Kwartetconcert van Messiaen aangrijpend

Concert: Radio Symfonie Orkest, Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw, m.m.v. Susan Narucki (sopraan), Yvonne Loriod (piano), Martiene van de Loo (fluit), Justine Gerretsen (hobo) en Arturo Muruzabal (cello). Gehoord 7/10 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: Radio 4 Vara 13/10 20.02 uur.

De werken van Henri Dutilleux, met die van Goebaidoelina en Messiaen de rode draad in de programmering van de Matinee op de Vrije Zaterdag, staan bol van de buitenmuzikale verwijzingen. Het zijn overigens meer suggesties dan beschrijvingen, veelal duistere sfeerstukken in een verfijnd toegepaste techniek van permanente variatie. De Tweede symfonie dankt de bijnaam Le double echter aan de opsplitsing van het orkest in een groot en een klein ensemble, een verwijzing naar een technisch procédé.

Toch merkte een bezoekster van de première een overeenkomst op met een doek van Paul Gauguin, gestalten in een paradijselijke staat die toch onzeker zijn getuige de titel 'Waar komen wij vandaan, wie zijn wij, waarheen gaan wij'? Dutilleux: “U hebt het begrepen!” Ook zonder dit programma kan men van Dutilleux' sfeervolle muziek genieten in een spel van confrontatie en synthese. Maar van poëzie en sfeer was in deze uitvoering geen sprake.

Meer kleur viel te bekennen in Olivier Messiaens nagelaten Concerto à Quatre (1990-1991), dat zijn Nederlandse première beleefde. Met name het zeer geïnspireerd musicerend solistenkwartet (onder wie Yvonne Loriod)werd luidkeels bejubeld en het meest solistische deel werd terecht gebisseerd. Lijkt Dutilleux' symfonie één grote zoektocht, Messiaen straalt zekerheid uit. Het concert opent met een ingetogen Entree, in een voor de componist zeer typerende weidse melodie in de hobo, een octaaf hoger beantwoord door de fluit: edele lijnen die oneindigheid suggereren, melodieën als één langdurige omarming. Als ook hier een Gauguin-beeld van toepassing is, dan dat laatste onvoltooid gebleven schilderij van het Bretonse dorpje Pont-Aven in de sneeuw, het leven bedekt onder een witte lijkwade, zowel aangrijpend als idyllisch.

Zo mogelijk nog lieflijker, zelfs op het randje van het banale, klinkt het tweede deel, een Vocalise, gevolgd door een grillige Cadenza en afgesloten door een voortvarend Rondeau, voltooid door Messiaens weduwe Yvonne Loriod. Liefhebbers van de massief klinkende, zeg maar Tibetaanse Messiaen, zullen teleurgesteld zijn geweest. Er is wel even een onheilspellend accent (in de windmachine, als een orkaan boven de afgrond), maar dat is alleen maar omdat Messiaen in zijn terugblik nog één keer al zijn geliefde onderwerpen aan de orde stelt, een reminiscentie, meer niet.

De kaft van de autograaf vermeldt de namen Mozart, Rameau en Scarlatti, voor Messiaen componisten van uitgebalanceerde pure muziek, muziek zonder wonden. En wat een verschil met de 45 jaar terug gecomponeerde Turangalîla Symphonie in een wel zeer aardse afwisseling van destructie en reconstructie. In Messiaens laatste bladzijde, bij het idyllisch gekwetter van de vogels als bemiddelaars tussen het hier en het daar, gloort het hemels licht, niet meer, niet minder.