Twee gezichten van Robin Linschoten verbazen en ergeren

Even overwoog Bas van der Vlies, de fractieleider van de SGP, de vergadering van de Tweede Kamer donderdag boos te verlaten. Het debat ging over de Algemene Nabestaandenwet, maar was het wel een debat? Het leek meer op een vraag- en antwoordspel over onderlinge afspraken die de coalitiepartners PvdA, VVD en D66 met elkaar en met staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) vooraf hadden gemaakt. De 'paarse' interpretatie van dualisme had voornamelijk geleid tot interne discussies, waar de overige fracties in de Tweede Kamer buiten waren gehouden.

“Ik vroeg me af of ik hier eigenlijk wel zou blijven”, sprak de staatkundig-gereformeerde afgevaardigde somber. Dat was minder dreigend dan het klonk, want met zijn blijvende aanwezigheid maakte Van der Vlies meteen het resultaat van zijn afweging duidelijk. “Plichtsbesef is royaal aanwezig bij de SGP-fractie”, verklaarde hij.

Een SGP'er die overweegt zijn plicht te verzaken, zelfs al is het maar een moment: dan moet er wel iets bijzonders aan de hand zijn. Van der Vlies, vijftien jaar Kamerlid, had het “echt nog niet eerder meegemaakt”. De extremiteit in kwestie was dat een bewindsman weigerde belangrijke delen van een wetsvoorstel te verdedigen dat hij zelf had ingediend. Dat was wat Linschoten deed, of liever gezegd, naliet. “Je bent nooit te oud om te leren”, voegde de staatssecretaris Van der Vlies toe.

Linschoten had de Kamer in het openbare debat direct laten weten dat hij het wijzigingsvoorstel voor de Nabestaandenwet van de Kamerleden Kalsbeek (PvdA), Van der Stoel (VVD) en Bakker (D66), “een wezenlijke verbetering” vond. Zo bespaarde hij zich de moeite nog langer voor zijn eigen wetsvoorstel op te komen, hoewel hij dat in de schriftelijke voorbereiding die was vooraf gegaan, steeds wel had gedaan.

Dat moet een hele bevrijding voor de bewindsman zijn geweest, want wat in het regeerakkoord over de nabestaandenwet staat geschreven, had Linschoten eigenlijk nooit zo aangestaan. Het stond ver af van wat hij als Kamerlid voor de VVD altijd had bepleit. Zoals de gelijke behandeling van gehuwden met andere vormen van samenwoning, die in het regeerakkoord en vervolgens in het wetsvoorstel van het kabinet ontbrak.

Deze gelijkwaardigheid vormde wel een essentieel en principieel onderdeel van het wijzigingsvoorstel dat de paarse fracties, na maandenlang soebatten, kort voor de mondelinge behandeling in de Kamer hadden ingediend. Aan het overleg had Linschoten volop meegedaan, gaf de staatssectetaris toe.

Het bracht Kamerleden tot de conclusie dat achter de regeringstafel een borst met twee zielen vertoefde: de staatssecretaris en “de oude Linschoten”. De staatssecretaris die het onderscheid tussen gehuwden en samenwonenden schriftelijk nog met verve had verdedigd en de oude Linschoten die daar nu opgelucht afstand van nam.

Oppositiepartijen konden aan het nieuwe coalitie-akkoord verder proberen te morrelen wat zij wilden, zij kregen in het debat geen kans. “Wilt u of mag u nog bewegen”, vroeg Rosenmöller (GroenLinks). Openhartig en opmerkelijk was het antwoord van D66'er Bakker: “Bewegen mag altijd, maar wij hebben afgesproken om dat niet te doen.”

    • John Kroon