Faalangst verlamt hockeysters van Zwolle in de strijd om klassebehoud

ZWOLLE, 9 OKT. Halverwege de tweede helft hield Rob van Kessel het gistermiddag niet langer uit op de spelersbank. De ergernis over het belabberde veldspel van zijn hockeysters dreef de trainer-coach van Zwolle van de houten dug-out naar de achterlijn van het eigen 23-metergebied. “Geen combinaties meer! Ophouden met dat mooie spel achterin, dat heb ik nou wel gezien!”, brieste Van Kessel in de richting van zijn falende defensie.

De aansporingen van Van Kessel waren tevergeefs. De hekkesluiter uit Zwolle schutterde opzichtig op sportpark de Pelikaan tegen mede-promovendus Alecto. De wedstrijd was nog geen tien seconden oud toen Dominque Kuylaars de bezoekers uit Leiderdorp op voorsprong zette. In het vervolg van het duel om de laatste plaats in de vrouwenhoofdklasse bouwde Alecto via Anne van der Vleuten (2) en Sylvia Karres de score simpel uit naar 4-0. Tekenend voor de malaise bij de Zwolse ploeg was de strafbal die verdedigster Myrga van Dee in de slotfase meters naast het doel pushte.

Vloekend en tierend stapte keepster Ingrid Meestra van het veld. De nederlaag kwam volgens de 33-jarige aanvoerster niet onverwachts. “Het ontbreekt ons aan lef. Dat wordt meteen afgestraft in de hoofdklasse. We zijn bang om fouten te maken en staan stijf van de zenuwen. Dat zag je bij die strafbal. Wat je daar aan kan doen? Niets helaas. Zelfvertrouwen kun je niet leren.”

Zwolle weet na zeven speelronden intussen wat verliezen met ruime cijfers is. Vorige week zondag liep MOP de nieuwkomer met maar liefst 10-0 onder de voet. Eerder deklasseerden titelhouder Kampong (6-0) en vice-landskampioen HGC (4-0) de hockeysters uit Overijssel. In zeven duels moest keepster Meestra al 29 treffers incasseren. De Zwolse aanval produceerde in 490 speelminuten slechts één doelpunt. Alleen in en tegen Groningen (1-1) werd gescoord. Het gelijkspel was het eerste en voorlopig enige punt.

De negatieve prestatiecurve van de Zwolsche Mixed Hockey Club - anderhalf jaar geleden gedegradeerd en binnen een jaar meteen weer gepromoveerd - illustreert de gapende kloof tussen hoofd- en overgangsklasse. Pas gepromoveerde ploegen kunnen het spelniveau in het eerste jaar op het hoogste plan nauwelijks aan en degraderen meestal weer even snel als ze promoveren. “Te groot voor het servet, maar te klein voor het tafellaken. Dat is Zwolle”, gaf Meestra gisteren onomwonden toe.

De opeenvolgende reeks van zware nederlagen heeft zijn sporen nagelaten bij de selectie. Met name de afstraffing in Vught was nog niet vergeten, vertelde Van Kessel na afloop. “Vanochtend bij de koffie waren ze muisstil. Ze kunnen hun gedachten niet verzetten en gaan gebukt onder faalangst. Na de snelle 1-0 gingen die koppies naar beneden. 'Daar gaan we weer', zag je ze voorovergebogen over hun sticks staren en denken. Ze missen agressie.”

Volgens de 42-jarige coach is de geringe mentale weerbaarheid van zijn jeugdige team vooral het gevolg van een gebrek aan competitie en concurrentie. Terwijl speelsters van clubs uit het westen en zuiden al op jonge leeftijd relatief sterke tegenstanders treffen, zijn verenigingen in het noorden en oosten niet of nauwelijks aan elkaar gewaagd. “Een landelijke jeugdcompetitie waar talenten onder druk kunnen rijpen, zou in mijn ogen de ideale oplossing zijn.”

Waarna de coach nog een aantal verzachtende omstandigheden opsomde: de afwezigheid van routiniers als oud-international Harriët Dijsselhof, de prijs van de onverwachte promotie met de onervaren spelersgroep en de logische terugval. Maar waar een elftal faalt, faalt de coach. “Het is teleurstellend dat ik de boodschap voorlopig nog niet kan overbrengen”, erkende Van Kessel schoorvoetend.

De oud-voetballer, die zelf nooit heeft gehockeyed, is inmiddels bezig aan zijn vijftiende seizoen in Zwolle. “Maar dat zegt niks. De meeste speelsters heb ik pas een jaar onder mijn hoede.” Wanhopen doet Van Kessel vooralsnog niet. “Ik ben van nature een optimist. Het komt heus wel goed na de winterstop.”

Maar hoe? Keepster Meestra weet het antwoord. “Als je ziet hoe zelfverzekerd de speelsters uit het westen zich al voor de wedstrijd gedragen. Dan sta je al met 1-0 voor. Die houding zou hier in het oosten ook eens moeten doordringen.”