Rode' Van Dok verloochent haar afkomst niet

Na het ministerschap van Joop den Uyl levert de PvdA met staatssecretaris ANNEKE VAN DOK-VAN WEELE voor het eerst sinds dertig jaar weer een bewindspersoon op Economische Zaken. Voor het liberaal georiënteerde departement en ondernemers is het wennen aan het 'rode geluid'. Deze week verdedigt Van Dok samen met minister Hans Wijers de begroting in de Tweede Kamer. Alleen de PvdA is tevreden over haar beleid. “Van Dok is uitvoerend ambtenaar, geen politicus”, oordeelt het CDA.

Anneke van Dok-van Weele was niet verbaasd over een staatssecretariaat in het kabinet-Kok. “Ik had verwacht dat ze mij voor Binnenlandse Zaken zouden vragen.” Het werd Economische Zaken. “Een aangename verrassing.”

PvdA-onderhandelaar Jacques Wallage had professor Annemieke Roobeek op het oog. Maar de hoogleraar technologie en economie op Nijenrode en bijzonder hoogleraar grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam bedankte. Roobeek: “Ik heb Marjanne Sint gesuggereerd.” Maar volgens verschillende PvdA'ers bleek de oud-voorzitter, net als in 1991 tijdens de 'WAO-zomer', op vakantie te zijn en kon niet worden getraceerd. “Dikke onzin dat ik zou hebben geprobeerd om Marjanne Sint te bellen, maar dat die weer onbereikbaar met vakantie was”, zei Wallage in juni tegen Vrij Nederland. “Anneke van Dok was tweede keus, niet derde.” “Ze zei direct ja”, weet Roobeek.

Met Van Dok levert de PvdA na een intermezzo van dertig jaar, toen Joop den Uyl het departement leidde, weer een bewindspersoon op Economische Zaken. De benoeming past in de lange termijn strategie van premier Wim Kok. In het vorige kabinet maakte vice-premier Kok zich sterk om de sociaal-democraat Ad Geelhoed te benoemen als secretaris-generaal en opvolger van de christen-democraat Frans Rutten. Maar Van Dok heeft niet geprofiteerd van het feit dat de hoogste ambtenaar van haar departement een partijgenoot is. “Ad liet haar links liggen”, zeggen verschillende ambtenaren van het departement. “Ad wil dat de politieke leiding van het departement hem intellectueel uitdaagt. De minister voldoet aan dat criterium, de staatssecretaris niet.” In de afgelopen maanden is de relatie enigszins verbeterd, weet een ambtenaar: “vreedzame coëxistentie”.

Voor de meeste ambtenaren was het EZ-journaal van 27 augustus de eerste kennismaking met de staatssecretaris. Het departement waar ruim veertig procent van de topambtenaren VVD stemt, vond haar debuut 'soft'. “Van Dok stelt, zegt ze, vooral eerlijkheid en duidelijkheid op prijs. Zelf wil ze daar vriendschap, warmte en menselijkheid tegenover stellen”, aldus de nieuwsbrief van het departement. “Het vocabulaire van een staatssecretaris voor welzijn”, oordelen EZ-ambtenaren. “Niet voor de minister van buitenlandse handel.”

Sinds haar inauguratie heeft Van Dok een lange tijd nodig gehad om de dossiers zich eigen te maken. Op het terrein van regionaal beleid, toerisme en consumentenbeleid pikte ze de draad na verloop van tijd makkelijk op, constateren ambtenaren. “Ik mis het nieuwe element”, zegt het Tweede-Kamerlid Johan Remkes (VVD). “Ze voert gewoon het beleid van haar voorgangster Van Rooy uit.” Zijn CDA-collega, en partijgenoot van Van Rooy, Gerd Leers onderschrijft die opvatting. “Van Dok is uitvoerend ambtenaar, geen politicus.”

Op het terrein van de internationale handelspolitiek, het belangrijkste werkterrein, was Van Dok een onbeschreven blad. Eén van haar eerste acties was het volgen van een cursus Engels bij het Regina Coeli Taleninstituut, in de volksmond beter bekend als de 'nonnetjes van Vught'.

Dat Van Dok haar departement tot dusverre te weinig 'gezicht' heeft gegeven, is een veel gehoorde klacht van ondernemers, Tweede-Kamerleden en ambtenaren. “Ik ben niet onder de indruk van de kritiek”, zegt Van Dok zelfbewust als ze met deze bevindingen wordt geconfronteerd. “Mijn methode is dat ik me eerst goed in de dossiers verdiep. Ik sta nog steeds voor de volle honderd procent achter deze aanpak.”

