REVANCHE VAN AFGESCHREVEN TALENT

Danny Nelissen, de held van Duitama, zal zijn regenboogtrui het volgend seizoen niet mogen dragen. De zesde Nederlandse wereldkampioen wielrennen bij de amateurs is volgend jaar wederom professional. “Ik hoef niet als een vedette bevoordeeld te worden.”

Een Limburger heeft gezegevierd in het Andesgebergte. De Colombiaanse toeschouwers laten hun chauvinisme vieren. Het huldebetoon voor de 24-jarige Danny Nelissen is ontroerend. De nieuwe wereldkampioen bij de amateurs gooit zijn wielerpetje, zijn bloemen en zijn handschoenen naar het enthousiaste publiek. Daniel is de held van Duitama. “De toeschouwers waren echt fantastisch. Ik heb de hele dag met kippevel gereden.”

Nelissen weet zijn tranen te bedwingen als het Wilhelmus klinkt. Hij hoest het slijm uit zijn lichaam. De regenboogtrui zit hem als genoten. De gouden medaille is mooi, maar wordt “bij thuiskomst in de kelder in een grote doos gegooid”. Wanneer zijn verlate knecht Hans Pijpers met gebalde vuisten langs het erepodium fietst, steekt de kopman een duim omhoog. Als dank voor alle opofferingen.

Op dat moment heeft hij de heer Nuytens al van zich afgeschud. De burgemeester van Valkenburg lijkt op zijn collega uit Juinen en praat als diens wethouder Hekking, de creaties van Van Kooten en De Bie. Nuytens wil graag delen in de feestvreugde. Hij mag de wereldtitelstrijd in 1998 mee helpen organiseren. “Danny gefeliciteerd. We krijgen een wereldkampioen in Limburg en een wereldkampioenschap in Limburg.”

Bondsvoorzitter Joop Atsma hangt een Nederlandse vlag om de frêle schouders van Nelissen. Atsma omhelst iedereen die omhelsd wil worden. Een Colombiaans jongetje dient als mascotte en vleit zich in de armen van de nieuwe kampioen. Omgeven door langbenige rondemissen en zwaarbewapende bewakers wandelt Nelissen in de avondschemer naar de perszaal.

Hij beantwoordt Spaanstalige vragen in verstaanbaar Engels. “I knew everybody was dead. I did it and it was OK.” En dan volgt de warme begroeting van bondscoach Herman Snoeijink, die de titel meteen in een breder perspectief plaatst. “Dit is een stimulans voor de jeugd. Je hebt toch een vlaggeschip nodig.”

De zege van Nelissen was het resultaat van verstandig koersen. Terwijl zijn Italiaanse en Colombiaanse medevluchters zich afgelopen zaterdag als dollemannen gedroegen, reed de Nederlander een bekeken race. Tien rondjes van bijna achttien kilometer, met een loodzware klim in elke omloop. Het stijgingspercentage lag tussen de 10 en de 17 procent. Nelissen liet zich niet gek maken, wanneer zijn rivalen een demarrage plaatsten. Hij wist dat de achterstand in de afdaling kon worden vereffend.

Met de kin bijna op het voorwiel waagde hij zich naar beneden. De oneffenheden in het wegdek omzeilde hij met een behendig sprongetje. In de afdaling van de negende ronde had hij opeens 25 meter voorsprong. Hij keek niet achterom en was niet op de hoogte van de patstelling bij zijn opponenten. Op dat moment bleek mecanicien Richard Nieuwhuis, die zich toevallig ter plekke bevond, van doorslaggevende betekenis. Nu of nooit, hoorde Nelissen langs de kant. Hij dook onder in de beugel en behield zijn voorsprong in de laatste omloop.

“Bij de training had ik al gemerkt dat sprinten op dit parcours de doodsteek zou betekenen. Je moet gewoon rustig blijven. Wat dat betreft heb ik bij de profs veel geleerd. De amateurs beginnen gelijk heel hard te fietsen. Ik weet niet wat voor lui ik allemaal heb ingehaald onderweg. Uit Tanzania, Lapland, waar kwamen ze allemaal vandaan?”

Na vier ronden nestelde hij zich in een kopgroep met voornamelijk Italiaanse en Colombiaanse coureurs. Hij profiteerde van de onderlinge rivaliteit bij zijn medevluchters. “Zij waren een beetje aan het kloten, dat kan ik ook niet helpen. Toen ben ik weggesprongen. Wie wat schuwt, wie niet wint. Ik ging gewoon plat op mijn fiets zitten. Na een tijdje schoot er overal kramp in mijn benen. Ik dacht: 'Danny, denk aan je hartslag en ontspannen blijven rijden'. Op 250 meter van de streep durfde ik aan de wereldtitel te denken.”

