Industrielanden willen hogere dollarkoers

WASHINGTON/AMSTERDAM, 9 OKT. De groep van de zeven belangrijkste industrielanden (G7) streeft naar een hogere dollarkoers. Dit bleek afgelopen weekeinde tijdens een ministersbijeenkomst van de G7, voorafgaand aan de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds (IMF).

De ministers van financiën en bankpresidenten van de G7 verwelkomden zaterdag in hun slotverklaring een “voortzetting” van de beweging in de wisselkoersverhoudingen in de afgelopen maanden, waarin de koers van de dollar zich enigzins heeft hersteld van het dieptepunt van ruim 1,51 gulden en 80 yen.

De landen van de G7 herbevestigden hun wil om “nauw samen te werken op de valutamarkten”. Volgens de Amerikaanse minister Rubin blijven de VS van mening dat een sterke dollar “zeer in ons economisch belang” is. De Japanse minister Takemura toonde zich zeer tevreden met de verklaring over de dollar. Voor Japan is een hogere dollarkoers ten opzichte van de yen van groot belang voor de concurrentiepositie van de verzwakte positie van de exportindustrie.

De koers van de dollar reageerde vanmorgen negatief op de steunverklaring, die volgens valutahandelaren niet concreet genoeg is. Tegen een slotkoers van bijna 1,5995 gulden op vrijdag, daalde de munt met bijna twee cent tot 1,5820 rond het middaguur. De dollar viel ook terug onder de grens van 100 yen.

Een belangrijke reden voor de zwakkere dollar is de recente vlucht van beleggers in de Duitse mark door onzekerheden over de politieke positie van de Franse premier Juppé en twijfels over het begrotingsbeleid in Frankrijk. De Franse centrale bank verhoogde vanmorgen een rentetarief van 6,15 procent tot 7,25 procent om de franc, die vorige week verzwakte, te verdedigen.

De G7-ministers hebben volgens de Franse minister van financiën, Jean Arthuis, in Washington niet specifiek gesproken over de recente koersval van de franc. De bewindsman kondigde in Washington onverwacht aan dat de Franse regering het overheidstekort in 1997 zal terugbrengen tot minder dan drie procent. Eerder had Parijs drie procent als doelstelling geformuleerd, precies het 'Maastricht-criterium' voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU). “Onze vastbeslotenheid klaar te zijn voor de EMU zal het winnen van een speculatieve aanval op de franc”, zo verklaarde Arthuis. Morgen begint in Frankrijk een massale 24-uursstaking tegen de bezuinigingen die de regering-Juppe daar voor nodig acht. De franc noteerde vanmorgen 31,90 gulden per honderd en dat is ruim 5 procent onder de officiële spilkoers tegenover de gulden en de Duitse mark.

Pagina 14: VS vertragen verhoging van reserves voor IMF

Tijdens de vergadering van het Interim Comité, het beleidsbepalend orgaan van het IMF, werd gisteren duidelijk dat een beoogde uitbreiding van de quota (het belangrijkste reservemiddel van het IMF voor zijn kredietverlening) waarschijnlijk ernstige vertraging zal ondervinden. De Amerikaanse regering kon op dit punt vooralsnog geen harde toezeggingen doen door de weigerachtige opstelling van het Congres.

Alle landen in het Interim-Comité van het IMF, op de Verenigde Staten na, hebben aangedrongen op een snelle verhoging van de quota van het fonds. Zij achten zo'n vergroting van de reserves noodzakelijk, omdat deze zijn achtergebleven bij de omvang van de wereldeconomie. Ook doen steeds meer landen, waaronder de ex-communistische staten die naar een markteconomie overschakelen, een beroep of kredieten van het IMF. Bovendien heeft het IMF recentelijk grote leningen toegezegd aan landen als Mexico (17,8 miljard dollar) en Rusland (meer dan 6 miljard dollar).

Quota zijn reserves die lidstaten deels in harde valuta en deels in eigen geld naar rato van hun economische positie bij het IMF onderbrengen. Op basis hiervan is het stemrecht en de toegang van elk land tot kredieten van het fonds geregeld. Het totaal aan quotas bedraagt momenteel ongeveer 217 miljard dollar. Managing director Camdessus van het IMF acht een verdubbeling noodzakelijk. Minister Zalm verklaarde gisteren een dergelijke verhoging gerechtvaardigd te vinden.

Volgens de IMF-statuten moet uiterlijk om de vijf jaar de noodzaak van een quotaherziening worden bezien. In januari werd bij de tiende herziening nog besloten niet tot een verhoging over te gaan, maar de IMF-lidstaten zien nu in dat de situatie snel is veranderd. Volgens IMF-functionarissen komt het fonds de eerstkomende jaren zeker niet in reserveproblemen, maar is snelle besluitvorming nodig wegens de langdurige parlementaire goedkeuringsprocedures in alle landen. In de slotverklaring van het Interim Comité staat nu de vage formulering dat het IMF-management tijdens de vergadering van volgend jaar april zal rapporteren over de “voortgang” van de kwestie.

Het belangrijkste concrete besluit van het Interim Comité was dat een lijst van landen wordt opgesteld die voldoen aan de strengste normen van tijdige publicatie van belangrijke economische data. De maatregel houdt verband met de financiële crisis begin dit jaar in Mexico, die de hele financiële wereld verraste.

Het IMF kan op kortere termijn mogelijk wel op andere wijze over meer liquide middelen beschikken. De groep van de tien belangrijkste industrielanden (G10), waarvan ook Nederland deel uitmaakt, bereikte een akkoord over het streven de middelen die onder hun Algemene Leningen Overeenkomst (GAB) beschikbaar zijn te verdubbelen tot ruim 50 miljard dollar. Daartoe zullen de komende maanden andere economisch sterke landen worden benaderd. Een groot aantal landen, waaronder ook opkomende economieën in Azië, heeft al belangstelling getoond. Het Interim Comité gaf zijn fiat aan het IMF om lidstaten te ondersteunen met valutastabilisatiefondsen. Ook worden de mogelijkheden versoepeld om landen te helpen die uit een conflict- of oorlogssituatie komen. Nog geen overeenstemming werd bereikt over de financiering van rentesubsidies voor de kredietfaciliteit voor de armste landen (ESAF).