Navo en Rusland staan voor vuurproef in Bosnië

De toekomst van de NAVO en de uitvoering van een vredesregeling voor Bosnië zijn twee kwesties die tot dusver meestal apart werden beschouwd. Ten onrechte, vindt Charles Dobbie. Dankzij het vredesplan voor Bosnië krijgt de NAVO een kans het vertrouwen van Rusland te winnen.

De jongste ontwikkelingen in Bosnië geven aanleiding tot voorzichtig optimisme. Het is nuttig na te gaan hoe we dit punt bereikten. Medio september, kort na de grootscheepse luchtaanvallen van de NAVO, zei de secretaris-generaal van de Verenigde Naties dat UNPROFOR zijn troepen moest terugtrekken. Hij zag geen verdere rol voor de blauwhelmen in Bosnië - het was tijd voor de camouflagehelmen van de NAVO.

Met deze uitspraak maakte hij ondubbelzinnig duidelijk dat de militaire acties van de NAVO tegen de Bosnische Serviërs een eind hadden gemaakt aan peacekeeping in Bosnië. Het NAVO-optreden in het conflict als een belanghebbende partij maakte het in een klap onmogelijk voor UNPROFOR om nieuwe paecekeeping-operaties in Bosnisch-Servisch gebied uit te voeren - of Kroatische of moslim-troepen tegen te houden.

Kenmerkend was dat deze overgang van het neutrale peacekeeping (vrede handhaven) naar het partijdige peace enforcement (vrede afdwingen) gepaard ging met een volledige beëindiging van de VN-controle en een escalatie in het gebruik van geweld. De federatie van Kroaten en moslims maakte gebruik van de NAVO-acties, startte snel een militair offensief tegen een verzwakt Bosnisch-Servisch leger en herwon grote gebieden die eerder door de Bosnische Serviërs waren veroverd.

Ironisch genoeg leverde deze ongebreidelde oplaaiing van de gevechten datgene op wat in vele maanden onderhandelen niet was gelukt - een verdeling van het grondgebied die beter aansloot bij de laatste vredesvoorstellen en die dus de weg effende naar vruchtbare onderhandelingen. De energieke Amerikaanse diplomatieke inspanningen hebben daarna gebruik gemaakt van de gevechtsmoeheid van alle betrokkenen en hebben de kans op vrede daadwerkelijk dichterbij gebracht. Althans dat doet de aankondiging van een toekomstige vredesregeling vermoeden. De pijnlijke vertrouwdheid van zulke aankondigingen noopt echter tot voorzichtigheid.

Als we werkelijk afstevenen op een vredesregeling op de Balkan, hoe gaat men daar dan mee om? Heeft de internationale gemeenschap een notie van de omvang en complexiteit die het uitvoeren van zo'n overeenkomst met zich meebrengt? En wat zijn de centrale kwesties? De NAVO onderzoekt de implementatie van een vredesakkoord op de Balkan al geruime tijd. Maar de vraag of de NAVO kan instemmen met een taak op dit terrein blijft omgeven door ingewikkelde problemen met verreikende gevolgen die zorgvuldige analyse en voorzichtige behandeling vergen.

De belangrijkste vraag die de NAVO moet oplossen heeft betrekking op Rusland. De toekomst van de NAVO en de uitvoering van een mogelijk vredesakkoord in Bosnië zijn kwesties die tot dusver afzonderlijk zijn benaderd. Maar ze zijn nauwer met elkaar verbonden dan men algemeen denkt. Het optreden van de NAVO in Bosnië is door Rusland met grote bezorgdheid gadegeslagen. Rusland keurde de luchtaanvallen van de NAVO tegen de Bosnische Serviërs krachtig af en zou het vooruitzicht van grootscheepse NAVO-acties zo dicht bij huis net zo kritisch bejegenen.

Rusland heeft een direct en legitiem belang in de regio, niet in de laatste plaats vanwege de gerede kans dat het conflict dichterbijkomt. Het is dus redelijk dat Rusland daarom een belangrijke rol wil spelen, al roept zijn betrokkenheid tal van vragen op. Ten aanzien van doctrine, training, bevelvoering en de regels van de strijd lopen opvattingen, cultuur en praktijk diepgaand uiteen. Deze kwesties - de meeste zijn controversieel - zullen aanhoudende aandacht en verstandige besluitvorming vragen.

Het begin van de winter op de Balkan zal zware eisen stellen aan de logistiek van een vredesmacht en ook de uitwisselbaarheid van het materieel zal een belangrijke factor worden. De problemen waarvoor een vredesmacht wordt geplaatst waarin Rusland en de NAVO samenwerken zullen dus immens zijn. Maar ze zullen niet onoverkomelijk zijn, als er met verbeeldingskracht en goede wil gewerkt wordt.

