Eötvös: 'Nieuwe' muziek bestaat niet, wel nieuwe

13/10, Vredenburg in Utrecht: Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös met werken van Furrer, Ligeti en Andriessen. 21/10, Concertgebouw in Amsterdam: Déserts van Edgard Varèse door Bill Viola en het Ensemble Modern o.l.v. Peter Eötvös.

Peter Eötvös bewondert in de Nederlandse muziekcultuur vooral de openheid. “Het heeft waarschijnlijk te maken met de geografische ligging, op de kruising tussen Angelsaksische, Latijnse en Middeneuropese culturen.” Het is een openheid die de Hongaarse dirigent en componist graag ten voorbeeld zou stellen aan andere landen. “Als mensen meer door muziek zouden communiceren krijgen nationalistische gedachten minder kans.”

Eötvös (51) heeft het erg naar zijn zin in Nederland. Sinds hij vorig jaar werd benoemd tot chefdirigent van het Radio Kamerorkest, een baan die hij deelt met Ton Koopman, woont Eötvös permanent in Blaricum. Rond zijn prachtige huis op grens tussen heideveld en bos is het erg stil. “Stilte is belangrijk voor me, maar de ook nabijheid van de natuur. Ik ben een dorpsmens.”

In de jaren '80 was Eötvös onder meer gastdirigent bij het Residentie Orkest en trad hij op met het Asko Ensemble en de grote omroeporkesten. Het Holland Festival nodigde hem in 1987 uit als centrale festivalcomponist. Vrijdag dirigeert hij een programma van het Radio Kamerkorkest met onder meer het Pianoconcert van György Ligeti en Nietzsche redet, dat Louis Andriessen schreef voor het Schönberg Ensemble. Op 21 oktober leidt Eötvös tijdens de Matinee op de Vrije Zaterdag het Ensemble Modern in Déserts van Edgard Varèse. Op verzoek van het ensemble ontwierp de Amerikaanse videokunstenaar Bill Viola een filmische gedaante van Déserts die tijdens het concert in première gaat.

Peter Eötvös kwam in 1966 uit een in artistiek opzicht geïsoleerd Boedapest naar de Musikhochschule in Keulen. Daar hoopte hij in contact te komen met Karlheinz Stockhausen van wie hij vooral de elektronische composities bewonderde. Eötvös: “De tweede dag zag ik een briefje hangen dat Stockhausen een kopiïst zocht. Ik dacht: 'dat ben ik'. Stockhausen nam me inderdaad aan en toen hij ontdekte dat ik ook piano speelde, vroeg hij me voor zijn Stockhausen Ensemble, waarin ik tot 1976 speelde. Van Stockhausen heb ik heel veel geleerd, als een gezel bij een middeleeuwse vakman.”

In de loop van de jaren zeventig schreef Eötvös hoofdzakelijk elektronische muziek en ontwikkelde hij zich als dirigent tot een specialist in het twintigste-eeuwse repertoire. In 1979 vroeg Pierre Boulez hem het openingsconcert te leiden van het IRCAM, het befaamde Parijse instituut voor onderzoek naar nieuwe klankwerelden. Nadien bleef hij tot 1991 muzikaal directeur van het door Boulez opgerichte Ensemble InterContemporain.

De belangrijkste werken van na de oorlog zijn geschreven voor een ensemblebezetting, vindt Eötvös. Hoe verhoudt die constatering zich tot zijn aanstelling bij een kamerorkest? Eötvös: “Het mooie van een kamerorkest is, dat je het kunt vergroten en verkleinen; je kunt de bezetting gemakkelijker aanpassen dan bij een symfonieorkest. Maar belangrijker vind ik het absoluut ontbreken van enige muzikale vooringenomenheid bij de musici van het Radio Kamerorkest. Ze hebben een breed repertoire, van barok tot eigentijds. Daar komt bij dat ik kan voortbouwen op het fundament dat voorgangers als Ernest Bour en Hans Zender hebben gelegd.”

Over de samenwerking met Ton Koopman is Eötvös zeer enthousiast. “In menselijk opzicht loopt het prachtig. Ik profiteer van zijn kennis als vakman in de barokmuziek. De precisie die hij verlangt, veronderstelt een grote discipline en daarmee doe ik mijn voordeel.” In april volgend jaar zullen ze samen één concert dirigeren: Koopman een symfonie en de Heiligmesse van Haydn , Eötvös twee werken van Witold Lutosawski.

Naast deze dubbelpresentatie en het concert met Varèse en Bill Viola verheugt Eötvös zich op een Matinee in december. Samen met André Hebbelinck van de VARA stelde hij een programma samen rond het thema dans. “We beginnen voor de pauze met het tweede deel uit de Achtste symfonie van Beethoven, dan de Tango van Strawinsky, dan het derde deel uit de Achtste, dan Ragtime van Strawinsky gevolgd door een stuk van Kodaly en de Silphiden-dans uit Berlioz' Faust. Alles attacca, zonder applaus tussendoor.”

Eötvös is gefascineerd door muzikale mengvormen en sprongen door de tijd. Hij hoopt dat er bij luisteraar een gevoel van continuïteit ontstaat. “Ik wil duidelijk maken dat er geen 'nieuwe' muziek bestaat. Er is alleen maar nieuwe muziek. Ook naar de zogenaamde oude muziek luisteren we met de oren van vandaag. Het probleem is dat men de taal van de eigentijdse muziek niet verstaat. Dat geldt ook voor veel musici. Ze beseffen niet dat er verschillen zijn tussen een noot van Stockhausen, Boulez, Ives, Xenakis of Messiaen. Vroeger was dat overigens niet anders. Schubert speel je anders dan Schumann of Brahms.”

Eötvös kan gepassioneerd vertellen over zijn idealen voor de toekomst. Over 'concerthallen' die gebouwd volgens de eisen van de nieuwste muziek. Daarin lopen geluid en beeld door elkaar heen. De ruimte zou geschikt moeten zijn voor een integratie van instrumentale, vocale, live-elektronische muziek en video. De akoestiek kan worden aangepast. “Er wordt voor nieuwe zalen ontzettend veel geld uitgegeven, maar nooit aan de akoestiek. Dat komt misschien omdat musici te bescheiden zijn.”

Van het Zentrum für Kunst und Medientechnologie in Karlsruhe, waar hij sinds 1992 professor aan de Musikhochschule is, kreeg Eötvös een opdracht voor de opening van het nieuwe gebouw in 1997. “Het is een toekomstproject, ontworpen vanuit het besef dat we in de komende eeuw op een andere manier zullen communiceren.” Toch richt hij zich niet alleen op nieuwe technologie. Sinds kort lukt het hem om voor symfonieorkest te componeren. “Ik zoek naar een nieuwe orkestklank. Alles wat ik in de elektronische muziek geleerd en gehoord heb, probeer ik nu naar orkest om te zetten.”

Om jonge dirigenten kansen te geven zich te bekwamen in het dirigeren en om hen in contact te brengen met jonge componisten, richtte Eötvös in 1991 het International Eötvös Institute op. Het instituut organiseert jaarlijks masterclasses en cursussen in samenwerking met orkesten en ensembles in heel Europa. Want Eötvös weet uit ervaring dat je alleen leert dirigeren door het te doen. “Piloten kunnen leren vliegen op de grond, maar voor dirigenten bestaat er niet zoiets als een orkestsimulator.”

    • Peter Peters