Haar ambtenaren, en met name het prestigieuze directoraat-generaal voor de Buitenlands Economische Betrekkingen (BEB), dragen het Van Dok na dat ze bij de discussie over de herijking van het buitenlands beleid geen rol van betekenis heeft gespeeld. In dit beleid zal het economisch belang meer accent krijgen. “Minister Wijers heeft de kastanjes uit het vuur gehaald”, zegt een BEB-ambtenaar. “In de hele discussie was onze staatssecretaris non-existent.” Tweede-Kamerleden wijzen erop dat het kabinet de herijkingsdiscussie in kleine, ministeriële, kring wilde voeren. “Maar als staatssecretaris moet je tenminste één keer je tanden laten zien wanneer ze je portefeuille verdelen”, vindt D66-woordvoerder Jan van Walsem. “Ik beoordeel het eindresultaat. En dat is voor Economische Zaken gunstig uitgevallen”, constateert PvdA-afgevaardigde Wim van Gelder. VVD-woordvoerder constateert dat de Nederlandse concurrentiepositie “onder vuur ligt. Ik wil een staatssecretaris die alert op die ontwikkeling inspeelt. De discussie over de herijking heeft tot een jaar vertraging geleid, dat had Van Dok niet over haar kant moeten laten gaan”.

Ondanks kritische kanttekeningen wordt het oordeel na een jaar milder. PvdA-fractievoorzitter Wallage constateerde afgelopen zomer dat Van Dok bezig is zichzelf te “verbeteren”. Ondernemers die haar vergezelden op haar meest recente reis naar Moldavië en Roemenië zien progressie. “Ik heb gehoord dat er veel kritiek was op haar Engels. Tijdens het gesprek met haar Roemeense minister Crisan was dat heel behoorlijk”, zegt scheepsmanager Fongers. “Van Rooy heeft meer charisma, maar qua dossierkennis ontlopen ze elkaar niet veel.”

Vorige week ontving Van Dok bijna twintig top-ondernemers die het kabinet een brief hadden gestuurd. “Het zaaltje was te klein. Ze hadden bij EZ niet gerekend op zo'n grote opkomst”, schertst Paul Verhaegen, directeur economische zaken bij de werkgeversvereniging VNO-NCW. De ondernemers haken in op de herijkingsnota en dringen aan op een verbetering van het exportbeleid. “Dit is hèt moment om het ijzer te smeden”, vindt Verhaegen. De exportondernemers vrezen een verslechtering van de Nederlandse concurrentiepositie ten opzichte van Duitsland, Groot-Brittannië, en Frankrijk omdat buitenlandse regeringen het bedrijfsleven meer steunen. Verhaegen: “Mevrouw Van Dok pikte de zaak heel alert op en leidde met veel enthousiasme en dekundigeheid de vergadering.” De VNO-NCW-directeur vergezelde de minister ook op een paar buitenlandse reizen. “Als ik een vergelijking moet maken tussen mevrouw Van Dok en mevrouw Van Rooy, dan zie ik dat mevrouw Van Dok kiest voor de rol van intermediar. Ze luistert naar de wensen van de ondernemers. Mevrouw Van Rooy koos meer voor een beleidsinitiërende rol.”

Als minister van buitenlandse handel heeft Van Dok Casablanca, Polen, Cannes, China, Hong Kong, Indonesië, Zuid-Afrika, Canada, de Verenigde Staten, Moldavië en Roemenië aangedaan. Ondernemers die in haar gevolg meereisden zien progressie. “Je kunt niet een internationaal gesprek voeren op de manier waarop je de gemeenteraad toespreekt. Dat gebeurde op haar eerste reis naar China”, zegt een ondernemer. “Ze begint langzamerhand een beetje de mores van het internationaal zakendoen te leren.”

Van Dok heeft veel tijd gestoken in de voorbereiding van de reis van premier Kok naar China en het staatsbezoek van koningin Beatrix naar Indonesië. Maar als de orders in Beijing en Djakarta worden getekend, zit Van Dok in Den Haag. Leers: “Ik zeg dan: mevrouw u moet er bij zijn. U moet het exportbeleid een gezicht geven. U bent het paradepaardje van exporterend Nederland.” Van Dok vindt dat het belang van Nederland voorop staat. “Mijn Hollandse nuchterheid zegt het is onzin om daar met zowel de minister als de staatssecretaris van economische zaken aanwezig te zijn. Ik kan de zon in het water zien schijnen.” En als Van Dok wordt tegengeworpen dat publiciteit van levensbelang is voor een politicus zegt ze: “het gaat mij om de zaak, niet om de persoon. Ik kan genieten van het inhoudelijk resultaat.”