Nelissen is woonachtig in het Zuidlimburgse Sweikhuizen, een dorp dat circa zestig meter boven de zeespiegel ligt. Voor een serieuze hoogtestage moest hij naar Colorado. Negen weken is hij van huis geweest om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de ijle lucht van Colombia. “Daarom dacht ik als eerste aan mijn vrouw en mijn dochtertje toen ik over de finish reed. Die hebben mij al die tijd moeten missen. Ik besefte opeens dat al die opofferingen niet voor niks zijn geweest.”

Zijn tongval, zijn bruine ogen en zijn donkere teint verraden een zuidelijke inslag. Maar 's avonds in het hotel vertelt Nelissen dat zijn familie door een “typisch Nederlandse nuchterheid” wordt gekenmerkt. Als kleinzoon van een mijnwerker, zoon van een stratenmaker en neef van televisieverslaggever Jean, heeft Danny moeten knokken voor zijn bestaan. “Mijn vader zei altijd: of je staat in de sleuf, of je verdient je geld met fietsen.”

De amateurzege van zaterdag kan gerust ironisch worden genoemd. Als zijn loopbaan normaal was verlopen, had hij gisteren bij de beroepsrenners moeten rijden. Dan waren zijn kansen op de wereldtitel beduidend minder groot geweest. Een geluk bij een ongeluk, noemde Nelissen gisteravond zijn onvrijwillige deelname bij de amateurs.

Hij werd op 19-jarige leeftijd professional bij PDM, vertrok een paar jaar later naar TVM, waar een veelbelovende carrière tot stilstand kwam. Na een routine-onderzoek werden anderhalf jaar geleden hartritme-stoornissen ontdekt. Op doktersadvies moest hij onmiddellijk stoppen met de beroepssport, tot andere artsen geen hartafwijking constateerden en Nelissen zijn wielerlicentie terugkreeg. Maar het talent was inmiddels aan de kant geschoven door TVM en zag een contract met de Belgische formatie Colstrop op het laatste moment afketsen. Nelissen is nog steeds in een juridische strijd verwikkeld met TVM. Hij zou recht hebben op achterstallige betalingen.

Bij de amateurs van Dextro maakte hij dit seizoen een succesvolle rentree. Hij won Olympia's Ronde. Temidden van de professionals werd hij tweede bij het open Nederlands kampioenschap. Een derde hoogtepunt moest in Colombia gestalte krijgen. Afgelopen week manoeuvreerde Nelissen zich nog in een underdogpositie. Tijdens de training werd hij door alle Colombianen uit het wiel gefietst. Maar de mensen in zijn directe omgeving wisten dat de grote vorm er aan zat te komen. “Ik vertelde vrijdag aan mijn soigneur dat ze rekening met me moesten houden.”

Van wraakgevoelens wilde de nieuwe wereldkampioen niets weten. “Ik heb bewezen dat ik nog kan fietsen, meer niet. Veel mensen beschouwen mij als een lastig mannetje, dat moeten zij weten. Men zegt dat ik altijd gelijk wil hebben. Jammer dan. Ik kan het ook niet helpen dat ik heb gewonnen. Ik hoef geen aparte behandeling. Ik hoef niet als een vedette bevoordeeld te worden. Ik wil gewoon op een normale manier geholpen worden.”

Na Kees Pellenaars (1934), Henk Faanhof (1949), Frans Mahn (1956), Evert Dolman (1966) en André Gevers (1975) is Nelissen de zesde Nederlandse wereldkampioen bij de amateurs. De regenboogtrui zal hij volgend seizoen niet mogen dragen. Vorige maand tekende hij een profcontract bij de nieuwe ploeg van Jan Raas. “Ik heb heel veel moraal voor het nieuwe seizoen. Ik ben blij dat ik weer onder dak ben. En als wereldkampioen mag je de gekleurde strepen de rest van je leven op je mouw spelden. Dat is mooi zat.”

Nelissen spoedt zich vervolgens naar de feestpartij in de kelder van het hotel. 's Avonds laat duikt hij het nachtleven van Duitama in. Hij wordt niet herkend in de drukbevolkte provincieplaats. 's Ochtends is hij weer vroeg uit de veren. Hij heeft goed geslapen. “Het is net of ik geen wereldkampioen ben geworden.”