Gouden kippepraat

Een lezer vraagt of de bewering “een verzekering waarvan de premies in een beleggingsfonds gaan, is geen goed alternatief voor zelf beleggen” in Gezin in Zaken van 18 september genuanceerd kan worden. Hij vindt dit namelijk wèl een goede manier van vermogensvorming, mits de verzekerde zijn dividenden rentevrijstelling benut heeft en weet dat het voordeliger wordt naarmate hij in een hoger inkomstenbelastingtarief valt. Hij wijst verder op bekende fiscale voordelen als aftrekbare lijfrentepremies en -koopsommen en kapitaalverzekeringen met een looptijd van 15 of 20 jaar, waarvan de uitkering tot 57.000 en 192.000 gulden onbelast is. (Hoewel deze voordelen ook gelden als de premie niet in zo'n fonds wordt belegd.)

Zijn er dan toch voordelen aan deze verzekeringen? Om daar achter te komen enkele kenmerkende elementen van zo'n polis op een rijtje, zonder in te gaan op franjes die verkopers en assurantietussenpersonen graag aanvoeren als wezenlijk.

Bijvoorbeeld: flexibele premiebetaling, duidelijkheid over kosten (maar niet de bemiddelingsprovisie noemen), diverse dekkingen op één polis en de opgebouwde waarde van de verzekering kan dienen als onderpand voor een geldlening. Die punten lijken op smaakmakers die je toevoegt aan een op zich smakeloze hap, zoals macaroni. Waar gaat het nu werkelijk om?

Wie belegt in aandelen, obligaties, onroerend goed of andere waarden loopt prijs-, koers- en opbrengstrisico's die hij zelf moet dragen. Indien mogelijk en wenselijk zal hij de schade, tegen een bepaalde prijs, afwentelen op andere beleggers. Beleggen en risico lopen horen niettemin bij elkaar.

Wie zich wil verzekeren zoekt bescherming tegen de financiële gevolgen van onheilen als een aanrijding, brand, aansprakelijk gesteld worden of overlijden. Men zoekt de sterke schouders van een verzekeraar die de schade herverdeelt over de smalle schouders van alle verzekerden samen. Maatschappelijk gezien een onmisbare herverdeling van allerlei risico's.

Wie belegt via een verzekering valt in feite tussen de wal en het schip: geen dekking tegen beleggingsrisico's en niet vrij om te beleggen naar eigen goeddunken. De verzekerde/belegger draagt dus zelf het risico, maar is wèl gebonden aan de voorwaarden van de polis, die verzekeraars liever plan noemen. Dit plan is een gewoon, keihard contract tussen een verzekerde en zijn verzekeraar, ondanks alle vrijheid die de term plan suggereert. Gaat het om een kapitaalverzekering van 15 of 20 jaar of een lijfrenteverzekering, die de briefschrijver beide aanhaalt, dan legt de fiscus als derde partij dwingende regels op aan de twee andere.

De fiscale voordelen zijn geen prestaties van de verzekeraar, maar gunsten van de overheid, die daarmee individuele burgers achterstelt. In enkele andere landen hebben de burgers meer fiscale faciliteiten op dit punt.

De aftrek van premies en koopsommen, en onbelaste uitkeringen beperken de vrijheid van de begunstigde: het lijfrentekapitaal moet hij omzetten in een belaste lijfrente-uitkering en de kapitaalverzekering 15 of 20 jaar uitzitten. Het voortijdig opzeggen van een contract kost geld: administratiekosten en een naheffing van de belastingdienst.

Beleggingsfondsen spelen zowel in een vrije belegging als in een verzekering de rol van kip met de gouden eieren, die wordt gevoed met vrijwillige bijdragen of contractuele premies. Wat krijgt de kip van 100 gulden voer uiteindelijk in zijn bakje?

In het eerste geval koopt de belegger voor 100 gulden (min 0,5 % provisie) participaties in een fonds. In het tweede geval gaan daar eerst administratiekosten, provisie en premies voor een verzekering bij overlijden af. Iedere maatschappij rekent verschillende opslagen. Een bekende polis trekt 10 gulden af en belegt 90 gulden. Daar schiet de verzekerde niets mee op.

Hoe kies je nou een vruchtbare kip? In de legbatterij aan het Beursplein wemelt het van die luidruchtige kippen. In de pers worden de prestaties van de dames regelmatig vergeleken: over een jaar, meerdere jaren en voor oudere tien tot twintig jaar. Een belegger kan op ieder moment switchen van een luie naar een legster met turbo. Zo kunnen de belastingvrije koerswinsten opgekrikt worden en wellicht de voornoemde belastingvoordelen van een verzekering overtreffen.

De periodieke ranglijsten en de beleggingsvrijheid prikkelen de dames tot prestaties: wie achterblijft krijgt immers minder te eten. Werkt het ook zo in de verzekeringen? Nee, want een verzekeraar heeft als regel in zijn stal maar een handvol kippen waar een verzekerde uit moet kiezen. Die kippen in loondienst zijn bovendien zeker van een stroom (contractueel) voer. Dat bevordert de leglust niet.

    • Adriaan Hiele