Kinderen schrikken van verhalen asielzoekertjes

In het Land van Ooit in Drunen bezochten gisteren naar schatting 10.000 belangstellenden het Kinderrechtenfestival.

DRUNEN, 9 OKT. “Mijn vader is in zijn rug geschoten. Hier in Nederland hoef ik niet bang te zijn, maar de tolerantie is hier wel erg groot”, zegt Nina (11) uit Mostar in Bosnië. “Mannen mogen hier met mannen trouwen en je mag de politie uitschelden terwijl die erg aardig is hier.”

Het belangrijkste kinderrecht is veilig kunnen opgroeien en naar school kunnen gaan, vindt Nina. Zij is met veertien andere kinderen meegekomen uit het asielzoekerscentrum in Helmond naar het Land van Ooit. Daar werd gisteren het Kinderrechtenfestival gehouden in het kader van het 50-jarig bestaan van de Verenigde Naties onder het motto 'Niet vechten, maar Kinderrechten'.

Het festival, gesteund door onder meer Unicef, het ministerie van volksgezondheid welzijn en sport, het Nationaal Comité 50 jaar VN, VluchtelingenWerk en Defence for Children, trok naar schatting 10.000 bezoekers, onder wie veel kinderen uit opvang- en asielzoekerscentra.

Masha (11) uit Iran zit naast Nina. “De politie heeft mijn moeder meegenomen, omdat haar kleding niet goed zat”, zegt ze. Twee zusjes uit Somalië, Marian (12) en Lula (11) vertellen dat voor hun ogen hun broer werd vermoord.

“De kinderen hebben heel veel meegemaakt”, zegt Bert Coenraad (45) die de vluchtelingetjes begeleidt. “Ze durven geen tekeningen te maken. Kennelijk zijn beelden te confronterend.”

De vijftien vluchtelingenkinderen uit Helmond zijn samen met dertig Nederlandse scholieren per bus naar Drunen gereisd. Ze zitten op een grasveldje voor het hoofdpodium en luisteren naar de muziekgroep VOF de Kunst die evenals Jazzpolitie en 2 Unlimited tijdens het festival optreedt. Leontien van het Schip (11) vindt het erg wat de kinderen is overkomen, zegt ze. “Ze hebben geen huis en geen ouders. Ik wil dat alle kinderen veilig naar school kunnen en dat er vrede is.” Stefan van der Kerkhof (12) uit Helmond vindt dat ook. “Er is te veel oorlog. Maar ik kan er niets aan doen. Misschien is praten een oplossing.”

Maar feest is er ook. In de Kabaaltent mogen kinderen zoveel mogelijk lawaai maken. Een kinderrechter en een volwassen rechter leggen de kinderen allerlei kwesties voor. “Mag een kind zelf weten wat voor kleren het aantrekt”, vraagt de kinderrechter. “Nee”, zegt de volwassenrechter. De kinderen schreeuwen massaal “Ja”, want kinderen hebben recht op een eigen mening.

In de Passietent demonstreert een scholier een 'Vredesmachine', een kartonnen doos die je op je hoofd moet zetten. Het is een soort omgekeerde hersenspoelmachine: slechte gedachten worden weggespoeld en goede gedachten komen er voor in de plaats.

Bij de tekentent maakt Léon Vugts (7) uit Waalwijk een tekening waarop een soldaat een vrouw neerschiet. “Ze leeft nog heel even, maar dan gaat ze dood”, zegt hij. Hij tekent er een vliegtuig bij die vluchtelingen komt ophalen. De tekening is bedoeld voor het Kinderrechtenmonument. Aan het slot van het festival wordt premier Kok benoemd tot beschermheer van het monument en krijgt hij de gouden sleutel uitgereikt.

Voor een 35-jarige Koerdische vrouw die met vijf kinderen uit Irak is gevlucht is dat de kans om premier Kok aan te spreken. Haar man ligt op sterven in Turkije, zegt ze, maar ze kan hem niet bezoeken omdat ze geen paspoort heeft. Kok zegt dat hij zelf weinig kan doen en adviseert haar een brief te schrijven naar staatssecretaris Schmitz (justitie).

Misschien dat het verzoek besproken kan worden tijdens het Nationaal Jeugddebat op 20 november - de datum waarop de VN in 1959 de Verklaring van de Rechten van het Kind aannamen. Staatssecretaris E. Terpstra (vws) kondigde gisteren de komst van dat debat aan toen ze het Kinderrechtenfestival opende. Kinderen tussen de tien en achttien jaar mogen dan in de Tweede Kamer vragen stellen aan ministers, staatssecretarissen en Kamerleden. En voor dat debat mogen kinderen zelf de agenda bepalen, zo beloofde Terpstra.

    • Heiko Jessayan