw rallytalent.

    • Ward op den Brouw