'Ik heb er geen bezwaar tegen een tweede Kieft te worden'

GELSENKIRCHEN, 9 OKT. “Hallo, met Guus.” De stem die vorige week woensdag op zijn antwoordapparaat stond, klonk Youri Mulder vertrouwd in de oren, de uitnodiging die volgde ook al een beetje. Even later belde een vriend van de drievoudig international. Mulder vertelde dat hij voor de EK-kwalificatiewedstrijd op en tegen Malta opnieuw bij de selectie van het Nederlands elftal zat. De vriend slikte even. “Je had toch wel door dat ik dat was op je antwoordapparaat en niet Hiddink. Grapje, Youri.”

Een dag later zit Mulder in de spelersruimte van zijn Bundesliga-club Schalke'04. Mooie massieve kop, studentikoos overhemd, vale spijkerbroek, kop koffie aan de lippen. Hij kan nog altijd smakelijk lachen om “het lekker domme grapje”. Inmiddels heeft de bondscoach - “de echte, voor zover ik weet” - hem zelf laten weten dat hij tot de zestien geselecteerden voor het duel van komende woensdag tegen Malta behoort. Een uitverkiezing die de spits “wel had verwacht”, omdat hij bij Schalke goed speelt en de laatste tijd regelmatig scoort. “En misschien ook wel omdat ik die ene goal maakte.”

Die ene goal was zijn treffer tegen Wit-Rusland, vorige maand in Rotterdam. Door het doelpunt won het zwak spelende Nederlands elftal met 1-0 en behoort kwalificatie voor de eindronde van het Europees kampioenschap, volgend jaar zomer in Engeland, nog altijd tot de mogelijkheden.

Mulder (26) maakte voor het duel tegen de Wit-Russen aanvankelijk geen deel uit van de selectie. Pas daags voor de wedstrijd werd hij door Hiddink opgeroepen als vervanger van de geblesseerd afgehaakte Patrick Kluivert. Mulder begon op de bank, maar mocht ruim een kwartier na rust invallen. “D'r in en knotsen”, zei de bondscoach tegen de technisch beperkte, maar fysiek sterke aanvaller.

Hij verwacht tegen Malta weer op de bank te beginnen. Heeft-ie geen moeite mee, vindt-ie best. Hij weet wat zijn kwaliteiten en beperkingen zijn. Hij kent zijn plaats. Reserve zijn bij Schalke, daar zou hij van “balen”, dat zou hij niet “trekken”. Maar bij Oranje ligt dat anders. “Geselecteerd zijn, erbij horen, dat is het belangrijkste. Wie droomt daar niet van?”

Hijzelf als kind in ieder geval niet. Zeker, in zijn jeugd draaide alles om voetbal. Hele dagen tegen een bal trappen, maar wel snel naar huis als een wedstrijd op televisie werd uitgezonden. En zeker, net als zijn vader Jan wilde hij profvoetballer worden. Maar de kleine Youri droomde niet van een carrière bij Anderlecht of Ajax en al evenmin van een optreden op een EK of WK. Gewoon, omdat hij dacht over onvoldoende kwaliteiten voor de absolute top te beschikken. “Ik hoopte dat ik het ooit tot het eerste van Telstar of Haarlem zou schoppen.”

Op zijn achttiende mocht hij echter naar Ajax, maar na een jaar in het tweede van de Amsterdamse club te hebben gespeeld, kreeg Mulder van Louis van Gaal te horen dat hij toch beter terug kon gaan naar de amateurs van SDO in Bussum. Balen, natuurlijk. “Ik dacht dat ik een profcarrière definitief kon vergeten. Maar aan het eind van het seizoen bij SDO toonde FC Twente opeens belanstelling. Of ik niet eens een proefwedstrijdje wilde spelen.” Het proefwedstrijdje mondde uit in een contract. In Enschede ontpopte Mulder zich vervolgens tot een volwaardige, veel scorende spits. In de zomer van 1992 verruilde hij Twente voor Schalke'04.

Schalke is een volksclub. Vorig seizoen bezochten gemiddeld bijna 40.000 toeschouwers de thuiswedstrijden. Mulder is populair bij de supporters van de club uit Gelsenkirchen, een stad waar het aantal werklozen door de in het slop geraakte steenkool-industrie de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen. Schalke had het seizoen vóór zijn komst slecht gepresteerd, terwijl de verwachtingen juist hooggespannen waren geweest. De club had flink geïnvesteerd in twee nieuwe spelers, die volgens Mulder ook “vreselijk veel verdienden”. “Maar juist zij presteerden niets. Ze vulden hun zakken en kwamen in een dikke Mercedes naar de training. Het publiek begon te morren, waarna Schalke de twee aan de kant schoof en mij aantrok. 'Eindelijk een gewone jongen', zullen de fans wel hebben gedacht toen ik op de eerste training in een Astraatje aan kwam rijden.”

Natuurlijk, hij beseft dat wanneer hij een paar wedstrijden achter elkaar slecht speelt de fans ook over die gewone jongen uit Nederland gaan morren. Dat hoort bij topsport en misschien ook wel bij een land als Duitsland, waar niets belangrijker lijkt dan het resultaat. Heeft hij bijvoorbeeld goed gespeeld, krijgt hij in de plaatselijke krant toch een laag waarderingscijfer omdat hij niet heeft gescoord. Het omgekeerde gebeurt ook: spelen als een krant, één of twee keer scoren en een hoge beoordeling achter zijn naam. “Nederlanders zijn wat dat betreft kritischer. Ajax kan met 3-0 winnen en toch slecht spelen. Als je hier met dezelfde cijfers wint, heb je altijd goed gespeeld.”

Hij is er inmiddels aan gewend. Zoals hij ook gewend is aan de manier van trainen bij een Bundesligaclub. “Niet meer dan elkaar bezighouden”, zegt hij lachend. “Op een training gaat de rem erop. De training is niet belangrijk, denken ze. De zaterdag, dáár gaat het om. Dan staat er een winstpremie van vijfduizend mark op het spel. Van Olaf Thon heb ik weleens gehoord hoe Jan Wouters op de training van Bayern München te keer ging. Dat zie ik helemaal voor me: Jan die loopt te vloeken en tieren en de hele selectie van Bayern over de hekken schopt. Prachtig. Maar waarom deed hij dat? Omdat hij zag dat ze trainden als lapzwansen. Hij besefte dat het vuur in die ploeg weer aangewakkerd moest worden om uit het diepe dal te komen waar de club toen in zat.”

Zelf baalt hij ook regelmatig als zijn collega's op de training weer eens ontspannen lopen te ballen. Hij wil altijd winnen, ook het oefenpartijtje. Maar het is het enige minpunt dat hij bij zijn werkgever kan bedenken, “want iedereen bij de club - ook de terreinknecht en de administratieve medewerkers - is vreselijk lief en aardig. Veel in de voetballerij draait om geld, maar uiteindelijk zijn het de mensen die bepalen of je het ergens naar je zin hebt. Want met hen werk je. Leef je.”

Sinds afgelopen weekend werkt de oud-rechtenstudent met zijn collega's bij het Nederlands elftal toe naar de interland tegen Malta. Hij weet zeker dat Oranje zich zal plaatsen voor het EK in Engeland, waar hij ook als reserve graag naar toe gaat. “Ik heb er geen bezwaar tegen om een tweede Wim Kieft te worden. Die begon ook vaak op de bank, maar scoorde als invaller toch regelmatig het beslissende doelpunt. En uiteindelijk gaat het daar natuurlijk om.”