Mitterrand betwist alles wat zijn 'sherpa' Attali hem in de mond legt

PARIJS, 9 OKT. De Franse oud-president François Mitterrand en Jacques Attali, de man die jaren werd aangeduid als zijn 'sherpa' in het Elysée, zijn languit over elkaar heen gevallen. Het rustend staatshoofd van Frankrijk heeft een formele waarschuwing gepubliceerd tegen alles wat Attali hem 794 pagina's lang in de mond legt in zijn presidentieel dagboek, Verbatim III.

Mitterrand verzet zich bovendien tegen het opnieuw geschetste beeld dat hij te laat de logica van de Duitse hereniging heeft ingezien. Hij zou in mei 1990 alleen maar hebben gezegd dat de Sovjet-Unie zich tegen hereniging zou verzetten. “De DDR is nu eenmaal Pruisen.”

De paleis-muskiet reageerde vanmorgen onverstoorbaar op de radiozender Europe 1: “Wie een belangrijke rol in de geschiedenis heeft gespeeld heeft vaak moeite de nodige afstand te betrachten.” In het voorwoord van de delen I en II en nu weer deel III verdedigt Attali zich bij voorbaat door te wijzen op het feit dat hij meestal de enige oorgetuige was van de overdenkingen van de man die van 1981 tot 1995 de eerste der Fransen was. Op de vaak gepeperde citaten in de eerste twee delen, die verschenen toen Mitterrand nog president was, is een dergelijke formele reactie uitgebleven.

Attali werd in mei 1993 al beschuldigd van diefstal toen hij 'exclusief' citeerde uit de gesprekken die Mitterrand en Elie Wiesel hadden gevoerd met het oog op een boek over jeugd-, oorlogs- en geloofsherinneringen dat zij dit voorjaar samen hebben gepubliceerd. Dat leidde tot een slepend juridisch gevecht tussen de uitgevers Fayard (Attali) en Odile Jacob (Wiesel).

Volgens deel drie, dat gaat over de jaren 1988-1991, heeft Mitterrand over Chirac gezegd: “In wezen is die man getikt, onverbeterlijk. Hij zegt en doet alles. Hij kan zich na mij laten kiezen tot president maar hij zal binnen de kortste keren de risée van de hele wereld zijn.” Over de huidige premier Juppé zou Mitterrand in 1989 hebben gebriest: “Ik weiger me moreel de les te laten lezen door die man, (..) wiens ruggegraat altijd stijf heeft gestaan van cynisme.”

Over vooraanstaande partijgenoten Jospin ('trots', 'rigide'), Fabius ('verwaand, maar de meest begaafde') en vooral Rocard ('kleingeestig, noch het talent noch het karakter om premier te zijn') zou Mitterrand ten tijde van de ergste socialistische broedertwisten hebben gezegd dat zij 'imbecielen' waren.