Er zijn ook gevaren. In het slechtste geval zou een onsamenhangende uitvoering van het vredesplan voor Bosnië tot een verwijdering tussen Rusland en de NAVO kunnen leiden waarbij ze in de situatie verzeild raken dat ze de belangen van hun eigen cliënten verdedigen. En het lidmaatschap van de Veiligheidsraad zou Rusland in staat kunnen stellen internationale initiatieven om de vrede te handhaven en af te dwingen verder te dwarsbomen. Maar met de nodige aandacht, planning en echte verdraagzaamheid hoeft dit niet de uitkomst te zijn.

De meeste mensen kiezen hun vrienden met zorg en de NAVO zal begrijperlijkerwijs voorzichtig zijn met een te geformaliseerde relatie met Rusland. De uitbreiding van de NAVO zal voorzichtig moeten gebeuren. Meer leden betekent: meer veiligheidsgaranties die voor de gehele alliantie gelden. En veiligheidsgaranties voor andere staten maken de staten die deze garanties afgeven tot de gijzelaars van de veiligheid en de stabiliteit van die andere staten.

In het algemeen zijn de huidige NAVO-staten gezegend met niet-militaire, democratische, gematigd progressieve regeringen. De meeste onderhouden redelijk goede betrekkingen met hun buren en kennen geen ernstige binnenlandse conflicten. De Oosteuropese staten en de Russische Federatie zijn minder bevoorrecht en hun lidmaatschap van de NAVO zou het gevaar met zich kunnen brengen dat hun eigen veiligheidsproblemen (zowel intern als extern) de verantwoordelijkheid worden van alle andere NAVO-landen.

Eigenlijk wil de NAVO enige afstand bewaren tot een te formele verplichting ten opzichte van Oost-Europa totdat de toestand zich daar enigszins heeft gestabiliseerd. En Rusland is begrijpelijkerwijs op zijn hoede voor een omsingeling door NAVO-landen.

Maar dit staat gematigde, niet al te verplichtende betrekkingen, zoals het Partnerschap voor Vrede, niet in de weg. Ook verhindert het niet de mogelijkheid om een 'speciale relatie' tussen Ruslans en de NAVO vast te leggen. Alles wat de wederzijdse veiligheid, het vertrouwen en het begrip bevordert, is de moeite waard. Uitwisseling van militairen en gezamenlijke training is een mogelijke vorm van zulke samenwerking.

En peacekeeping is een andere optie. Door het vredesplan voor Bosnië uit te voeren zou de NAVO een echte kans hebben om het vertrouwen en de medewerking van Rusland te winnen. Het creëren van de middelen om veiligheid en stabiliteit op de Balkan te vestigen zou een belangrijke investering kunnen blijken in het tot stand brengen van veiligheid en vrede in Europa.

Voor een stabiel Europa is effectieve samenwerking tussen de NAVO en Rusland vereist. Toestanden van het type-Bosnië zouden wel eens kenmerkend kunnen zijn voor toekomstige veiligheidsproblemen in Oost-Europa en in de republieken van de vroegere Sovjet-Unie. Dit perspectief geeft een dikwijls veronachtzaamde urgentie aan de voorstellen van de NAVO voor een verbeterde samenwerking met Rusland. Deze voorstellen verdienen ondersteund te worden, met dezelfde inzet die Amerika heeft getoond bij het tot stand brengen van het vredesplan voor Bosnië.

Dit zijn de strategische zaken waar het om draait als een Bosnisch vredesakkoord moet worden uitgevoerd. Maar het is nog 'als'. Wederzijdse haat overheerst. En de oorlogvoerende partijen zijn niet echt verantwoording schuldig aan hun eigen regering - een feit dat de traditionele kloof verklaart tussen wat wordt gezegd aan de onderhandelingstafel en wat gebeurt op het slagveld. De troepen van Kroaten en moslims blijven onverminderd grof optreden en de Bosnische Serviërs (die slechts indirect aanwezig waren bij de vredesonderhandelingen en die worden geleid door twee aangeklaagde oorlogsmisdadigers) moeten nog aan een aantal belangrijke voorwaarden voldoen voordat er een akkoord kan komen. En alsof dat nog niet genoeg is, moet president Clinton zijn plan voor grootscheepse inzet van troepen ook nog door het Huis van Afgevaardigden zien te loodsen.

Maar elk sprankje hoop is welkom. De NAVO moet, wil zij voldoen de eisen die implementatie van de vrede in Bosnië mogelijk met zich meebrengt, de onderwerpen die beslissend zijn voor haar toekomst snel en energiek aanpakken. Daarbij gaat het vooral om de samenwerking en de relaties met Oost-Europa en de vroegere Sovjet-Unie. De bezwering van toekomstige, verder oostwaarts gelegen bedreigingen van de Europese vrede en veiligheid hangt af van de wijze waarop de NAVO thans haar toekomst opvat.