Nobelprijs voor vondst embryonale regelgenen

ROTTERDAM, 9 OKT. De Amerikanen Edward B. Lewis (77), Eric F. Wieschaus (48) en de Duitse Christiane Nüsslein-Volhard (52) hebben de Nobelprijs voor de geneeskunde gewonnen. Dat is vandaag in Stockholm bekendgemaakt. Zij krijgen de prijs voor hun onderzoek naar de manier waarop genen de groei van een embryo controleren. De prijs (1 miljoen dollar) wordt op 10 december in Stockholm uitgereikt.

De ontwikkelingsbiologen Nüsslein-Volhard en Wieschaus hebben genen gevonden die belangrijk zijn voor de ruimtelijke ordening, het body plan, van een embryo en het organisme dat daaruit groeit. Lewis heeft op dat gebied het eerste werk verricht. Hij vond de genen die als hoofdschakelaars werken. Het zijn de genen die voor, achter, boven en onder in een embryo vastleggen.

“Deze onderzoekers hebben een doorbraak veroorzaakt waardoor het ontstaan van aangeboren afwijkingen kan worden verklaard”, zegt het juryrapport van het Zweedse Karolinska-instituut over de maatschappelijke waarde van het onderzoek van de drie genetici. “Net zo belangrijk is dat veel van die regelgenen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van kanker als ze later in het leven, waarschijnlijk onbedoeld, weer actief worden”, aldus dr. O. Destree van het Hubrechtlaboratorium voor Ontwikkelingsbiologie in Utrecht.

Er zijn inmiddels honderden regelgenen bekend die op enig moment een rol spelen in de embryonale ontwikkeling. Het bekroonde onderzoek had de ontwikkeling van fruitvliegjes tot onderwerp. Het Hubrechtlab werkt bij het onderzoek naar de regelgenen van de zebravis samen met de groep van Nüsslein, die in 1991 een eredoctoraat van de Utrechtse universiteit kreeg.

Lewis is emeritus-hoogleraar van het California Institute of Technology, de Zwitser Wieschaus werkt aan Princeton University, Nüsslein op het Max-Planck-instituut in Tübingen.