Gemeentesecretaris moet aan zijn eigen ontslag meewerken

DEN BOSCH, 9 OKT. “U vervult een dominante rol in uw gemeente, vooral als de gemeentelijke herindeling er komt. En stelt u zich er maar op in dat die komt.”

Dat zei staatssecretaris Van de Vondervoort (binnenlandse zaken) vrijdag tijdens het jaarcongres in Den Bosch van de vereniging van gemeentesecretarissen. De meesten van de zeshonderd gemeentesecretarissen waren daarbij aanwezig.

De gemeentelijke herindeling hield de bezoekers van de bijeenkomst flink bezig. Hoeveel gemeenten overblijven als de herindelings-storm is uitgewoed, kunnen de gemeentesecretarissen alleen maar raden. Voorzitter M. Bruinsma van de vereniging schat het aantal op vijfhonderd in het jaar 2000, honderd minder dan nu. En als er gemeenten verdwijnen, zullen logischerwijs evenveel secretarissen naar een andere baan moeten omzien. Bovendien moeten ze in sommige gevallen, zonder dat ze het van tevoren kunnen inschatten, aan hun eigen ontslag meewerken. Van de Vondervoort heeft het ze duidelijk gezegd: “Het is de taak van de gemeentesecretaris de oude kleine gemeente-organisatie af te bouwen en de nieuwe grote samengevoegde op te bouwen.” En dat zonder dat de burger er iets van merkt.

Volgens voorzitter Bruinsma kunnen zijn 'heringedeelde' leden elders moeiteloos weer aan de slag. “Je moet uitgaan van zelfvertrouwen”, houdt hij de moed er in. “Met de vaardigheden die wij voor onze baan moeten hebben, kunnen we overal terecht. In het bedrijfsleven, in andere vormen van openbaar bestuur, noem maar op.” Er zijn voorbeelden genoeg van directeuren van sociale diensten, of secretarissen-generaal op een ministerie, die een verleden hebben als gemeentesecretaris. Andersom kan ook: twee maanden geleden werd een wethouder in Emmen, na tweeënhalf jaar zoeken, gemeentesecretaris van dezelfde gemeente.

De gemeentesecretaris is nu vooral de regelaar achter de schermen. “Hij moet, net als de burgemeester, een representatieve taak gaan vervullen”, vindt Bruinsma, die zelf Enschede als standplaats heeft. “Om te begrijpen wat er in zijn gemeente speelt, moet de secretaris net zo goed de wijken in.” Hij wil af van het oude beeld dat een gemeentesecretaris een machtspositie krijgt, eenvoudigweg omdat om hem heen gekozen bestuurders komen en gaan. Daardoor is de secretaris de enige constante factor in het gemeentebestuur, iemand waarin alle kennis over de gemeente besloten ligt. Bruinsma: “Maar de tijd van 'kennis is macht' is allang voorbij. Het is niet macht wat we moeten hebben, maar gezag.” De functienaam gemeentesecretaris is volgens Bruinsma niet goed. “City manager klinkt veel beter, of 'lokale nummer één', dat is wat we zijn.”

Wat doet een gemeentesecretaris zoal? B. Koelewijn, die de functie vervult in De Bilt, heeft enige tijd nagedacht hoe hij dat voor leken moet omschrijven. “Ik zeg altijd: hij moet ervoor zorgen dat medewerkers en organisatie de goede dingen doen en dat ze die dingen goed doen.” 'De politiek', oftewel het college van burgemeesters en wethouders en de gemeenteraad, bepaalt volgens Koelewijn wat die goede dingen zijn, bijvoorbeeld een nieuw parkeervergunningensysteem of een ander onderwijsbeleid. Vervolgens moet het ambtelijk deel van een gemeente, waar de gemeentesecretaris de directeur van is, met die 'goede dingen' aan de slag. De politiek vraagt, de gemeentesecretaris draait.

Hij - er zijn slechts 22 vrouwelijke gemeentesecretarissen - werkt nauw samen met zijn burgemeester. Een vriendschappelijke verstandhouding helpt. In Brunssum ging dat bijna fout. Gemeentesecretaris J. Kuijpers werd ervan beschuldigd zijn toenmalige burgemeester Riem te hebben geholpen door belastende documenten te antidateren. Kuijpers verklaarde: “Ik voelde me menselijk gesproken zo betrokken bij iemand die met zijn gezin in de ellende zit, dat ik het initiatief heb genomen documenten aan te vullen.” Kuijpers werd vrijgesproken van valsheid in geschrifte.

“Uw functie is een heel zware”, hield burgemeester D. Burgers van Den Bosch zijn instemmende gehoor voor. Voorzitter Bruinsma: “Gemeentesecretaris is een bruisende prachtbaan.”

    • Robert Giebels