Tegen de 'backlash'

PRESIDENT CLINTON IS nog steeds in de verdediging. Zelf riep hij de Amerikanen in een rede vrijdag op de “terugval in het isolationisme” te doorbreken en de leiding in de wereld ook onder veranderde omstandigheden op zich te blijven nemen. Dat is lofwaardig, alleen, Clintons probleem is niet zozeer dat het isolationisme hem de voet dwars zet, als wel dat hij oploopt tegen een meningsverschil over de vraag hoe de problemen in de wereld moeten worden aangepakt. Het duidelijkst komt dat meningsverschil tot uiting in de behandeling van de kwestie-Bosnië. De president wil Amerikanen inzetten om een eventueel bestand daar te waarborgen. De Republikeinse senator en mogelijke presidentskandidaat Bob Dole verklaarde in een reactie: “Als de president meent dat hij ons al heeft overtuigd van de noodzaak 25.000 Amerikanen naar Bosnië te sturen, vergist hij zich deerlijk.”

Hier komt de oude vraag naar boven aan wie het prerogatief is van de inzet van Amerikaanse strijdkrachten, de president of de volksvertegenwoordiging, een vraag die in de jaren zeventig met de aanvaarding van de War Powers Act nadrukkelijk door links is gesteld. Nu is het rechts dat zo zijn twijfels heeft over nieuwe bindingen en verantwoordelijkheden overzee. De ervaringen in Somalië en in Bosnië hebben het enthousiasme voor militaire interventies niet vergroot, en dat is een van de redenen waarom de Republikeinen zich sterk maken voor het opheffen van het wapenembargo tegen Bosnië. Stel de Bosniërs in de gelegenheid zelf hun vrijheid te verdedigen, althans hinder hen niet om van dit grondrecht gebruik te maken, is de Republikeinse stelling. Clinton vertekent de werkelijkheid wanneer hij dit isolationisme noemt.

HET VERKIEZINGSJAAR 1996 begint zijn schaduwen vooruit te werpen. Clinton, die het met zijn motto 'the economy, stupid' won van een president die internationaal opvallende successen had geboekt, keert zich nu in arren moede weer tot de buitenlandse politiek. Zijn pogingen het stelsel van de sociale zekerheid te hervormen zijn stukgelopen op het onvermogen van zijn team de extremen aan beide zijden van het politieke spectrum te verzoenen met een nogal ingewikkeld harmoniemodel. Sinds die mislukking en sinds het Republikeinse succes bij de Congresverkiezingen van vorig jaar is het stil geworden rondom de president. De economie is niet meer de grootste zorg, maar dat heeft meer te maken met internationale ontwikkelingen en de souplesse van de Amerikaanse markt dan met presidentieel beleid.

Clinton werpt zich met zijn rede op het terrein dat traditioneel voor een Amerikaanse president de beste kansen biedt om de schijnwerpers van de publiciteit op zich gericht te krijgen. Het is begrijpelijk, maar hij neemt daarmee het risico dat het Republikeinse gedachtengoed de herinrichting van de Amerikaanse samenleving zal gaan bepalen. En dat was nu juist niet voorzien door de kiezers die hem in 1992 het Witte Huis binnendroegen.