Bij een rondgang langs ambtenaren en ondernemers beginnen ze nostalgisch te verhalen over het bewind van Frits Bolkestein (1982-1986) en Yvonne Van Rooy (1986-1989 en 1990-1994) die wel de publiciteit zochten. Bolkestein imponeerde door al na vier maanden de Egyptische regering onder druk te zetten om drie Fokker Friendships aan te schaffen. De oud-Shelltopman sprak de taal van ondernemers. En Van Rooy vertrok in 1993 naar China met een lijstje intentie-verklaringen die minister Andriessen een jaar eerder had verzameld als compensatie voor niet geleverde onderzeeërs aan Taiwan. Van Rooy kwam terug met orders door volgens meereizende ambtenaren keihard te onderhandelen. Van Rooys achtergrond, dochter van de gouverneur van Limburg en een carrière bij de werkgeversvereniging NCW, spreekt ondernemers meer aan dan het 'rode verleden' van de huidige staatssecretaris. “Ik heb een portefeuille die niet automatisch met de PvdA wordt geassocieerd”, erkent Van Dok. “Armoedebestrijding, mensenrechten, en democratisering zijn onderwerpen die ik niet uit de weg ga. Ik verloochen mijn achtergrond niet.”

Anneke van Dok-van Weele (Zaandam, 1947) komt uit een strijdbaar socialistisch milieu. “Een klassiek rood nest”, zoals ze zelf zegt. Haar grootvader, Rein Plooyer, leidde in 1929 de grote houtwerkingsstaking die de hele sector in de Zaanstreek platlegde. Plooyer werd raadslid en later wethouder van de SDAP in Zaandam. Zijn dochter, Van Doks moeder, zat jarenlang voor de PvdA in de gemeenteraad van Zaandam.

Na afronding van de Middelbare Meisjesschool in de jaren zestig (“de roerige jaren gingen aan onze school voorbij en ook Anneke was een prettige rustige leerling”, weet oud-rector Heijkoop zich te herinneren) werkte Van Dok van 1968 tot 1972 als journaliste bij De Typhoon in Zaandam. Daarna maakte ze de overstap naar het Noord-Hollands Dagblad. “IJverig, slordig - haar stukken vereisten een zorgvuldige eindredactie - en sociaal bewogen”, zegt oud-collega Ben Klaasen. Hij roemt haar participerende journalistiek. In 1977 schreef Van Dok een verhaal over een groep mensen die naar Münster gingen om met behulp van acupunctuur van het roken af te komen. “In de onbekende Duitse stad, het Lourdes van de kettingroker, wacht het wonder”, met tien naalden zal “de ellende van de verslaving” worden weggeprikt, schreef Van Dok. Het heeft niet geholpen; het doosje Marlboro is altijd binnen handbereik.

In 1978 zette Van Dok een punt achter haar journalistieke carrière en werd raadslid en fractievoorzitter van de PvdA in Zwaag; bijna tien jaar nadat ze lid van de partij was geworden. Een jaar later kwam Zwaag na een gemeentelijke herindeling bij Hoorn en werd Van Dok wethouder van onderwijs en welzijn. In 1982 werd de portefeuille uitgebreid met financiën en werd ze loco-burgemeester. “Anneke was de leidende politica van de PvdA”, zegt burgemeester Janssens van Hoorn. “Sociaal bewogen en een bekwame bestuurster.” Haar belangrijkste wapenfeit is volgens Janssens de opvang en begeleiding van Vietnamese bootvluchtelingen.

“De gemeente zocht naar een 'gewoon' mens”, zegt Van Dok tegen Trouw over haar benoeming als burgemeester van Diemen in 1984. Na zes jaar maakte ze de overstap naar Velsen. Van Dok (getrouwd en twee kinderen) solliciteerde begin 1994 naar het burgemeestersambt van Amsterdam, maar moest partijgenoot Schelto Patijn voor laten gaan. In Velsen kreeg Van Dok meer tijd voor één van haar grootste hobby's: de poëzie. Op het landgoed Beeckestijn droeg ze een paar keer per jaar haar zelf geschreven gedichten voor. Maar werk uitgeven? “Nee hoor. Die bijeenkomsten zijn er ook om de begrenzing van je talent duidelijk te maken”, zei Van Dok in het Haarlems Dagblad een maand voor haar beëdiging als staatssecretaris.

“Ze heeft talent”, erkent CDA-afgevaardigde Leers. “Maar die liggen niet op het terrein van de internationale handelspolitiek en exportbeleid. De Nederlandse exportpositie verslechtert. Ik wil meer actie van Van Dok.” De coalitiewoordvoerders van D66 en VVD zijn het eens met dit oppositionele geluid. “Ze staat langs de kantlijn”, constateert de VVD'er Remkes. “Ze heeft het geluk van een goede minister”, vindt de D66'er Van Walsem. De PvdA signaleert “progressie” en roemt de PvdA-benadering van het exportbeleid. “Wij hebben deze keer geen blazer ingehuurd”, zei Wallage afgelopen zomer. “Dat heeft z'n voors en z'n tegens.”